Klein Verslag Wim Boevink

Het weer is een verbindende belevenis geworden

Voor een deel van het land is de grote hitte weer even geweken, maar wat een dinsdag was het. Ruim van tevoren aangekondigd beloofde de hitte een groot nationaal evenement te worden, waarnaar met spanning of zelfs verwachtingsvol werd uitgezien.

Een storm, een onweersbui, een ­hete dag; het weer is een verbindende belevenis geworden, gretig gedeeld op sociale media en van een liefst zo rood mogelijke kleurcode voorzien door het KNMI. Altijd is er in onze volautomatisch gereguleerde en beveiligde levens die onderhuidse zucht naar de catastrofe, of liever misschien: naar een avontuurlijke onderbreking.

Zelf had ik me die dinsdagochtend verschanst achter gesloten ramen en gordijnen, de thermostaat klom naar een draaglijke 25 graden. In de middag echter vond ik het nodig de hitte ­lijfelijk te ervaren, anders kun je er geen waarachtige stukjes over schrijven.'

Beeld Wim Boevink

Luchttrillingen

Ik stapte naar buiten en de warmte viel over me heen en was meteen ­overal. Bij het fietsen zorgde de verplaatsing voor iets dat op koelte leek, maar ik hield bij een spoorwegovergang even in om te zien of ik boven de rails ook luchttrillingen kon waarnemen of ­optische vervormingen van de staven.

Omdat ik tegen een buitengebied van de stad woon, bereikte ik al snel de polder via een kleine tunnel onder de ringweg, maar er was in het groen weinig verkoeling. Ook hier stond de hitte loodrecht tussen de bomen en op de ­paden.

Maar alarmerender waren de roodwitte linten die her en der om boomstammen waren geknoopt. Ik wist wat dat betekende: de bomen waren gemerkt omdat ze besmet waren met de eikenprocessierups.

Op slag was het landschap zijn ­groenelong- en oasefunctie kwijt; er ging dreiging van uit. Ik las dat de rups met zijn rondvliegende brandhaartjes maar moeilijk te bestrijden is; er zijn van ­gemeentewege een paar (twee) teams in de weer om zoveel mogelijk van de nesten op te zuigen, maar ik huiverde – met dank aan wetenschapsjournalist Mark Traa ­– bij de gedachte aan wat er daarna met ze gebeurt.

Stortplaats

De rupsen worden begraven op een stortplaats; de kuil moet anderhalf tot twee meter diep zijn en boven grondwaterniveau liggen. Zes tot acht jaar lang mag niemand de kuil openmaken. Pas daarna kunnen de haartjes geen schade meer aanrichten.

Alsof het om radioactief afval gaat.

Ik las ook dat in en om mijn stad ruim twintigduizend eiken staan, waarvan 80 tot 90 procent is besmet. En mijn stad is geen uitzondering.

In Den Haag vroeg het CDA gisteren om een landelijke bestrijding van de plaag, die duizenden mensen jeuk en ­irritatie bezorgd en leidt tot sluiting van speelplaatsen, wandelroutes en zwembaden.

Café

Ik fietste voorzichtig onder de ­bomen verder, mijn blote armen en ­benen betreurend, en week uit naar een café met een groot terras, dat zijn schaduw moest hebben van breed opgespannen parasols.

Ik houd niet van parasols en zonneschermen; ze weren de hitte niet, maar slaan die op onder hun doek; de enige werkelijk verkoelende schaduw komt van bomen. Zo zat ik in de hittestolp, de bezwete kelner bracht een sapje. Iets verderop pufte een kind in een romper in een springkasteel.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden