ColumnJoost Zwagerman

Het interview met Arielle Veerman greep me bij de strot

Krant van de mat gehaald, op de trap de voorpagina bekeken, foto gezien van de ex-vrouw van Joost Zwagerman, krant op tafel opengevouwen, Verdieping eruit gehaald en apart gelegd. Gaan dralen. En dralen. Koffie gezet en toen toch eerst dat interview gelezen met Arielle Veerman, die een boek schreef omdat ook zíj een nabestaande is. Het greep me bij de strot gisteren, de rest van het nieuws kon me even gestolen worden, ik pakte Zwagermans postume bundel ‘Wakend over God’ erbij, bekeek de documentaire die Coen Verbraak in 2018 over hem maakte en luisterde naar het nummer ‘Voor alles altijd bang geweest’ van Wende, op een tekst van Zwagerman. Voorop gesteld: ik heb Zwagerman niet gekend. In de zomer van 2015 kreeg ik het verzoek hem voor de krant te interviewen; hij had een reeks religieuze gedichten geschreven, en wij zouden die in een wekelijks ritme gaan publiceren, gelijk op met de VPRO-radio. Ter introductie zou ik met hem spreken over wat hem bewoog, hij wist er van. Maar voor we een afspraak hadden kunnen maken was hij dood, en wel ‘door eigen hand’, om een van zijn boektitels te citeren.

Nu het gesprek nooit meer plaats zou vinden, werd het in mijn gedachten alleen maar belangrijker. Hoe was hij tegelijkertijd bij God en de dood terechtgekomen? Ik ging naar museum De Pont, waar twaalf van zijn godsgedichten te zien waren in combinatie met kunstwerken van Marc Mulders, en toen in januari 2016 zijn postume bundel uitkwam, kocht ik die direct. ‘Er zijn zo van die dagen’, las ik, ‘dat God, droef te moede, niet meer in mij gelooft.’

“Zelfs Joost niet”

Zwagerman kampte met angst voor de leegte en de zinloosheid, zei Rob Schouten in de documentaire van Verbraak. Die termen troffen me, omdat ik net bezig was in een boek waarin ze veelvuldig voorkomen: ‘The courage to be’ van filosoof/theoloog Paul Tillich. Tillich gaat er, kort gezegd, vanuit dat achter onze concrete angsten iets diepers schuilgaat, dat zich niet laat bedwingen: de vrees voor de dood, het niet-zijn. Een vrees die ons zo kan verlammen, dat ook het zijn ons te veel wordt – wat ons dan ontglipt is de moed om te leven. En niemand kan een ander verwijten dat hij die moed niet meer heeft. Of zoals Arielle Veerman, zijn ex dus, in 2018 zei: “Niemand heeft schuld, zelfs Joost niet.”

Maar nu zij zelf met een boek komt, blijkt het toch ingewikkelder te liggen. Zwagerman had talent voor vetes, en die voerde hij ook met zijn ex. Door een einde aan zijn leven te maken, plaatste hij haar, bedoeld of onbedoeld, in de positie van schuldige en hij kan daar niet meer op terugkomen. “Joost heeft dat zelf beschreven: zelfmoordenaars maken van de nabestaanden moordenaars. De schuldvraag, daar heb ik veel last van.” Hoe zwaar moet dat zijn, al beseft Veerman ook dat ‘iedereen machteloos staat in dit verhaal, Joost ook, ik ook, zo is de mens’.

Is haar verhaal te persoonlijk? Niet voor wie weet dat de moed om te leven niet altijd vanzelf spreekt. Maar wat een tragiek. ‘Misschien heeft God zich in mijn dood vergist’, schreef Zwagerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden