Lavinia Meijer.

Tien GebodenLavinia Meijer

Harpiste Lavinia Meijer: ‘Ik ben geneigd om in mijn eigen bubbel te blijven zitten, me zorgen te maken om ‘niet muzikale dingen’’

Lavinia Meijer.Beeld Mark Kohn

Lavinia Meijer trad op met Iggy Pop en vroeg hem of ze zijn gedicht Mom & Dad op muziek mocht zetten. Zijn vraag ‘Are you still somewhere?’ lijkt voor de harpiste, die op haar tweede van Korea naar Nederland kwam, nóg gelaagder.

Arjan Visser

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Ik maak vaak het grapje dat ik, vanwege mijn harp, wel in de hemel móet komen maar nee, ik geloof niet dat er nog een leven na dit leven is. Het lijkt me, met zoveel leed in de wereld, onmogelijk dat er een god bestaat. Het geloof heeft ook goede kanten, dat zie ik heus wel in, maar religies hebben vooral veel dingen kapotgemaakt… Ik ben, onder andere doordat ik in 2011 Philip Glass (Amerikaanse componist, AV) leerde kennen, wat dichter in de buurt van het boeddhisme gekomen. Een van de mooiste uitgangspunten van het boeddhisme vind ik de gedachte dat tijd geen lijn is die van ‘toen’ naar ‘straks’ loopt. Alles is er al; de ingrediënten zijn aanwezig, de vraag is alleen wat je ermee wil doen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“De harp is een soort boomstam in mijn leven, een verlengstuk van mijn stem. Die stam zal er altijd zijn, hij geeft me houvast en ik kan er al de dingetjes die ik gaandeweg tegenkom in ophangen. Toen ik op het conservatorium zat, hoorde ik medestudenten vaak zeggen dat wij, als uitvoerders, slechts het doorgeefluik van de componist waren. Daar ben ik het niet mee eens. Ten eerste zijn er heel veel interpretaties van muziekstukken mogelijk, maar belangrijker nog: er zit een bepaalde magie in de interactie met het publiek. Het geeft mij ongelooflijk veel voldoening om op zo’n manier met mensen in verbinding te komen. Dat gaat via de muziek, ja, maar ik zit daar ook wel een beetje bij. Toch?”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Het stoorde me altijd enorm als een kunstenaar iets ‘Untitled’ noemde. Kon je niet gewoon even een titel bedenken? Tot ineens het kwartje viel: door een kunstwerk zo te noemen, moet ik mijn eigen verbeeldingskracht gebruiken. Laatst liep ik met Hans den Hartog Jager (kunstcriticus en schrijver, AV) in een Drents natuurgebied waar een kunstroute was uitgezet. We kwamen langs een plek waar allemaal stokjes van verschillende lengtes, in verschillende gradaties groen, in het water waren gezet. Hans vertelde me wat de maker had willen laten zien: iets over de hoogte van planten en zuurtegraad van het water, maar ik had mijn eigen betekenis leuker gevonden. Voor mij waren het rietjes waardoor de mens het sap van de aarde opzuigt. Ik denk dat zoiets ook voor het begrip God kan opgaan: er zijn meerdere interpretaties mogelijk. Als ik tijdens een meditatie de dalai lama – die man is voor mij het symbool voor liefde en vrede – voor me zie, voel ik me veilig en geborgen. Hij is een soort vaderfiguur voor mij, precies zoals God dat voor gelovigen kan zijn.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Meditatie geeft me rust. En overzicht. Ik ben geneigd om in mijn eigen bubbel te blijven zitten, me zorgen te maken om ‘niet muzikale dingen’ – zoals mijn docente vroeger zei – waardoor mijn blik dreigt te vernauwen. Door te mediteren open ik mijn vizier. Daarna probeer ik naar de essentie van het ogenblik te gaan. Wat doe ik hier? En stel dat dit mijn laatste dag op aarde is, hoe zou ik die dan éigenlijk willen doorbrengen? Gelukkig kom ik dan altijd uit bij: op deze manier en niet anders.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Bij dit gebod denk ik eerst aan mijn adoptieouders. Al snel daarna komt het beeld van mijn biologische vader naar boven. Hij stuurde me een brief, zocht contact met mij en mijn broer, maar ik wilde er eerst niets van weten. Waarom zocht hij nu, na al die jaren, contact?

Toen ik in 2009 voor een concert naar Korea ging – met de mogelijkheid tot een hereniging waar ik op dat moment nog niet voor openstond – kreeg ik… ja, ik denk toch dat ik het een visioen moet noemen: ik zag mijn vader met ons, een tweejarig meisje en een vierjarig jongetje, naar het kindertehuis lopen en ik herinner me dat ik eerst boos werd, maar dat die boosheid daarna omsloeg in dankbaarheid naar mijn adoptieouders. Zij hebben voor ons gezorgd alsof we hun eigen kinderen waren. Er is best vaak spanning geweest thuis – mijn adoptiemoeder is een perfectionist en het voelde lange tijd alsof zij haar eigen hoge verwachtingen op mij projecteerde, terwijl ze me tegelijkertijd ook echt wel vrijliet – maar na dat visioen, dacht ik: wat doet dat er eigenlijk allemaal toe? Waarom kan ik het niet loslaten en meer dankbaar zijn?

Ik besloot op dat moment dat ik mijn vader wilde ontmoeten. Hij kwam naar mijn concert. Ik had geen idee waar hij zat in de zaal, maar het was toch net alsof ik speciaal voor hem speelde. Alsof ik hem via mijn muziek duidelijk kon maken dat hij zich niet langer schuldig hoefde te voelen. Na afloop zagen we elkaar. Hij was heel erg nerveus, verontschuldigde zich tientallen keren. Een Koreaanse vriendin, die als tolk voor ons fungeerde, zei dat mijn vader na de scheiding de kinderen toegewezen had gekregen en dat hij amper geld had om voor ons te zorgen. Dat hij ons daarom had ‘weggedaan’. Ik zei dat ik hem begreep en dat ik hem vergaf. Ik kon me op dat moment nog goed houden, maar heb, toen ik eenmaal in mijn hotel was, urenlang gehuild.

Toen ik naar huis vloog, vroeg ik m’n ouders mij van Schiphol op te halen. Ik had het al zo vaak alleen gedaan, maar dit keer wilde ik per se gearmd met mijn moeder door de hal van het vliegveld lopen.

Lavinia Meijer (op 12 februari 1983 als Soo-Ji No in Bucheon, Zuid-Korea geboren) is een internationaal gevierd harpiste, winnares van Edisons, gouden en platina platen. Op 1 april werd haar cd Are You Still Somewhere? uitgebracht. Lavinia is tot 27 mei op tournee in Nederland. Kaarten zijn verkrijgbaar via: laviniameijer.com.

Mijn vader en ik hielden via mails contact. Zo kwamen we, een half jaar later, tot een tweede ontmoeting die een heel andere wending zou krijgen. Het eerste wat me opviel was dat mijn vader behoorlijk veel dronk. Hij vertelde over allerlei fysieke klachten en over het zware werk dat hij moest doen om het hoofd boven water te houden. Ik vond het best moeilijk om aan te horen, maar ik heb er uiteindelijk niets mee gedaan. Wat ik wilde was dat hij zich niet langer schuldig zou voelen, en dat hij zich over mij geen zorgen hoefde te maken. Zo had ik het voor mezelf afgekaderd en daar hield ik aan vast. Ik wilde afhankelijkheid en geld buiten onze relatie houden. Maar een jaar later hebben mijn ouders hem, zonder mij hierin te betrekken, geld gegeven. Daarna stopte ons contact abrupt. Wat ik hem ook vroeg: ik kreeg geen antwoord meer. Ik begreep er niks van, tot mijn vriendin vertelde dat hij zich misschien wel had geschaamd voor het feit dat hij geld had aangenomen en daarom niets meer van zich had laten horen. Zij probeerde hem nog een paar keer te bellen, maar er werd niet meer opgenomen. Jaren gingen voorbij. In een zoveelste poging het contact te herstellen, was mijn vriendin verschillende combinaties van een eerder nummer gaan proberen en op een dag had ze beet. Er bleek een soort landelijke nummerwijziging te zijn doorgevoerd, in die tijd was hij de mailwisseling ook kwijtgeraakt… en mijn vader is een totale digibeet; hij had geen idee gehad hoe hij me weer moest bereiken.

Inmiddels ‘praten’ we weer. Over koetjes en kalfjes, maar toch… Het is goed zoals het is. En mijn moeder? Dat vraagt iedereen: wil je háár niet vinden? Het klinkt misschien raar, maar ik vind dat ik daar eerst helemaal aan toe moet zijn, het moet volledig mijn eigen keuze zijn, niet een beslissing die ik neem omdat iedereen het van me verwacht, begrijp je? Ik weet dat ik het risico loop straks misschien te laat te zijn, maar het ligt nu allemaal nog te gevoelig. Geadopteerd zijn heeft een zure en een zoete kant: je bent afgestaan én opgenomen. Ik wil niet dat iemand zich schuldig voelt, niemand teleurstellen, maar ik wil ook zélf niet teleurgesteld worden… Wat nou als ik mijn biologische moeder terugvind en dat ze dan in een heel lastig pakket terechtkomt en mij als een soort indringer in haar leven gaat zien? Misschien is dát uiteindelijk wel mijn grootste angst: dat ik voor een tweede keer zal worden afgewezen.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Toen ik mijn biologische vader voor de tweede keer ontmoette, vertelde hij me nog iets… nadat mijn moeder was weggegaan en hij alleen met ons was achtergebleven, was hij behoorlijk in paniek geraakt. Hij had niemand die voor ons kon zorgen als hij als klusjesman overdag zijn geld moest verdienen en vertelde dat hij had overwogen het huis – met ons er in – in brand te steken. Zó diep had hij in de put gezeten; hij had niet aan de beslissing om ons naar een kindertehuis te brengen kunnen ontkomen.

Ik ben hier opgegroeid, met een enorm vangnet, er zijn altijd mensen op wie ik kan rekenen. Door mijn vaders verhaal drong het nog meer tot me door hoe ongelijk het is verdeeld in de wereld, maar ook hoe sterk die schaamtecultuur is in een land zoals Korea. Het begon ermee dat mijn moeder ons na haar scheiding niet mocht meenemen naar een andere relatie. Dat hoort niet. Alles moet volgens het plaatje. Ik herken het streven naar perfectie, maar ik heb nu ook geleerd dat het onmogelijk is om de totale controle over je leven te hebben. Ik ben een stuk milder geworden naar mezelf toe en zie het als een verrijking dat het me is gelukt om dingen los te laten, om ook de schoonheid van imperfectie in te zien.”

VII Gij zult niet echtbreken

“We gingen het huwelijk in met twee simpele regels: we gaan nooit aan kinderen beginnen en als één van ons verliefd wordt op een ander, is het klaar. Na een paar jaar begon toch mijn biologische klok te tikken. Ik ging nadenken over de mogelijkheid om mijn carrière op een lager pitje te zetten en helemaal voor het gezin te gaan. Deze verandering zorgde er onder andere voor dat onze relatie onder spanning kwam te staan. We hielden erg veel van elkaar, maar groeiden toch steeds verder uit elkaar. Uiteindelijk besloot ik dat het beter was om een punt achter ons huwelijk te zetten. Misschien had ik de druk voor mezelf wel te veel opgevoerd. Het voelde na een tijdje alsof er een sluier van me werd afgetrokken; ik kon weer om me heen kijken en proberen te ontdekken wat ik nou werkelijk wilde. Tijdens de twee relaties die ik daarna heb gehad, zag ik de kinderwens langzaam maar zeker als een deur dichtgaan. Dat is deels een keuze, deels een realistisch besef. Ik vind het oké, al zal het idee dat ik moeder had willen worden waarschijnlijk altijd bij me blijven. Misschien gaat de geschiedenis zich herhalen en zal ik op een dag zelf pleegouder worden… Ik ben er nu niet mee bezig. Ik heb ook geen behoefte aan een relatie en voorlopig heb ik handen vol aan dat andere kind: mijn harp.”

VIII Gij zult niet stelen

“Wie heeft ook alweer gezegd: ‘Everything has already been done before, but not by me?’ Als ik iets componeer, doe ik dat intuïtief, maar ik vraag me ook wel eens af of ik niet gewoon iets van iemand anders heb overgenomen. Het is soms een dunne lijn. Maar toen ik in 2012 het album met Philip Glass ging maken (Glass: Metamorphosis/The Hours, AV) en ik van een collega te horen dat ik haar idee had gepikt, heb ik wel meteen gezegd dat ik was gevráágd om zijn muziek te arrangeren. Dat moest echt rechtgetrokken worden. Want stelen, dat doe ik niet.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Als ik masterclasses geef, ben ik op zoek naar de oprechtheid van het spel. Wat ik nu hoor, is dat ook wat jij bedoelt? Het moet echt zijn. Dat is steeds weer mijn uitgangspunt. Het grappige is dat die waarachtigheid ook tijdgebonden kan zijn, want gedurende een live performance voel ik de vrijheid om dingen bij te stellen. Als ik in een sombere bui ben tijdens het spelen van een droevig stuk, zal het waarschijnlijk nóg droeviger gaan klinken omdat het uit mijn hart komt. Ik kan op zo’n moment niet doen alsof.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Een tijdje geleden ben ik begonnen met meditatieoefeningen in groepsverband en daar komen veel interessante onderwerpen langs, bijvoorbeeld: je hebt pijn, je zit helemaal in dat gevoel – ah, zielige ik – tot je gaat wensen dat de mensen om je heen die pijn níet zullen krijgen waardoor je in feite de pijn verdunt en daarmee ook verlicht. Ik heb sowieso altijd een sterke neiging gehad om dingen snel te relativeren: oké, dit was een tegenslag, maar het kan altijd nóg erger. Wat er ook gebeurt: ik ben zélf verantwoordelijk. Dat geldt zowel voor dingen die niet helemaal goed zijn gegaan als voor alles wat tot nu toe beter is gelukt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden