Seksueel misbruik

Het slachtoffer van misbruik krijgt nog steeds de schuld

Beeld Ilse van Kraaij

Hij staat slachtoffers van misbruik bij in de rechtszaal, zíj in de spreekkamer. Richard Korver en Iva Bicanic schreven samen een gids voor ouders van slachtoffers. Een gesprek over de soms moeizame tango tussen recht en zorg.

 Ontreddering, paniek, boosheid. Zulke emoties maken zich van veel ouders meester, als uitkomt dat hun kind seksueel is misbruikt. En dat is volstrekt begrijpelijk. Toch vraagt advocaat Richard Korver ouders om zo veel mogelijk kalm te blijven, als hun kind op zijn kantoor zijn verhaal doet. Daarmee vraagt hij veel van de ouders, realiseert hij zich, maar zo helpen ze hun kind het beste.

De emotionele reactie van hun ouders kan hard aankomen bij de kinderen: het is een van de beelden waaraan klinisch psycholoog Iva Bicanic soms ­later met kinderen in therapie moet werken, naast de herinneringen aan het misbruik. Soms trekken kinderen door zo’n reactie hun onthulling in, of laten ze details weg om hun ouders te ontzien. En, weet Korver, dat kan vervolging van de dader in de weg staan.

Alleen al dit advies was reden voor Bicanic en Korver om samen een boek te maken, met hulp van journalist Marlies Kieft. ‘Dicht bij huis’ is een handboek voor ouders van kinderen die seksueel zijn misbruikt. Volgens hen het eerste dat de juridische en psychologische aspecten in samenhang behandelt. Soms gaan die aspecten hand in hand, zoals bij bovenstaand advies. Soms botsen ze.

Iva Bicanic is hoofd van het Centrum ­Seksueel Geweld en van het landelijk psycho­traumacentrum in het UMC Utrecht. Richard Korver verdedigde als advocaat de belangen van slachtoffers en hun ouders in enkele ­geruchtmakende misbruik­zaken, zoals die tegen kinderopvangmedewerker Robert M. Ze kennen ­elkaar van con­gressen, en ­helpen soms ook elkaars cliënten.

Meneer Korver, u noemt het recht en de ­psychologie ‘Beauty and the Beast’ (Belle en het Beest). Waarom?

Korver, lachend: “Ik dacht dat u zou vragen: wie is Beauty en wie het Beest?”

Dat is mijn tweede vraag.

Korver: “Ze kunnen wel met elkaar, maar ze zijn zo verschillend. De psychologische zorg is in mijn ogen Beauty: steunend, constructief, alles is gericht op het helpen van het slachtoffer. De juridische wereld is het Beest: vaak hard, gericht op het openlijk bespreken, bij de naam noemen, het afstraffen. Daarbij loop je ook het risico dat de rechter zegt: het is niet bewezen, met alle narigheid die dat voor het slachtoffer met zich meebrengt.

“Het recht is nooit de optimale oplossing. Soms moet het, om te voorkomen dat iemand doorgaat met het plegen van misdrijven. Maar of het voor het slachtoffer altijd helpend of ­helend is, is de vraag.”

Mevrouw Bicanic, u ging een keer mee naar een strafzaak en was verbijsterd. Waarom?

Bicanic: “Al die persoonlijke en seksuele details die ik te horen kreeg, over een 18-jarig meisje dat ik niet kende. Wat een contrast met hoe het in mijn spreekkamer gaat. Ik laat ook weleens alles op tafel leggen, maar alleen als dat een doel heeft voor de verwerking. Je voegt dan als therapeut iets toe: corrigerende informatie of afleiding, om die herinnering een ­andere lading te geven.

“Bij die zitting dacht ik: O my goodness. Al die laatjes worden opengetrokken in dat hoofd van dat meisje, maar er zit geen therapeut bij. Hoe gaat zij daarna weer naar huis? Misschien denkt ze wel: ik doe mijn verhaal nooit meer. Ik begrijp het nut wel voor de bewijsvoering, maar moet je echt alles bespreken? En waarom is het openbaar, waarom mag ik daar zomaar zitten?”

Korver: “Veel hangt af van de rechter, of die op een respectvolle manier met het slachtoffer omgaat. Ik heb meegemaakt dat een rechter een slachtoffer vroeg: ‘Je ging zelf terug, vond je het dan toch lekker?’ Dat kan echt niet. Dat is victim blaming, de schuld bij het slachtoffer leggen. Die vraag doet er ook niet toe, want seks met kinderen onder de zestien is altijd strafbaar. Toen heb ik gezegd: ‘Als u zo doorgaat, dien ik een klacht in over uw gedrag’. Sinds 2011 is er een wetsartikel waarin staat dat de rechter zorg moet dragen voor een correcte bejegening van het slachtoffer. In tien tot vijftien zaken per jaar moet ik dat wetsartikel in stelling brengen.”

Bicanic: “Als je aangifte doet, ga je een pad op van onzekerheid. De professionals die je tegenkomt, hebben de verantwoordelijkheid te zorgen dat er niet weer iets beschadigt.”

In het boek pleit u ervoor om misbruikzaken met een minderjarig slachtoffer achter gesloten deuren te behandelen. Waarom?

Korver: “Het is niet te verkopen dat zaken waarin een dader minderjarig is, zich achter gesloten deuren afspelen, maar zaken waarin een slachtoffer minderjarig is níet. Het gaat hier ook nog eens om iets heel intiems. Er zit pers bij, er kunnen schoolklassen met hun ­docent naar binnen. Misbruik is al verstorend voor de seksuele ontwikkeling van minder­jarigen, laat staan dat je dat dan ook nog eens in de krant kunt teruglezen.” 

Beeld Ilse van Kraaij

Volgens Korver hoeft het slachtoffer een misbruikzaak zelf vaak niet bij te wonen. Hij of zij legt meestal een verklaring af bij de politie en de rechter-commissaris, en niet in het openbaar. Soms willen slachtoffers juist bij de zitting zijn, bijvoorbeeld om gebruik te maken van hun spreekrecht. 

Korver: “Soms lukt het me om bij een rechter voor elkaar te krijgen dat een minderjarig slachtoffer dat in elk geval achter gesloten deuren mag doen, of dat de naam van een slachtoffer niet wordt genoemd tijdens de zitting. Maar vaak zegt een rechter nee.”

Kan een strafzaak soms wél helpend en helend zijn?

Korver: “Zeker”.

Bicanic: “Als een rechter een straf uitspreekt, en uitspreekt dat de dader verantwoordelijk is, kan dat voor ouders voelen als erkenning, en direct de spanning bij hen verlagen. Dat is goed voor het kind: ­kalmeren ouders, dan kalmeren kinderen.”

En het effect op kinderen zelf?

Bicanic: “Kinderen jonger dan acht jaar hebben geen goed beeld van een rechtszaak, vaak wordt die thuis een beetje bij hen weggehouden en dat is ook beter. Kinderen die ouder zijn, begrijpen het wel, maar voor hen kan het idee dat de dader vrijkomt en dan misschien wraak komt nemen heel beangstigend zijn. Sommige gezinnen zien we minstens drie keer terug in onze praktijk: een keer na de aangifte, een keer bij de behandeling in de rechtbank en als de dader vrijkomt.”

Adviseren jullie weleens om géén aangifte te doen, vanwege de psychologische gevolgen van een rechtszaak?

Bicanic: “Ik zeg dat je je vooral goed moet laten informeren door een advocaat. Bij kinderen hebben ouders natuurlijk een rol. Leg je beslissing vast, met de plussen en minnen erbij. Dan kun je ook tien jaar later nog eens kijken hoe je die genomen hebt. Kijk, mensen vragen aan Richard: hoe schat je mijn kansen? Toch?”

Korver: “Zeker”.

Bicanic: “Die vraag krijg ik ook: hoe groot schat je de kans dat mijn kind eroverheen komt? Dat is onzeker. 70 procent komt van een posttraumatische stressstoornis af met een bewezen effectieve traumabehandeling. Maar ik kan net zo min als Richard een garantie geven.

“Ik ken voorbeelden van cliënten die door hun therapeut worden gestimuleerd om aangifte te doen, maar mijn vakgenoten onderschatten soms hoe ingrijpend dat is. Ik zeg nooit dat iemand wel of niet aangifte moet doen.”

Korver: “Ik raad vrijwel nooit een aangifte af, omdat een slachtoffer het niet aan zou ­kunnen”.

Bicanic: “Als de rechtszaak een negatieve uitkomst heeft en die wordt ook nog eens ­ongelukkig gecommuniceerd, kan het een ­grote frustratie zijn”.

Korver: “Het hangt ervan af hoe de rechter de uitspraak brengt naar het slachtoffer. Dat kan, ook bij een vrijspraak, zeer zorgvuldig gebeuren.”

Ga na misbruik terug naar de normale regels

Enkele van de tips van Iva Bicanic en Richard Korver voor ouders van een misbruikt kind.

• Belast je kind niet met jouw emoties. Kies momenten om je woede en verdriet de vrije loop te laten, bij mensen die je vertrouwt, als de kinderen naar bed zijn. Als het je in eerste instantie niet lukte om rustig te blijven: geen paniek. Het is nooit te laat om je kind alsnog te steunen.

• Ga terug naar de normale dagelijkse structuur in het gezin met de regels, zoals voor het helpen met klusjes in huis, die voorheen golden.

• Realiseer je dat kinderen die misbruikt zijn vaak niets loslaten. Dat heeft niets te maken met de band met hun ouders.

• Slachtoffers maken zichzelf vaak verwijten. Je kunt niet vaak ­genoeg zeggen dat het niet zijn of haar schuld is, en hoe trots je bent dat hij of zij erover praat.

U beschrijft dat therapie kan botsen met een strafzaak, omdat het iets kan doen met herinneringen.

Bicanic: “Zeker, dat is de bedoeling, dat therapie iets met herinneringen doet. De uitkomst van therapie moet zijn dat herinneringen minder emotie uitlokken, je minder ontregelen, zodat het voelt als iets dat achter je ligt. Maar de inhoud van je herinneringen verandert niet.”

Korver: “Als advocaat van de verdachte probeer je de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer aan te vechten. Je zoekt de verschillen tussen wat iemand heeft verklaard in een eerste informatief gesprek met de politie, daarna bij de aangifte, en nog weer later bij de rechter-commissaris. Als je hoort dat ­iemand voor de aangifte therapie heeft gehad, dan kun je proberen te betogen dat wat een slachtoffer zegt, aangepraat kan zijn door een therapeut. We hebben zaken gezien met zo­genaamde hervonden herinneringen, waar dat is gebeurd.

“Iva zegt dat therapie de inhoud van herinneringen niet verandert. Dat is zo bij een kundig therapeut. Je hebt ook kwakzalvers. Het is belangrijk dat je bij een kundig therapeut komt. Die weet ook dat het beter is even te wachten met de behandeling tot een kind de eerste keer door de politie gehoord is.”

Bicanic en Korver houden aan het slot van hun boek omstanders van seksueel misbruik een spiegel voor. “We willen nog steeds niet echt geloven dat kindermisbruik bestaat en vooral niet dat het zich dicht bij huis afspeelt”, schrijven ze. Bicanic gaf ooit les aan een groep Gooise psychologen, die zeiden: dat gebeurt hier niet, hoor. Toch geeft een op de drie minderjarigen aan ooit seksueel geweld te hebben meegemaakt, volgens de brede definitie, waaronder bijvoorbeeld ook het gedwongen kijken naar porno valt. En in het overgrote deel van de gevallen is de dader een bekende.

U beschrijft hoe de ‘illusie van een veilige ­wereld’ ertoe leidt dat de schuld bij het slachtoffer en zijn of haar ouders wordt gelegd. Hoe werkt dat?

Bicanic: “Als iemand iets schokkends meemaakt, dan geef je normaal een knuffel of zeg je wat bemoedigends. Bij misbruik blijft die steun vaak uit. Integendeel, ouders krijgen ­rottige opmerkingen zoals: ‘Ik had dat bij mijn kind wel gemerkt’, of ‘Mijn kind zou dat altijd vertellen’. Mensen maken zichzelf dat wijs, maar het is niet waar. En ze beschadigen de ­ouders, die zichzelf al allerlei verwijten maken.”

Korver: “Ik merk dat we elkaar in deze corona­tijden op straat net wat meer betekenisvol toeknikken. En omdat je elkaar niet mag aanraken, ontstaat een nieuw soort hoffelijkheid. We zijn met gepaste distantie toch nabij. Die houding, met gepaste distantie nabij zijn, zouden wij graag zien bij omstanders van seksueel misbruik.”

Iva Bicanic & Richard Korver
Dicht bij huis, hoe steun je een kind na seksueel misbuik?
De Arbeiderspers, 
182 blz., € 19,90.

Lees ook:

Voor misbruikte kinderen komt de hulp vaak te laat

De hulp aan seksueel misbruikte kinderen moet beter, blijkt uit een onderzoek van de Nationaal Rapporteur. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden