null

Relatie-DNAHet verhaal van Robert

Het vertrouwen dat ik van mijn ouders kreeg, geef ik door aan mijn kinderen

Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door op je eigen relaties? Robert (52) kreeg steun en vertrouwen van zijn ouders, ook in zware tijden. Die levenshouding geeft hij nu, samen met zijn vrouw, aan zijn kinderen door.

‘Mijn ouders waren erg van het kaarten en spelletjes doen. Dat gebeurde niet elk weekend, maar het was wel echt een sociaal onderdeel van ons gezin. Mijn broer genoot ervan, ik had er niets mee. Ik leefde liever in mijn eigen wereld.

Als jongetje zat ik vaak met m’n schepnetje bij de sloot of de vijver in de tuin. Ik was altijd met de natuur bezig, op zoek naar diertjes. Ik hoefde niet zo nodig na school m’n verhaal kwijt bij een kopje thee en een koekje.

Mijn vader had een administratiekantoor. Als 14-jarig jochie solliciteerde hij er omdat hij uitzonderlijk goed kon rekenen. Toen de baas van het kantoortje een paar jaar later hartproblemen kreeg, droeg hij het stokje over aan mijn vader, die er een succesvol bedrijf van wist te maken. ‘Wat heeft die man in mij gezien dat hij mij die kans gegeven heeft?’, zei mijn vader vaak. Dat vertrouwen heeft hem echt een boost gegeven.

Mijn ouders probeerden mij dat vertrouwen ook te geven. Door te laten merken dat de dingen die ik leuk vond ertoe deden bijvoorbeeld. Ze vroegen vaak wat ik langs de waterkant had gezien. Het was oprechte interesse. Dat is zo belangrijk, dat je gehoord wordt. Dat heb ik mijn hele jeugd wel echt gevoeld.

Toch bekroop me al jong soms een gevoel van zinloosheid, de zinloosheid van het leven, al kon ik er toen nog geen naampje aan geven. Dat gevoel werd met de jaren sterker. Ik zat erg in mezelf opgesloten en ik zag enorm op tegen het werkend bestaan. Ik geloofde niet dat ik later die ballen zelf hoog zou kunnen houden of succesvol zou worden.”

Ik had een klik met haar dochtertje van anderhalf

“Ik was 23 en studeerde nog, toen ik mijn eerste echte relatie kreeg. Met een Surinaamse. Ze was net in Nederland. De relatie was niet altijd makkelijk, ze was explosief en kon in ruzies heftige dingen zeggen, maar ik wilde het een kans geven. Wat meespeelde: ik had echt een klik met haar dochtertje van anderhalf.

Ik denk dat ik mijn vriendin niet langer dan een week of zes kende toen ik onaangekondigd met haar bij mijn ouders langsging. Waarschijnlijk had ik ze niet eens verteld dat ik een vriendin had, toch waren zij en haar dochtertje zo ontzettend welkom. We hebben 2,5 jaar een relatie gehad. Eigenlijk zouden we gaan trouwen, haar dochter droeg inmiddels mijn achternaam – ik had haar erkend als pleegdochter – maar voordat het tot een huwelijk kwam is het geklapt.

Ik lag op dat moment overhoop met mezelf. Het bedrijf waar ik mijn eerste baan had, een vertegenwoordigersfunctie, was failliet gegaan. Dat trok ik mezelf erg aan. Ik raakte in een sociaal isolement en kreeg angst- en paniekaanvallen. Groepstherapie hielp. Ik dacht altijd dat ik afwijkend was, maar ook mensen die er stoer uitzagen bleken soortgelijke problemen te hebben.

En ik begon antidepressiva te slikken. Dat vertelde ik mijn ouders, al hebben ze nooit geweten hoe diep ik zat. Ik vertelde niet over dat gevoel dat me vroeger al kon bekruipen: die zinloosheid. Dat gevoel van ongelukkig zijn. Dat heb ik nooit durven delen. Omdat de volgende stap de vraag zou zijn: wil je dan niet meer leven? Die pijn kon ik ze niet aan doen.

‘Je bent goed zoals je bent’

Zo diep als ik was gezonken, wilde ik niet meer komen. Ik besloot ander werk te zoeken – ik had genoeg van de druk om constant targets te moeten halen – en ben in een elektrovakhandel gaan werken. Soms schaam ik me daarvoor. Mijn vader had een eigen bedrijf, mijn broers zijn succesvol, neven en nichten zijn bijna allemaal ondernemers en ik sta in een winkel, terwijl ik de heao heb gedaan. Mijn ouders hebben altijd gezegd: ‘Je bent goed zoals je bent’. Toch duw ik mezelf vaak in een minderwaardige rol.

Mijn vrouw, een vrolijke Latijns-Amerikaanse, gaat heel ongecompliceerd met mijn moeilijkheden om. Ik durfde vrij snel mijn gevoelens met haar te delen. Het werkt goed dat ze zo verschillend is, omdat er anders een zwaarte ontstaat die niet nodig is. Ze had al twee zoons uit een vorige relatie, samen kregen we een dochtertje. En ik had natuurlijk al een pleegdochter.

Toen een van onze zoons op zijn achttiende onvoorzien vader werd, hebben wij hem meteen gesteund. In de Nederlandse cultuur is de reactie vaak: ‘O jee, een tienervader, wat erg’. Voor ons was het duidelijk dat het kind welkom was. We hebben hem het vertrouwen willen geven: we komen er samen uit. Zoals we dat al onze andere kinderen hopen mee te geven. Die levenshouding delen we.”

“Soms vind ik het ongelooflijk dat mijn vrouw en ik al opa en oma zijn. Alle levensfasen zijn in ons gezin vertegenwoordigd. Onze dochter is net van de lagere school. We hebben een studerende zoon, een werkende zoon, een werkende dochter én een kleinkind. Mijn ouders zijn dol op ze allemaal, ook al is er niet altijd een bloedband. Nog altijd geldt: iedereen is welkom.”

De naam van Robert is om privacyredenen gefingeerd. Zijn echte naam is bekend bij de redactie.

Wilt u ook geïnterviewd worden over de invloed van uw ouders op uw relatie(s)? Stuur een mail naar: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden