EssayOver de schreef

Het boek van Yolanda Entius kwam uit, en dus moest haar man van haar uit de kleren

null Beeld

En zo ga je over de schreef, onbedoeld en ongemerkt. Yolanda Entius zag al helemaal voor zich hoe ze haar nieuwe boek zou presenteren, haar man naakt en trots aan haar zijde. Maar ze vergat te vragen wat hij daarvan vond.

‘Ik ken geen enkele vrouw die geen ervaring heeft met seksueel geweld’, zei feministe Pauline Harmange op 27 februari in deze krant. Twee weken eerder publiceerde NRC een omvangrijk artikel over Dion Graus die zijn toenmalige vrouw ertoe zou hebben aangezet seks te hebben met zijn privé-beveiligers. Een soort betaling in natura zou dat zijn geweest. Het eerste wat ik dacht, wat ik bij zoiets altijd denk, was: maar hoe kan zij daar nou toch in mee zijn gegaan?

Het antwoord zou dan zijn: ze werd gedwongen of voelde dat zo – wat niet helemaal hetzelfde is. Fysiek geweld was daar niet voor nodig. De druk die ze ervoer was genoeg, wat het tot een subjectieve aangelegenheid maakt. En omdat in dit geval het stel inmiddels ruzie heeft en ook wraak een rol zou kunnen spelen, begeven we ons, als het tot een (publieke) beschuldiging komt, al snel op glad terrein. Niet dat ik het hier voor Graus wil opnemen. Ik heb, vrees ik, wel een vaag idee van zijn drijfveren, en daar wou ik het, om het smakelijk te houden, graag bij laten. ‘Man’, zo zou Harmange zijn kwaal in één woord samenvatten. En hoewel ik zo ver niet zou willen gaan, moet ik toegeven dat ik, toen mijn eigen lichaam eens onderwerp was van handjeklap, kwaad werd op de man aan wie gevraagd werd naar mijn prijs, ook al was hij daar niet op in gegaan.

Yolanda Entius (1961) is schrijver van onder meer Rakelings, Het kabinet van de familie Staal en Abdoel en Akil. Onlangs verscheen haar nieuwe roman Niet ik, over een obsessionele verliefdheid. Entius is literatuurrecensent voor deze krant.

Begin twintig was ik en samen met hem op wandelvakantie in Sardinië. Uitgeput waren waren we aan het eind van een snikhete dag weer in de bewoonde wereld. En terwijl ik op een brug mijn rugzak van mijn schouders liet glijden en smachtte naar het water, merkte ik dat er van een afstandje naar me werd gekeken. Mijn wandelpartner was druk in gesprek met een dorpeling die zijn ogen niet van me af kon houden. Pas later in de tent kreeg ik te horen waar dat over was gegaan. Ik moest lachen maar voelde me, ondanks dat mijn maatje ’s mans aanbod resoluut had geweigerd, toch besmeurd, ook door hém. Het duurde even voor ik door had waarom: het was natuurlijk niet aan hém, mijn wandelvriend, om te beslissen of ik wel of niet te koop was, dat was aan mij. Caro amico, had hij tegen het ventje moeten zeggen, dat moet u aan háár vragen, queste figa e tette sono le sue. Netjes vertaald: het zijn haar edele delen.

Omgekeerd is het volstrekt ondenkbaar dat een vrouw aan mij naar de prijs van mijn maatje had gevraagd. En in het uitzonderlijke geval dat zoiets zich toch zou voordoen, zou ik vanuit mijn onschuld, als de (historisch) onderdrukte partij, misschien bij wijze van grap een prijs noemen. Hetgeen overigens best slecht af kan lopen. Er is weinig fantasie voor nodig om aan dit geintje een minder lollige draai te geven met jaloezie, aanranding en rancune. Maak van mijn wandelpartner een man van kleur en je hebt de poppen aan het dansen. Ik wil maar zeggen: situatie, sekse en kleur doen ertoe als het om uitleg, interpretatie én de consequenties van je daden gaat.

Yolanda Entius Beeld Bart Grietens
Yolanda EntiusBeeld Bart Grietens

Entius geeft zich bloot

Daar dacht ik over na toen het NRC me op zaterdag 13 februari een kijkje gunde in de wereld van Dion. Over mannen en vrouwen, de vergrijpen van Graus en over de uitglijder die ik op het punt stond zelf te maken. En hoewel die in geen vergelijking stond met wat zich (al dan niet) tussen Graus, zijn beveiligers en zijn ex had afgespeeld, waren er wel degelijk raakvlakken.

Entius geeft zich bloot – zo was het begonnen. Ik zou, ter promotie van mijn nieuwe roman Niet ik, naakt in de etalage van de boekhandel gaan zitten. Mensen zouden dat filmen en dat filmpje zou dan viral gaan. Op die manier zou ik Niet ik met een weinig oorspronkelijk – ik weet het – maar desalniettemin gewaagd kunststukje een kontje geven over de schutting van het Hilversumse bolwerk. Mijn stunt zou mij een plaatsje aan een talkshowtafel bezorgen. Ik zou daar – decent gekleed uiteraard – de belangstelling van de kijkers weten te wekken. “Die Entius”, zouden ze denken, “dat we daar nou nooit van hebben gehoord, hoe is het mogelijk. Zo’n leuke vrouw: erudiet, grappig, welbespraakt.” De uitgever kon meteen diezelfde dag al bij gaan drukken.

En ach, als het allemaal op niets uit zou lopen, een mogelijkheid die ik toch wel onder ogen moest zien, dan had ik in ieder geval Niet ik gedenkwaardig gedoopt. Aldus smokkelde ik ook een fles champagne in mijn dagdroom waarna ook mijn geliefde, de man aan wie ik mijn boek heb opgedragen, een (dan nog bescheiden) plaats kreeg in het tafereel: samen zouden we die opentrekken. Ik zou de proloog voordragen waarin de ik denkt volwassen te zijn als ze haar rijbewijs heeft gehaald en gestopt is met roken. Aan het slot van die passage zou ik kalmpjes een sigaret uit mijn broekzak (!) halen. Voor het eerst in bijna twintig jaar zou ik er een opsteken. Ook zou ik de groene hakken aantrekken die een vrouw me, speciaal voor de gelegenheid, cadeau deed. Ik draag nooit of zelden hakken, maar bij de presentatie van een boek over de liefde waarin ik nadrukkelijk het recht en het plezier opeis een vrouw naar eigen smaak en goeddunken te zijn, horen, bij wijze van uitzondering, die hakken die zo goed passen bij mijn mintblauwe pak.

Zo was ik, in een handomdraai, nog voor ik ze goed en wel had uitgetrokken, al weer ín de kleren. Maar omdat er, omwille van de stunt, toch íémand naakt moest, muteerde het oorspronkelijke idee in een variant waarbij niet ík maar mijn geliefde uit de kleren ging. Naakt en trots stond hij naast me. Ja, dat was toch eigenlijk veel beter. Niet ik ging bloot, maar hij.

“Schat”, vroeg ik “zou jij er wat voor voelen om in natuurlijke staat in de etalage van Island Boekholt te gaan staan.”

“Tuurlijk,” antwoordde hij, “voor jou doe ik alles.”

Het idee liet me niet los

En alhoewel die etalage niet doorging – de boekhandel aan de Amsterdamse Westermarkt vond het een verleidelijk voorstel, maar beschikte niet over de mogelijkheden om ons optreden te streamen – liet het idee, een filmpje met mijn geliefde, me niet meer los. Sterker nog, het ontwikkelde zich tot een welomschreven plan, wat zeg ik: een performance, regelrechte Kunst!

Welbeschouwd had ik de boekhandel niet nodig. Waarom niet gewoon dat filmpje maken en online zetten, nog altijd met die prikkelende titel ‘Entius geeft zich bloot’.

Inhoudelijk was het ook nog eens enorm verantwoord. Nooit was naakt zo functioneel als in dit filmpje waarin ik voorlas uit de roman waarin ik me figuurlijk blootgeef terwijl ik, hand op zijn schouder, steun zoek bij mijn vriend die, heel bevallig naast me zit. Ik lees nu het hoofdstuk waarin ik les ga geven op de Design Academy. Om ‘informeel’ kennis te maken hebben ze me gevraagd om poedelnaakt te poseren voor mijn leerlingen in spé. Vol schaamte denkt de roman-ik terug aan de man op wie ze, als toneelschoolleerling, zo mateloos verliefd werd.

Wat een goed idee ook om in een verhaal dat zich afspeelt in de toneelwereld de rollen om te draaien. Hij is naakt en draagt hakken, zij (ik dus) is in pak. We zijn een soort Gilbert en George geworden nu, niet dat ik daar zo’n fan van ben, maar het wordt steeds ‘artistieker’. Er is maar een probleem: ik heb mijn geliefde nog niet in de nieuwe plannen gekend.

“Over dat naakt poseren, hè,” zeg ik op donderdag de elfde.

“Dat is toch van de baan?”

“Nou, Island Boekholt is van de baan, maar ik kan natuurlijk wel een filmpje maken…” “Oké,” knikt hij als ik het idee uiteenzet. Ik zie daarin een toezegging, maar omdat ik (in retrospectief) toch ook wat nattigheid moet hebben bespeurd, besluit ik er een nachtje overheen te laten gaan.

De volgende avond hervat ik ons gesprek. We hebben de hele dag geschaatst, ’s ochtends in de Eilandspolder, ’s middags op de Gouwzee. Rozig en moe zijn we – van de inspanning, het buitenzijn en van de wijn niet te vergeten die ons in rap tempo verder doet ontspannen. We zitten op de bank, wou ik schrijven maar eerlijk gezegd weet ik niet meer waar we ons precies bevonden. Ik herinner me alleen dat hij “ho, ho” zegt – “Ho, ho, ik heb nog geen ja gezegd, hè.”– en dat we kort daarop in slaap gesukkeld zijn.

De volgende ochtend herschep ik het beeld zó dat de edele delen van mijn geliefde tussen over elkaar geslagen dijen verborgen blijven. Ik vind dat, meteen ook weer, een nóg beter plan: hij is naakt, maar zonder geslacht! “Maar ik heb toch geen ja gezegd”, reageert mijn geliefde korzelig.

“Nee”, beaam ik, “je hebt nog geen ja gezegd.”

“Nóg geen ja?” Hij schudt zijn hoofd. “Geen ja. Helemaal geen ja. Nee.”

Zo fout als Graus

En ik wil nog zeggen dat hij een mooie torso heeft waarvoor hij zich niet zou hoeven schamen – alsof dat er iets toe doet, alsof ‘lelijk’ de reden zou zijn om je kleren aan te willen houden – als ik de iPad zie waarop Dion me, vanachter zijn lichtblauwe venstertjes, toegrijnst. En dan besef ik dat ik fout zit. Ik heb niet naar mijn vriend geluisterd.

Dagenlang heb ik alleen gehoord wat ik wilde horen, niet wat hij zei. Misschien al wel vanaf dat allereerste ‘Tuurlijk’ waarin je net zo goed een ‘ja’ als een ‘nee’ (grapje) kunt horen. Zo fout als Graus ben ik niet misschien, maar toch. Draai (opnieuw) de rollen eens om: maak van mij een hem, en van hem een haar, en laat hem dan nóg iets dover zijn, en haar iets zachter met haar nee…

Misschien dat een vrouw minder snel aan gene zijde van de grens belandt, of dat we, omdat we er nogal eens het ‘slachtoffer’ van worden, eerder merken hoe glad het ijs is; a priori onschuldig zijn we niet.

En wat ons, mijn naakte vriend en ik, betreft: we hebben het laten rusten. Even nog heb ik overwogen me dan toch maar weer zelf te strippen, maar ook daar zie ik vanaf. Per slot van rekening wilde ik mijn boek verkopen en niet mijn (vege) lijf.

null Beeld

Yolanda Entius
Niet ik
Van Oorschot;
240 blz, € 20,-

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

‘PVV-Kamerlid Dion Graus zette vrouw aan tot seks met beveiligers’

De Rijksrecherche onderzoekt nieuwe opnames en documenten waaruit zou blijken dat PVV-Tweede Kamerlid Dion Graus zijn toenmalige echtgenote meerdere jaren heeft aangezet tot seks met zijn particuliere beveiligers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden