ColumnMaddy Hulshof

Het beeld van Sint Antonius heeft een mondkapje op, hier werken verzorgsters met humor

We lopen samen op de gang, zacht schuifelend naar nergens. Ze vindt het te druk want ‘de rollators komen van alle kanten en sommigen gaan veel te snel’. Ik zeg haar dat wij dan samen de gemiddelde snelheid omlaag brengen, voor de veiligheid. Ze lacht: “Doe ik toch nog iets nuttigs”.

Bij iedere deur wil ze even stilstaan en lezen wie er woont. Haar naaste buren kent ze nog niet en haar oude buurvrouw woont drie kamers verder. “Ze hebben Tinie toch zo ver weg verhuisd, ik zie haar nooit meer.” Je kunt nooit genoeg Tinies in de buurt hebben, ze sleepte onze moeder door de coronaquarantaine. De zussen en ik stonden in die eenzame tijd drie keer per week op het grasveld bij het verzorgingshuis. Het gemis, de gezamenlijke onrust en de hoge ademhaling probeerden we onder controle te krijgen door onze moeder voor het raam te zien.

We zwaaiden met vlaggen en maakten hartjes van scheerschuim op het gras. We schreven hun namen erbij, waarna we Tinie wild gebarend achter mama’s vitrage zagen. De zus van de opmerkzaamheid en praktische vertaling begreep het als eerste: “Het is niet Tiny met y maar met ‘ie’ op het eind”.

Hier werken verzorgsters met humor

Inmiddels zijn de mondkapjes voor de bezoekers weer verplicht, ruim voor Rutte het zei. Aan het eind van de gang staat het beeld van Sint Antonius. Vorige week had hij nog een eigen kapel, nu een hoekje in de gang. Met mondkapje, hier werken verzorgsters met humor. 

“Weet je nog”, zegt ze, “dat ik vroeger om hulp van Antonius vroeg?” Ik trek mijn mondkapje iets verder omhoog, lekbakje voor ontroering. Ik weet het nog. Onze moeder stommelend op de zoldertrap, wij lagen al in bed. “Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn belastingpapieren vind”. En al was ze onze moeder, soms was ze ook ons kind, al wist je niet precies wanneer. Ik wou troost voor haar. Ik wou dat ik steengoed was in belastingpapieren. Ik wou een vader die mee kon helpen.

Sint Antonius, patroonheilige van de verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen was er ook voor mij, de zevenjarige. “Heilige Antonius beste vrind, zorg dat mama een papa vindt.” Het liefst onze eigen vader. Maar die was dood en we zouden hem nooit meer zien, hadden ze gezegd. Nooit duurde veel te lang.

Ruim in de thee

“Wil je een kaarsje opsteken?” vraag ik. Ze zegt dat ze nu even niet weet waarvoor, ze zal nadenken of ze iets vindt dat ze kwijt is. Al is er dan dagelijks ongemak, de zorgen zijn veel kleiner en beter te hanteren. De thee die bijna op is. “Ik zit graag ruim in de thee.” De bloemen die vers water nodig hebben. Haar nieuwe trui die nog niet terug is van de wasserette. De ansichtkaarten op haar tafeltje “die ruim ik op als ik er een keer tijd voor heb.” In haar fruitschaal met de mandarijnen ligt post die haar nog steeds verontrust. Eén keer per jaar een zenuwachtige blauwe brief. We nemen die voor haar weg. Haar ongemak en de heilige Antonius kun je bijna tegen elkaar wegstrepen. We hebben gewandeld over de gang, diep door tijden van vroeger. “Dag mam, lief zijn.” Aan de andere kant van de schuifdeur trilt het leven me tegemoet. Het mondkapje mag bijna af, ik zet de pas erin, weer vooruit in de tijd.

De moeder van Maddy Hulshof is goed van geest, maar oud en haar dagen zat. Ze moet verhuizen en heeft daarover niets te zeggen. Lees al haar columns hier terug

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden