Beeld trouw

Column Rob Schouten

Het eind der tijden is van alle tijden, en dat geeft kortsluiting

In 1972, het jaar waarin de Club van Rome haar alarmerende rapport ‘Grenzen aan de groei’ publiceerde, was ik achttien jaar, ik mocht al wel stemmen maar was nog niet meerderjarig. Mijn ware leven moest nog beginnen en ik geloof niet dat ik erg onder de indruk was van dat omineuze bericht uit

Rome. Dat kwam ook omdat ik in mijn jeugd al diverse malen aan de Apocalyps was blootgesteld, vanaf de kansel namelijk, want de zevendedagsadventisten bij wie ik opgroeide geloven in een spoedig eind der tijden.

Ik vond het onredelijk dat ik, nog maar net begonnen met mijn leven, mij moest verheugen óp, dan wel vrezen vóór het einde van onze beschaving waaraan ik net begon te wennen. En dus vingen in mijn hoofd de ‘het zal zo’n vaart niet lopen’- en ‘na ons de zondvloed’-cellen aan te gloeien.

Noach

Ik kende natuurlijk het verhaal van Noach, die door de omstanders uitgelachen werd omdat hij een ark bouwde maar die toch grimmig gelijk kreeg, maar ik was geneigd dat hele verhaal als een fabeltje te beschouwen. Er was wel ooit een grote overstroming geweest, maar Noach was een verzonnen ‘prepper’ die het verschijnsel regenboog moest verklaren.

Over preppers zag ik onlangs een documentaire; preppers (van preparation) zijn mensen die geloven dat het eind der tijden nabij is en die zich alvast hebben afgezonderd van de wereld, op eenzame plaatsen, in bunkers. Ze zijn de hedendaagse evenknieën van de apocalyptische sekten die in de jungle of op een compound in Waco of in grotten dan wel op de top van een berg op het einde wachtten en wachten. Ruinerwold.

Het kon me weer niet overtuigen. Dat is het probleem met die apocalyptici, er zijn er te veel van en ze komen te vaak voor, in iedere generatie: het eind der tijden is van alle tijden en dat geeft kortsluiting. Ik lijd aan optimistisch pessimisme: ongetwijfeld komt onze hele beschaving ooit aan z’n end, maar ik en mijn directe nageslacht gaan dat hoogstwaarschijnlijk niet meemaken.

Nattevingerwerk

Maar wie weet? Het verschil met vroeger doemdenken is dat er nu al een jaar of vijftig, sinds die Club van Rome, wetenschappers aan het woord zijn. Noach en zijn nazaten deden in zekere zin aan nattevingerwerk, toekomstvoorspellingen waren het werk van zieners en wichelaars.

Vanwege die wetenschappers geloof ik er nu een beetje meer in, maar tegelijkertijd geloof ik daarom ook in een soort soelaas. Tegen die oude apocalypsen viel niks uit te richten, die overkwamen je gewoon (niet dus), maar nu kunnen we opwarming vertragen, stikstof reduceren, andere maatregelen nemen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat de mens een hardnekkige optimist is, want wie dacht er de afgelopen jaren eigenlijk nog aan die fossiele Club van Rome? Ik niet.

De mens is nu eenmaal geneigd naderende rampspoed te onderschatten en als het echt niet anders meer kan, zijn autosleutels te zoeken of het vliegveld te bellen, op weg naar meer stikstof en opwarming al is het voor het laatst.

Enfin, het tijdstip van de Apocalyps is nog altijd ongewis, ik blijf hopen dat het als een verrassing komt.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden