PoëzieFlevopolder

Het op de zee gewonnen land werd poëzie

Beeld Jörgen Caris

Het had de ideale stad kunnen worden, Lelystad. Maar de open tuintjes zó aangelegd dat buren er schop en spade in de grond zouden steken om er één mooie gezamenlijke tuin van te maken, werden al gauw door wankele Gamma-schuttingen omheind. En op de zonneterrassen van de pianowoningen genoot maar zelden iemand van de namiddagzon: “Het waaide er altijd veel te hard.” Aldus Frits Tellegen, die de polderstad ontwierp. Hij blikte vijftig jaar na dato terug, in een uitzending van ‘Andere tijden’. Lelystad, vond hij, was een stad om in te wonen, niet om naar te kijken.

Dichter Peter van Lier gaf in zijn cyclus (en gelijknamige bundel) ‘Laaglandse remedies’ het weidse polderlandschap met zijn nieuwe steden gestalte in taal. Het op de zee gewonnen land gaf hij geschiedenis door stemmen te laten klinken van mensen die daarvan deel uitmaakten. Mensen als de gepensioneerde boer, die ooit het oude land verliet om verse poldergrond te gaan bebouwen:

‘De grond was maagdelijk.’ Of de beleidsmakers, die vanachter hun bureau natuurgebieden uitdachten, de architecten die een stad ontwierpen, als ‘remedie’, als manier om een band te scheppen. Hij liet bewoners aan het woord van die stad, waar wind over de pleinen joeg, zo hard “dat / kinderwagens / bijna de lucht in vlogen”.

Van Liers gedichten lezen als ready mades en zitten vol zinnetjes die zo uitgesproken hadden kunnen zijn, zinnetjes die de Holland­se nuchterheid van ‘doe maar gewoon’ ademen, maar waarin tegelijk een zekere weemoed klinkt. Van Nederlands jongste provincie maakte Van Lier poëzie.

‘Iets met de polder doen’,

makkelijk gezegd.
Maar wat aan te vangen met een groot, kaal,
winderig gebied zonder geschiedenis?

Dat je daar met zijn
allen
op de zeebodem zit, schept geen band – de remedie
is een stad te ontwerpen

kleinbehuisd.

Helaas toch gevallen voor de verleiding alles
modern te maken, alles glad,
wit –

‘totdat ook wij het niet meer leuk vonden’:

late reactie van hen
die,
bij nacht, na het zien van een film ter ontspanning,
in hun zelfontworpen wijk nog wisten te
verdwalen.

Peter van Lier
Uit: ‘Laaglandse remedies’, Wereldbibliotheek, 2016

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden