null Beeld

RommelenLiesbeth Mende

Het mantelpak dat mijn moeder op vaders begrafenis droeg

Zeven vuilniszakken vol kleren kunnen naar de kledingbak. Een dikke Noorse trui die ik tweedehands kocht en twee keer droeg vult al bijna de helft van een zak. Veel broeken, truien en pyjama’s zijn allang te klein voor mijn zonen of zijn vies of kapot. Truien die lubberen, sokken met uitgerekte stieken, onderbroeken met gaten, spijkerbroeken die niemand meer draagt en witte T-shirts met gele vlekken bij hun oksels stop ik zonder twijfel in een zak.

In de kast hangt nog een grijs mantelpak dat van mijn moeder is geweest. Mijn kinderen droegen het colbertje als ze zich gingen verkleden. Van dat jasje heb ik later een halloweenpak gemaakt. Pas een paar jaar geleden zag ik op een foto dat mijn moeder het mantelpak op de begrafenis van mijn vader droeg. Wist ik dat niet? Of was ik het vergeten?

Er hangt ook een gestreept vest dat ik op de middelbare school droeg. Het is nog steeds een lekker vest. Ik gaf niet zoveel om kleding. Het liefst droeg ik een donkere spijkerbroek met een zwarte trui en gympen en mijn haar in een lage staart. Ma vond dat niks, zo’n lage staart.

“Waarom draag je geen hoge staart?” vroeg ze vaak.

“Dat staat veel te blij”, zei ik.

“Dat staat een stuk vlotter.”

“Ik haat vlot.”

“Je kunt het toch een keer proberen?” vroeg ma.

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Een keer maakte ik een hoge paardenstaart toen ik naar een themafeest op school ging. “Zie je nou wel,” zei ma. “Dat staat hartstikke leuk.”

Als ik in het weekend uitging, maakte ik me wel eens op met oogpotlood en mascara en trok ik een mooi shirt aan. Mama genoot ervan als ik dat deed. Ik ging stappen in Bergen op Zoom, een half uur fietsen. Meestal bleef ik bij een vriendin slapen. Soms bracht ma mij met de auto en reed ik met anderen mee terug. Een enkele keer was Hanne er. Op een vrijdagavond bracht hij me in mijn moeders blauwe Golf naar de stad en liep mee café De Witte Olifant binnen. Ik liep naar de bar, Hanne liep mee. In plaats van bier, bestelde ik die avond cola. Ik kletste met vriendinnen. Achter me stond mijn oude neef, toen al met lang haar, grote bril en pet op. Hij stond zwijgend tegen de muur aan. Zijn hoofd bewoog met kleine bewegingen mee met de muziek. De hele avond zei hij niets. Rond een uur of één reden we weer terug naar Wouw. Hanne sliep de volgende dag nog langer uit dan ik.

“Was gezellig,” zei Hanne bij het ontbijt. “Toch, Lies?”

“Het was druk”, zei ik.

“Vanavond weer? Witte Olifant?” vroeg hij. “Je zegt het maar, hoor. Ik rij wel.”

Schrijfster Liesbeth Mende (1975) is gescheiden en moet kleiner gaan wonen. Ze schrijft over wat ze tegenkomt tijdens het opruimen. Eerdere afleveringen vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden