Heinke Nederlof eerder dit jaar, neus in de boeken.

NaschriftHeinke Nederlof (1932-2020)

Heinke Nederlof (1932-2020) vervulde graag een rol in de wereld van doven

Heinke Nederlof eerder dit jaar, neus in de boeken.Beeld Ebel Zandstra, Meppel

Heinke Nederlof was haar hele leven gebiologeerd door doofheid. Zelf werd ze al jong ‘de oren’ van haar dove ouders. Ze ontwikkelde een antenne waarmee ze aanvoelde wat nodig was.

Heinke Nederlof voelde zich haar hele leven geroepen om te helpen. Als kind van dove ouders was ze al jong zelfstandig, een ­eigenschap die haar later in het leven hielp om het hoofd boven water te houden. Op haar tachtigste publiceerde Heinke het boek ‘Kinderen die horen’ over hoe het is om als kind van dove ouders op te groeien. Voorin staat geschreven: ‘Hou van mij’. Ze hunkerde er haar hele leven naar ­gezien en begrepen te worden.

Ze wilde van nut zijn. Ze was zeer actief voor de stichting Coda Nederland (Children Of Deaf Adults) en werkte jarenlang als bibliothecaris op diverse plekken. In 1981 schopte ze het tot hoofd van de bibliotheek in Meppel en transformeerde de kleine bieb tot florerend boekencentrum met een hal voor exposities – boeken en kunst waren grote liefdes. Ondanks al haar inzet zei ze weleens: “Ik ben een goede twee ­viool”. Haar omgeving begreep dat maar moeilijk.

Heinke’s wiegje stond in 1932 in Rotterdam. Haar ouders Heiny van der Heijden en Henk Nederlof hadden elkaar leren kennen bij de dovensport. Vader werkte als zelfstandige meubelmaker en moeder weefde de prachtigste stoffen. Hun inrichting was voor die tijd zeer modern, met lichte kleuren en strakke meubelen. Een schoolvriend omschreef de stemming bij haar thuis eens als een ‘zuivere sfeer’. Er klonk geen onvertogen woord en de ouders streefden ernaar hun koters een zo inclusief mogelijke opvoeding te geven. In de woonkamer stond dan ook een piano voor hun muzikale ontwikkeling.

Als kind trad ze veelvuldig op als tolk voor haar dove ouders, wat ze soms lastig maar ook machtig interessant vond. Ze had een rol te vervullen, ze betekende iets. Met haar oudere broer Henk fopten ze hen heus weleens door de stekker uit de stofzuiger te trekken, waarna moeder zonder dat zij het doorhad rustig doorging met stofzuigen. Of ’s avonds laat flink keten; er was toch niemand die het kon horen. Tot de buurman aan de deur stond om de twee kinderen te verraden.

Met ex-man Bram Mojet en oudste zoon Mart in 1962. Beeld   privécollectie
Met ex-man Bram Mojet en oudste zoon Mart in 1962.Beeld privécollectie

Leergierig en nieuwsgierig was ze, al vond Heinke zichzelf een schaapachtig meisje. Nadat ze als gezin ongeschonden uit de oorlog waren gekomen, ging zij naar het Haagse Huygens Lyceum. Daar genoot ze van gedichten uit het hoofd leren en declameren. Hoewel ze aanvankelijk naar de kunstacademie wilde, liet ze zich door haar vader – die ze hoog had zitten – overhalen een zekerder bestaan te kiezen. Als fervent boekenlezer werd haar aandacht getrokken door de interne opleiding tot bibliothecaris. Dat vak bleek op haar lijf geschreven, want los van haar brede interesse was ze secuur en vakkundig in het opzetten van catalogi. Je hoeft niet alles te weten, maar je moet het wel kunnen vinden, vond ze.

Het leek soms wel alsof alle narigheid haar een beetje overkwam,

In haar vrije tijd speelde ze als twintiger bij een lekenspelgroep, die de religieuze ­lekenspelen van dichter Martinus Nijhoff opvoerde. Voor een van die spelen zochten ze nog een koning en dat werd leraar Bram Mojet. Ze viel voor zijn ‘vermoeide, ouwe ogen’ en trouwde in 1957. Al vlot werden Mart en Maartje geboren. Verdrietig genoeg overleed de 2-jarige Maartje aan een longontsteking, toen bleek dat in het ziekenhuis niet de benodigde longapparatuur voorhanden was.

Aanvankelijk leek het alsof Bram en Heinke de draad weer oppakten: een jaar na haar overlijden werd zoon Tim geboren en daarna dochter Martha. Maar het verdriet zette zich vast in Heinke’s lijf: ze uitte haar emoties amper en samen konden ze er niet over praten. Ze verhuisden naar Havelte, waar al snel bleek dat het stel uit elkaar was gegroeid. De scheiding in 1971 gaf een stevige knauw. Het leek soms wel alsof alle narigheid haar een beetje overkwam, alsof ze er zelf weinig invloed op had.

Ze had nooit een eigen plan, maar rolde van het een in het ander. Zo vond ze een ­betrekking bij de Provinciale Bibliotheekcentrale in Assen, waar ze met haar drie kinderen naartoe verhuisde. Op haar werk had ze er veel lol in gehad om de meest onmogelijke verzoeken te verwezenlijken. Thuis deed ze haar best om een gezellig gezins­leven te creëren. Al betekende dat keihard werken en vele ballen in de lucht houden. Na de scheiding kwam er geen nieuwe man in haar leven.

Heinke was hartelijk, gastvrij en nodigde collega’s geregeld bij haar thuis uit. Dan was de tafel rijkelijk gevuld met heerlijke gerechten en een goed glas wijn. Na enkele jaren verruilde ze de bibliotheekcentrale voor een baan als bibliothecaresse op de Christelijke Scholengemeenschap in Assen. Daar toverde ze de ruimte met een enkele boekenplank om tot levendige bibliotheek, waar niet alleen leerlingen leesvoer haalden, maar ook docenten hun hart konden ophalen. Heinke genoot van mensen die net als zij leergierig waren. Aan haar was een ­gesprek op niveau zeker besteed, ze hield van het uitwisselen van meningen om haar eigen gedachten te scherpen. Dat ze in 1981 een aanstelling kreeg als hoofd van de bibliotheek in Meppel vervulde haar met trots.

Als bibliothecaris in 1987. Beeld
Als bibliothecaris in 1987.Beeld

In Drenthe zette ze in haar vrijetijd een lekenspelgroep op. Die religieuze spelen ­waren belangrijk voor haar. Hoewel Heinke in het dagelijkse leven spitsvondig en humorvol kon zijn, tolereerde ze tijdens die spelen geen grapjes. Sowieso moest je haar niet ridiculiseren, daar hield ze niet van.

En als ze vond dat iemand in haar ogen een verkeerde mening had, ging ze net zo lang door tot ze haar opponent had overtuigd van haar gelijk. Daarin was ze zeer vast­houdend, soms tegen beter weten in.

Toen de kinderen de deur uitgingen, brak een periode aan van veel alleen zijn. Ze zei daarover: “Kinderen leven nu eenmaal vooruit”. Ze stortte zich op haar werk: de bibliotheek kreeg nieuwbouw en ze had vele activiteiten bij historische en culturele verenigingen. Tot ze ontdekte dat zijzelf niet zou meeverhuizen naar het nieuwe pand, waarvan zij de bouw had begeleid.

Portretfoto uit 2012. Beeld
Portretfoto uit 2012.Beeld

Ze was 57 jaar en diep gekrenkt

Zij die zo graag nuttig wilde zijn, die ernaar streefde gezien en geliefd te worden, werd afgedankt. Zo ervaarde ze dat. Ze was 57 jaar en diep gekrenkt. Een rechtszaak volgde en de rechter stelde haar in het gelijk, maar dat leverde alleen eerherstel op. De sfeer was zo verziekt dat ze haar baan er niet mee terugkreeg. In de jaren erna ging het haar sterk aan het hart dat het bibliotheekwezen compleet werd uitgekleed.

Toen ze geen bibliotheek meer hoefde te runnen, stortte ze zich op haar andere activiteiten. Voor de doven uiteraard – waar ze in 2005 koninklijk voor werd onderscheiden – maar ze schreef ook voor het blad Oud Meppel en was vrijwilliger bij Stichting Kunst in Meppel en het Drentse Poppenspelfestival. Ook haar zes kleinkinderen kregen meer aandacht en ze had alle tijd voor haar uiterst precieze, maar bovenal kunstzinnige creaties. Ze maakte tientallen quilts, poppen en deed aan boekbinden. De meeste kunstwerken gaf ze weg aan familie en vrienden. Complimenten over haar verbeeldingskracht wuifde ze weg: “Ik ben geen kunstenaar. Ik maak gewoon wat.”

Heinke met broer Henk in 1933. Beeld
Heinke met broer Henk in 1933.Beeld

Het liefst zat Heinke in haar voorkamer te lezen, een boek per week. Ze las ieder boek helemaal uit, ook als ze er niets aan vond. Haar encyclopedie bleef een veelgebruikt bezit. Vlot even wat informatie googelen was niet aan haar besteed. Wrang genoeg kreeg ze een oogaandoening, waardoor haar zicht met 50 procent verminderde.

Een zweem van bitterheid klonk soms door in haar woorden. Vorig jaar hoorde ze van de arts dat ze alvleesklierkanker had. “Nou, dan weet ik in elk geval waar ik aan doodga”, zei ze schertsend. De pijnscheuten die duidelijk volgden, mochten niet worden benoemd.

Bovenal had ze nog een taak te volbrengen, want aan Johan Huisjes, de dove grondlegger van het welzijnswerk voor doven in Drenthe, had ze voor zijn dood beloofd dat zij het door hem aangevangen boek over de geschiedenis van doven in Drenthe zou ­afschrijven. Ze werkte er consciëntieus en ­secuur aan.

Een maand voor haar eigen overlijden was de boekpresentatie. Ze was erbij, fragiel en met veel pijn. Daarna vertrok ze naar huis, waar ze enkele weken later stierf. Haar veerkracht was op.

Hendrika Nicoline Nederlof werd geboren op 26 mei 1932 in Rotterdam en stierf 12 augustus 2020 in Meppel.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden