In memoriam György Konrád

Het leven van schrijver György Konrád (1933 - 2019) werd getekend door vervolging

György Konrád Beeld AFP

De vrijdag overleden György Konrád behoorde internationaal tot de meest vertaalde Hongaarse schrijvers en zijn boeken als ‘De Bezoeker’ en ‘Tuinfeest’ werden in dertien talen vertaald. Maar in eigen land was zijn werk decennialang alleen ondergronds te krijgen. 

Dat kwam niet alleen omdat hij kritisch tegenover de toenmalige communistische machthebbers stond, maar ook omdat zijn boeken problemen zoals armoede en machtswellust aansneden, zaken die in de communistische ideologie helemaal niet bestonden.

Toch heeft Konrád, die na een lang ziekbed thuis overleed, nooit overwogen Hongarije te verlaten. Kansen kreeg hij genoeg. Na hun deelname aan de opstand van 1956 vluchtte een groot deel van zijn vriendenkring, inclusief zijn zuster met wie hij als Joods jongetje de Tweede Wereldoorlog had overleefd, naar het Westen. Maar hij besloot te blijven.

In 1974 kreeg hij van het regime zelf het dringende advies te emigreren, een methode waarmee de Hongaarse machthebbers vaker critici loosden. Maar weer besloot hij in Hongarije te blijven. Later zou hij daarover zeggen dat hij er niets voor voelde om elders opnieuw te moeten beginnen en dankbaar te moeten zijn voor het feit dat hem onderdak werd geboden. In de jaren tachtig mocht hij niet weliswaar niet als schrijver werken, maar wel reizen. Hij verbleef langere tijd in Berlijn en in de VS, maar keerde altijd naar Hongarije terug.

Joodse bevolking gedeporteerd

Konráds leven werd voor een groot deel door vervolging getekend. Hij werd in 1933 geboren in een gelovige familie in Berettyóújfalu, een dorp in het oosten van Hongarije met een grote Joodse gemeenschap, waar zijn vader een ijzerwinkel had. In 1944 werden zijn ouders door de Gestapo gearresteerd en naar Oostenrijk gebracht. Daarop lukte het de 11-jarige György om met geld dat hij in het bureau van zijn vader vond, voor zichzelf, zijn zusje en twee neefjes een reisvergunning naar Boedapest te krijgen, waar ze de oorlog wisten te overleven. Een dag na hun vertrek werd de hele Joodse bevolking van Berettyóújfalu gedeporteerd.

Ook zijn ouders overleefden de oorlog dankzij hun arrestatie. Maar enkele jaren later raakte de familie opnieuw in de problemen vanwege haar ‘burgerlijke’ afkomst. Zijn vader raakte zijn winkel kwijt, Konrád zelf werd de toegang tot bepaalde studies ontzegd. In het prachtige autobiografische ‘Geluk’ zou hij die gebeurtenissen later uitvoerig beschrijven.

Konráds leven was ook de basis voor zijn eerste boek, ‘De Bezoeker’, dat in 1969 verscheen en in 1982 als basis zou dienen voor de Nederlandse film ‘De smaak van water’. De roman was geïnspireerd door Konráds eigen ervaringen eind jaren vijftig als sociaal werker in een arme wijk van Boedapest. In een tijd waarin schrijvers geacht werden vooral positief te schrijven en de socialistische machthebbers het bestaan van problemen als armoede in hun land simpelweg ontkenden, was het werk een sensatie. De eerste druk, een oplage van 6000, was binnen luttele dagen uitverkocht. Daarna werd het boek verboden, en tot 1988, toen het klimaat vrijer werd, verscheen Konráds werk in Hongarije illegaal of hooguit in een zwaar gecensureerde versie.

Populair in het Westen

Veel van zijn boeken verschenen dan ook eerst in vertaling in het Westen, waar hij zich in een groeiende populariteit kon verheugen, hoewel zijn schrijfstijl en verhaalstructuur bepaald niet de makkelijkste waren. Hij experimenteerde graag met vorm, inhoud en taal, wat een deel van zijn werk nauwelijks toegankelijk maakte voor een breed publiek.

In eigen land verschenen zijn boeken als samizdat, ondergrondse uitgaven van door de communisten verboden literatuur. Het eerste boek dat legaal van hem zou verschijnen, was het in in 1985 geschreven en in 1988 uitgegeven ‘Tuinfeest’.

In de jaren tachtig gold Konrád als een van de meest prominente leden van de Hongaarse dissidentenbeweging. Hij behoorde in 1988 tot de oprichters van de liberale oppositiebeweging Vrije Democratische Beweging (SzDSz) en was voor westerse journalisten jarenlang een belangrijke bron van informatie over de situatie in het land. In 1990 werd hij voorzitter van de Internationale PEN-club.

Ondanks zijn politieke activiteiten ambieerde Konrád zelf nooit een politieke carrière. “Wie eenmaal aan de macht is, zet iedere truc in om aan de macht te blijven. Hij zal ten koste van alles zijn toehoorders proberen te overtuigen van het belang van iets dat in zijn eigen belang is”, zei hij in een interview in 2018. Maar hij bleef zich tot aan zijn dood uitspreken over de ontwikkelingen in Hongarije. 

Na de vluchtelingencrisis van 2015 sprak hij uit zorg voor islamitisch extremisme steun uit voor het harde vluchtelingenbeleid van premier Viktor Orbán, hoewel hij gelijktijdig waarschuwde voor diens autoritaire trekken. Maar de laatste jaren was hij een harde criticus van de premier, die hij antisemitisme verweet naar aanleiding van de regeringscampagne tegen de Amerikaans-Joodse filantroop George Soros.

Lees ook:

Met ironie overleef ik

Op een voorjaarsdag in 1988 verscheen György Konrád in pyjama aan de deur: het afgesproken vraaggesprek voor Trouw kon niet doorgaan, hij was de verjaardag van zijn vrouw vergeten. Terwijl ik net naar zijn geboortedorp was geweest voor foto’s van zijn ouderlijk huis en de Joodse begraafplaats, decor van ‘Tuinfeest’. In Hongarije mocht Konráds magistrale afrekening met het communisme niet worden verspreid; ‘stillen’ rapporteerden m’n gangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden