Beeld Jorgen Caris

Ik heb een droomEvan Bogerd

Het is geen droom meer, ik kan leven van mijn muziek

De redactie van Trouw vraagt aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Evan Bogerd, cantor-organist van de Amsterdamse Westerkerk.

“Ik kan het me nog goed herinneren: ik was vijftien en ging met mijn vader naar de Sint-Joriskerk in Amersfoort om voor te spelen op het orgel. Ik had er wakker van gelegen, want tot dan toe had ik thuis op het pedaalharmonium van mijn ouders les gehad. Een kerkorgel is een ander verhaal, merkte ik: het is een weerbarstig instrument dat fysiek veel van je vraagt, maar het gaf me een boost aan inspiratie. Vanaf dat moment kreeg ik les van organist Herman van Vliet. Toen ik al gauw mocht assisteren bij zijn concerten, werd ik vanzelf meegezogen in het vak en ontstond mijn conservatoriumdroom.

Evan Bogerd (26) volgt per 1 januari 2020 Jos van der Kooy op als cantor-organist van de Westerkerk in Amsterdam. Hij zal in de Westerkerk in de bediening worden gesteld in de dienst van zondag 5 januari.

Het leek een weinig realistische droom: met die opleiding, werd gezegd, kun je een belegde boterham wel vergeten. Ik ben dan ook eerst wat anders gaan doen: tijdens een werken-­lerenopleiding schoolde ik mij als operatie­assistent in een ziekenhuis. Ik hield het drie maanden vol en heb daarna een tijd in het grondverzet gewerkt. Ik zat op een minikraantje en ben ook nog voorman geweest. Maar toen, zonder dat iemand het wist, heb ik de stoute schoenen aangetrokken en me toch aangemeld voor het conservatorium in Den Haag, waar ik werd aangenomen.

‘Soms komt de muziek terug in een droom’

Ook mijn andere dromen – kunnen leven van muziek en vóór mijn dertigste achter een groot orgel zitten – zijn uitgekomen. Binnenkort volg ik mijn oud-docent Jos van der Kooy op als cantor-organist van de Westerkerk in Amsterdam. Als student en tweede organist speelde ik er al veel, zowel diensten als koor­begeleidingen, totdat ik twee jaar geleden kerkmusicus werd in Hengelo. Ik vind het moeilijk alles wat ik daar heb opgebouwd achter me te laten, toch hoefde ik niet lang na te denken over mijn overstap. Gebouw en locatie in Amsterdam zijn van een andere klasse dan in Hengelo. De Wester heeft een fantastisch orgel. Geen orgel is hetzelfde, het ene klinkt als een oude dame, het andere is meer een jonge hond. Dit orgel klinkt brutaal, het heeft een grote bek, zoals Jos zegt. Daar hou ik wel van, ja.

Op het conservatorium ging het weleens over podiumpresentatie, daar had ik niks aan. Ik zit meestal hoog en droog boven, waar niemand mij ziet. Alleen als ik met solisten werk speel ik op een kleiner orgel beneden. Ikzelf ben bescheiden aanwezig, maar met je instrument heb je veel macht. De muziek stem ik af op de lezing van de predikant, woord en muziek stuwen elkaar op naar een hoogtepunt. 

“Grote orgelwerken instuderen is tijdrovend: het gaat niet alleen om de noten maar ook om de interpretatie. Daar loop ik overdag mee rond en ga ik ’s avonds mee naar bed. Ik slaap vast en diep, vrijwel droomloos, maar soms komt de muziek terug in een droom. Als ik dan ’s morgens wakker word weet ik: zo wil ik het doen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden