Klein VerslagWim Boevink

Het was een lentedag. Maar de terrassen bleven leeg

Zondagnamiddag. De verwachte aankondiging. Bruno en Arie. Twee ministers, een doventolk die roem zou verwerven met haar verbeelding van het woord ‘hamsteren’, een groep persvertegenwoordigers.

Direct daarna – er was nog een half uur horeca te gaan – een wandeling over de markt. Men begon al stoelen te stapelen. Terrastafels te verwijderen.

De stemming? Meegaand. Een beetje verslagen. Met een tik ongeloof.

Voor de coffeeshop een rijtje mensen. Ze keken ernstig.

Ik liep de Turkse snackbar in voor een laatste frikandel speciaal. (Ik had een New York Times-productie gezien over de galgemalen van Amerikaanse terdoodveroordeelden: veel junkfood)

Tegen de wand een groot plasmascherm. Luid volume. Xander van der Wulp.

Op een barkruk, het hoofd op de balie, een koerier, wachtend op de bestelling. Hij hield zijn ogen gesloten.

“Moeten we echt dicht”, vroeg de man achter het vet. Hij vroeg het hoofdschuddend.

Het leek een omgekeerde adventskalender. Elke dag sloot er weer een nieuw luikje.

Later die avond zat ik lusteloos voor de televisie. Allemaal humor.

Arjen Lubach.

Nieuw Zeer.

Eva Crutzen.

Little Britain,

De lach wilde niet erg opkomen. Ik was te lam geslagen.

Ofschoon, Eva was virtuoos.

En de toespraak van de premier moest een dag later nog komen.

De maandag verliep in grote stilte.

De zon scheen, dat was eigenlijk een sensatie. Onder normale omstandigheid zou ik hier de maandag inlijsten. Eindelijk wat warmte. Jassen konden open. Maar er was niets normaal.

De terrassen bleven leeg, de stoelen op hun stapels. Zo stil was het dat je de vleugelslag van overvliegende ganzen kon horen. Ik bevond me in een zonnig, lente-achtig spookstadje.

Er waren mensen.

Maar niet veel.

Ze bewogen door een decor, als figuren in een animatie. Op gepaste afstand van elkaar. Iedere gespreksflard bevatte het virus.

De winkels waren open, maar hartverscheurend leeg. Ze leken getekend door een aanstaand lot. De aarde beefde, maar het instorten moest nog beginnen.

Om 19:00 uur de Hofvijver.

En de premier.

Hij zat achter zijn bureau in zijn gelambrizeerde Torentje. De rechterhand lag op de linker. Drukte die plat op een papier. Tien minuten achtereen.

Die handen verrieden de kramp die het hoofd en de stem verbloemden.

Natuurlijk was de toon ernstig. De zinnen zonder versprekingen.

Nog maanden virusellende.

Nog maanden dagelijkse updates van het RIVM over aantallen besmettingen, over aantallen doden.

Maar dat zei hij niet.

Hij liet zijn gehoor hopen.

Immuniteit.

Groepsimmuniteit.

Een muur om de meest kwetsbaren.

Dat was een mooi beeld, een muur van immuniteit.

Maar zo’n muur heeft een prijs.

De beste muur zou een hermetische isolatie zijn van maanden.

Maar wie wil zo leven?

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden