Interview Heinz Bude

Heinz Bude: De ongelijkheid in onze maatschappij is ontspoord

Heinz Bude Beeld Getty Images

In onze welvaartsstaat ligt de nadruk meer op rechtvaardigheid dan op solidariteit, stelt socioloog Heinz Bude. ‘De vraag ‘Wat heb je nodig?’ wordt te weinig gesteld.’

Hét begrip voor deze tijd, noemt socioloog Heinz Bude (1954) het: solidariteit. Dat raakte volgens hem de afgelopen decennia onterecht uit de mode. In zijn nieuwste boek ‘Solidarität. Die Zukunft einer großen Idee’ (Solidariteit. de toekomst van een groot idee) blaast hij het stof eraf. Solidariteit moet weer centraal komen te staan, want het samenlevingsmodel dat we decennia gekend hebben, valt uiteen. En velen hebben hun buik vol van het neoliberalisme met alle ruimte voor de vrije markt. 

“Het basisidee daarvan was: een goede samenleving is er een van sterke individuen. De politiek van de laatste veertig jaar wilde de mogelijkheden van het individu te versterken. Als je dat deed, bijvoorbeeld door onderwijs, dan werd het voor iedereen beter. Maar ik stel vast: bijna niemand gelooft daar nog in.”

Waaraan ziet u dat?

“Aan het populisme, vooral het rechts-populisme. Dat is een afrekening met een leugen – die van het sterke individu. In de kern pakken populisten het motief van de solidariteit weer op. 
“Links kijkt ondertussen toe en stelt er eigenlijk alleen maar een ‘liberalisme van het slechte geweten’ tegenover: ‘Natuurlijk willen we geen egoïsme, maar een beetje egoïsme is wel nodig’. En de mensen lopen bij hen weg.
“Het probleem is dat rechts-populisten een exclusieve solidariteit voorstaan: ze definiëren een ‘wij’ en zeggen: solidariteit is alleen voor ons en niet voor de anderen. Dat idee is buitengewoon verleidelijk. Je kunt er verkiezingen mee winnen.”

Wat is er verkeerd aan exclusieve solidariteit? Je kunt toch niet met de hele wereld solidair zijn?

“Ik heb er ook geen probleem mee om grenzen te trekken. Wees je er alleen wel van bewust dat deze grenzen telkens veranderen. Exclusief solidair betekent: ‘Duitsland eerst’. Maar wie zijn dat dan? Christenen, witte mensen? Hoe zit het dan met de Duitsers van Turkse komaf? Ja, goed, hoor je dan, die horen er nog wel bij. Maar niet die van Arabische origine.”

Wat stelt u daartegenover, een inclusieve solidariteit? Zijn daarvan de grenzen vloeiend?

“Niet vloeiend, maar ze kunnen wel veranderen op grond van vragen of projecten die we met elkaar delen. Ik heb er geen probleem mee als je zegt: ‘Nee, er komen nu mensen naar ons toe die polygamie voorstaan. Willen wij met hen iets delen? Nee, dat willen we niet.’ Dat mag je zeggen, dat is volkomen oké.”

Terug naar wat u eerder zei: u ziet het rechts­-populisme als een teken dat mensen niet meer geloven in het idee van het sterke individu. Waarom ervaren ze dat als een leugen?

“Ze stellen de vraag: wat leverde het op? Er is een nieuwe vorm van weerzinwekkende rijkdom, overal ter wereld, met ongelijkheid niet alleen tussen de boven- en de onderkant van de samenleving, maar veel directer, naast je, op je eigen gang. Er zijn huishoudens waarin beide partners precies even hoogopgeleid zijn, maar de een verdient vier- en de ander tienduizend euro. Ben je een beetje slim en weet je de weg in de digitale wereld, dan kun je tweeduizend per dag verdienen. Wanneer je jammer genoeg leraar bent met een vast contract, zul je nooit meer dan vierduizend bruto verdienen. Per maand.

“Zulke ongelijkheid was er vroeger niet, of veel minder. Ze is ontspoord. De belofte was: we leven in een prestatiemaatschappij, maar in werkelijkheid rijmen prestatie en beloning niet. Minimale verschillen in prestatie hebben grote gevolgen voor het inkomen. Wat we hebben, zijn steeds meer winner takes all-markten. Dát is het resultaat van de laatste veertig jaar. De top krijgt zeer veel en steeds meer. En de rest zoekt het maar uit. Dat maakt de mensen woest. Ik kan dat begrijpen. Daar móéten we iets tegenover zetten.”

Wat dan?

“Een begrip van solidariteit voor nu, voor het tijdperk ná het neoliberalisme. Anders ingevuld dan vroeger, existentieel en urgent. De politiek kan niet meer uitgaan van een ervaren collectief, zoals klasse. Klassiek links dacht aan een ‘wij’ van onderdrukten en uitgebuiten. Dat bestaat niet meer. Er zijn te veel winnaars en verliezers die zich niet meer laten verenigen.” 

Beeld Dawin Meckel

Socioloog Heinz Bude (1954, Wuppertal) is getrouwd en heeft een dochter. Als hoogleraar is hij verbonden aan de universiteit in Kassel. 

Daar gaat Bude in zijn boek uitgebreid op in. Onrecht op het werk was ooit een sterk motief voor solidariteit, schrijft hij, de communisten wisten dat. Niets vonden ze belangrijker dan eenheid tussen de arbeiders, niets zo gevaarlijk als onderlinge strijd. ‘Proletariërs, verenigt u’, was niet voor niets de leus. Arbeiders herkenden zich in de term ‘klasse’, ze werkten allemaal met dezelfde machines voor hetzelfde loon, ze konden staken en dan stopten hun machines. In een kantoor vormen werknemers nu een ‘niet-klasse’: werknemers willen als ‘individu’ worden aangesproken op eigen vaardigheden, en naar individuele prestaties beloond.

Bedrijven stimuleren dat: ontplooi jezelf, onderscheid je! Mensen willen een persoonlijke meerwaarde geven en zoeken in het werk meer dan werk: vervulling. Zie al die unieke individuen dan maar in een ‘klasse’ te verenigen. Voeg daarbij de flexibilisering van de arbeidsmarkt, met groeiende legers aan ‘zelfstandigen’ en ‘creatieven’. Als wezenloze atoompjes zoemen ze langs elkaar heen in hun co-working space: samen, maar ieder voor zich, hooguit klonter je kortstondig samen voor een project, dan val je weer uiteen.

Hierdoor, analyseert Bude, hebben mensen minder snel het gevoel dat eenzelfde lot ons allen treft en zijn ze dus nauwelijks achter een gemeenschappelijke zaak te scharen. Bovendien is succes (en falen) je eigen verantwoordelijkheid, dat is het mensbeeld van de zelfoptimalisatie: werk aan jezelf, haal alles eruit! Van deze filosofie is Silicon Valley doordrenkt, stelt Bude. Met hun apps exporteren de Silicon-bedrijven haar.

“Solidariteit”, schrijft Bude, “gaat om mijn bereidheid me te openen voor de noden en het lijden van mijn medemensen, en mijn gevoel van verantwoordelijkheid en bekommernis om het geheel”. 

Heinz Bude Solidarität. Die Zukunft einer großen Idee Carl Hanser; 174 blz. € 19,99

Duitsland en Nederland zijn verzorgingsstaten, op solidariteit gebouwd, waar zwakkeren in principe worden opgevangen. Functioneren die dan niet meer?

“Jawel. Maar die welvaartsstaten hebben de neiging zich op rechtvaardigheid te focussen. Dat is ook volkomen begrijpelijk: je hebt rechtvaardige procedures nodig, een goede bureaucratie. Je moet kunnen vragen: Wat komt jou precies toe? Hoelang heb je gewerkt, kom je in aanmerking voor de regeling?

“Het probleem is dat een welvaartsstaat óók op die andere pijler rust: solidariteit. Welke gemeenschap draait voor de kosten op? De verhouding tussen gerechtigheid en solidariteit is het grote thema van de verzorgingsstaat van de toekomst. De vraag van rechtvaardigheid is: Wat komt je toe? Solidariteit vraagt: Wat heb je nodig? Die laatste vraag hebben onze verzorgingsstaten veel te weinig gesteld.”

Kunt u het verschil tussen die vragen toelichten?

“De vraag ‘Wat heb je nodig?’ zegt iets over onze verhouding. Dan moeten we ons beiden inspannen om dat mogelijk te maken. Nu is het vaak: ik ga naar een loket en klaag dat ik niet krijg waar ik recht op heb. Dat gaat uit van onpersoonlijke rechtvaardigheid. Terwijl de verzorgingsstaat gebouwd is op de solidariteit van burgers. Onder het juridische zit vertrouwen. Op dat laatste dreigen we het zicht te verliezen en dat zicht moeten we weer krijgen.

“Een voorbeeld. In Duitsland willen de sociaal-democraten nu een ‘basispensioen’ invoeren (het land kent geen AOW, red.). Voor sociaal-democraten is het logisch dat dit een goed idee is, dat moet iedereen toch willen, ouderen van dagen hebben recht op een waardige oude dag. Dat willen ze financieren door belastingheffing, maar ze gaan eraan voorbij dat je eerst de basale discussie moet voeren over de vraag: wíllen we dit als solidaire gemeenschap? Als dat gesprek in alle openheid gevoerd wordt, zul je nog versteld staan van waartoe mensen bereid zijn, vermoed ik. Maar je moet het ze wel eerst vrágen: Wat is het u waard dat we een ‘basispensioen’ krijgen in Duitsland?”

“Veel mensen vinden dat de welvaartsstaat hun wordt opgelegd. Dat is niet goed, want solidariteit vraagt juist de inzet van iedere enkeling die zich ervoor moet willen inzetten. Dáár moeten we het over hebben, in alle openheid, ik geloof dat dat onze democratie opfrist.”

Beeld Getty Images

U beschrijft hoe alle trends richting het verder atomiseren van de samenleving gaan. Hoe wilt u solidariteit terug zien te krijgen?

“Mijn oplossing is: we hebben een idee van solidariteit nodig dat door het oog van de naald is gegaan van het individu. Dat het individualisme erkent. Mijn idee is er eentje van ná het neoliberalisme. Alleen op het ‘ik’ kun je in de huidige tijd nog een urgent idee van een ‘wij’ funderen. Niet vanuit klasse of voorgegeven groep.”

Dat klinkt heel abstract.

“Laat ik even teruggaan in de tijd. In 2004 schreef ik ‘Gesellschaft der Angst’ (Samenleving van de angst). Dat is eigenlijk mijn boek over het neoliberalisme. Mijn basisthese daarin was dat het sterke zelf in de kern een angstig zelf is: ik ben bang om tekort te schieten. Iets te missen. Het idee is dat het sterke ik maar zeer moeizaam zijn angst beteugelt. In mijn nieuwe boek ga ik daarvanuit verder. Solidariteit is de poging om te zeggen: overwin je angst. En dat kun je alleen als je afscheid neemt van het idee dat je alles zelf voor elkaar kunt krijgen.”

Hoe bijvoorbeeld?

“Door ruimhartig te durven zijn. Je moet op anderen leren afstappen in het vertrouwen dat ze geen profiteurs zijn. Mensen gaan er vaak van uit dat anderen profiteurs zijn – ‘die neemt alleen maar en geeft niks terug’. Omdat ze bang zijn de sukkel te zijn die achter het net vist omdat-ie niet aan zichzelf dacht. Zo iemand wordt juist zelf een profiteur. Je moet je angst overwinnen om die sukkel te durven zijn.”

Je angst overwinnen – u klinkt meer als een psycholoog dan als een socioloog.

“Toch denk ik dat het heel, heel belangrijk is. Het gaat in wezen om een ervaring van kwetsbaarheid, van zwakte van het individu. Als ik ontdek hoe broos mijn kracht is, zie ik eigenlijk dat ik daarmee alleen in het reine kan komen met anderen in de buurt.

“We leven momenteel in een tijd – en daarom is het echt het ogenblik van de solidariteit – waarin de erkenning van onze kwetsbaarheid zich kan verbinden met de erkenning dat de hele planeet kwetsbaar is. Dat de aarde op ons is aangewezen. Anders gaan we samen ten onder.”

Lees ook:

In onze samenleving is nog altijd meer solidariteit dan we denken of vrezen

Angst, vreugde en verdriet verbinden ons. Maar er is een betere hechting te bereiken. Die vereist wel respect voor taboes, betoogde kerkjurist en publicist Rik Torfs eerder in Trouw.

Alles wordt een keuze, ook pech of solidariteit

De belangrijkste scheidslijn loopt in 2050 misschien niet tussen de haves en de havenots, maar tussen de cans en de cannots, degenen die wel en niet genoeg vaardigheden hebben om mee te komen. Solidariteit tussen die maatschappelijke groepen is straks waarschijnlijk minder vanzelfsprekend dan nu. Die waarschuwing laat het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden