Harold Hamersma: ‘Mijn bovenkamer is inderdaad mijn werkkamer. Zolang die werkt, blijf ik schrijven.’

InterviewZintuigen

Harold Hamersma proeft jaarlijks zo'n 8000 wijnen. Toch is hij niet bang voor reuk- of smaakverlies door corona

Harold Hamersma: ‘Mijn bovenkamer is inderdaad mijn werkkamer. Zolang die werkt, blijf ik schrijven.’Beeld Patrick Post

Wijnschrijver Harold Hamersma (64) proeft jaarlijks zo’n 8000 wijnen. Zonder zijn reuk- en smaakzin zou alles stoppen. Toch laat hij zich niet leiden door corona-angst. Vandaag verschijnt zijn boek De vrouw die water liet aanbranden over zijn culinaire avonturen en zijn moeder.

GEUR - Smaken en geuren kleuren mijn leven

‘Mijn grootste angst is om mijn smaak of geur te verliezen. Een collega van mij is dat overkomen nadat hij corona kreeg – een regelrecht drama. Dan houdt wijnproeven en erover schrijven acuut op. Dat zou alle kleur uit mijn leven halen. Toch beheerst corona me niet, angst is een slechte raadgever.

Ik ben heel geurgevoelig, als kind al. Op zaterdag na een voetbalmiddag rook ik buiten de geur van kippensoep al die mijn vader maakte. Bouillon is voor mij echt een oergeur. Bij mijn jeugd hoort ook de geur van oliestook die ik moest halen bij de drogist. En benzinelucht, want we woonden boven een pompstation. Benzine vind ik nog steeds lekker ruiken. Mijn hoofd zit vol geurverhalen en associaties, zo schrijf ik ook.

Niet iedereen kan dat associatieve overigens waarderen. Ik krijg weleens verontwaardigde reacties op mijn gastronomische artikelen. Zo schreef ik eens een proefnotitie over de Griekse rode wijn Gaia Estate Nótios, die ik vergeleek met de adem van mijn moeder als ze iets te veel bessenjenever op had en na een feestje me nog een nachtzoen kwam geven: ‘Weltewwusten jongen’.

Ik weiger clichématig over wijn te schrijven: over de godendrank en dat soort onzin. Ik schrijf voor het grote publiek, bewust niet voor vakbladen. Er zijn genoeg mensen die veel meer weten van wijn, druiven en stokken dan ik. Ik wil vooral behagen, ik vind het gewoon fijn als mensen mijn stukjes leuk vinden.”

INTUÏTIE - Gebruik je innerlijke antenne

“Ik bekijk de wijnwereld met een helikopterblik. Met een enorme nieuwsgierigheid zie ik waar die naartoe beweegt. Twintig jaar geleden zag ik al dat chardonnay terrein zou gaan inleveren ten gunste van sauvignon blanc. Ik ben een waarnemer, ik observeer graag. Ik kan een huis binnenlopen of een telefoongesprek voeren en direct voelen hoe de vlag erbij hangt. Ik voel in een split second of er ruzie is geweest of dat het juist goed met iemand­­ gaat. Ik heb daar een antenne voor.

Groot geworden rond de Amsterdamse Albert Cuyp observeerde ik ook altijd al vol bewondering de verkopers. Ik keek hoe zij iets onder de aandacht brachten. Daar had ik veel profijt van toen ik in de reclamewereld ging werken. Ik had mijn eigen bureau en werkte aan grote reclamecampagnes. Daarbij moet je niet alleen goed kunnen associeren, maar ook vanuit een kader werken. Dat komt vaak neer op het vinden van een goede slagzin. Anders bereik je niets. ‘Gaat er eigenlijk wel eens een dag voorbij zonder Verkade?’ komt bijvoorbeeld uit mijn koker. Dat geldt ook voor schrijven: de eerste zin is de belangrijkste. Als ik die niet heb, verschijnt er niets op papier. Met zo’n zin trek je mensen het artikel in.

Naast mijn werk als reclameman schreef ik al jaren over wijn en in 2004 stapte ik fulltime over naar de schrijverij. Mijn jeugddroom kwam eindelijk volledig uit. Als tienjarig knulletje wist ik al dat ik schrijver wilde worden. Schrijven brengt mij blijdschap en tevredenheid. Ik heb niets meer nodig dan een pen, mijn hoofd en het talent dat ik door de jaren heen ontwikkelde.”

VOELEN - Werk moet niet voelen als een baan

“Leuk is het begin van goed, zeg ik altijd. Het is een vreselijke dooddoener – mijn vrouw kan me wel wurgen als ik het zeg – maar ik heb geen werk, ik doe wat ik leuk vind. Wijn is een wereld vol mooie verhalen en ontmoetingen met vrije, bevlogen mensen. Of het nu een klein wijnhuis met generaties oude wijnstokken is of een commerciële wijnmultinational. Alles fascineert me, ik word constant verrast door hun verhalen en de intensiteit waarmee deze mensen bezig zijn.

Mijn wijncarrière is geen vooropgezet plan, ik trof gewoon een meisje van zestien dat wel wat had met eten. En daar past wijn prima bij. Vandaag zijn we 33 jaar getrouwd. Karin bestiert een kookboekenwinkel in De Pijp, ik zit boven de winkel met mijn wijnen. Onze voorliefdes passen goed bij elkaar. Zij kookt goddelijk en ik zoek er een mooi glas bij, het liefst champagne. Ik hou van het podium en de spotlights, zij wat meer van de achtergrond. Yin en yang dus.

Wij zijn allebei nieuwsgierige aagjes en stappen het liefst in het vliegtuig om ergens te gaan eten. Anderen reizen om de natuur in te trekken of een tentoonstelling te bezoeken. Wij genieten ervan om in dat ene speciale restaurant te eten.

Alle belangrijke beslissingen in ons leven hebben we etend of wandelend genomen. Toen onze kinderen nog thuis woonden, aten we altijd aan tafel­­, nooit met een bordje op schoot. Aan tafel praat je over wat je is overkomen, waar je mee bezig bent. Eten is voor mij de dag met elkaar delen – dat wordt te veel verzaakt in gezinnen tegenwoordig.”

PROEVEN - Door alles te eten, vind je betekenis

“Ik vind het fantastisch om 86 soorten carménères uit Chili te proeven en daarover te schrijven. Best bijzonder voor iemand die helemaal niet is opgegroeid met eten. ‘Bij mij thuis begon de hongerwinter toen de oorlog was afgelopen, want mijn moeder stapte achter het fornuis.’ Dat is de eerste zin van mijn laatste boek De vrouw die water liet aanbranden. Mijn moeder dus. Dat is geromantiseerd, want we hebben geen honger geleden, maar ze kan niet koken, ze wil niet koken en houdt niet van eten.

Zo lang als mijn vader leefde, at mijn moeder. Sinds zijn dood is het een hele toer om haar iets te laten eten. Ik vind geregeld restjes van ons beschimmeld in haar koelkast. Vroeger bij ons thuis was eten een noodzakelijk iets, we aten wat er was. Ik had als kind al een enorme allergie voor graatjes en zeentjes. Zo’n schouderkarbonade met een vetrandje: gruwelijk.

Tegenwoordig proef en eet ik echt alles. Ik onderzoek het, ik wil weten wat het betekent. Ooit at ik beer en hond in een restaurantje ergens achteraf in Noord-Vietnam – geen aanrader trouwens. Maar wel een smakelijk verhaal voor mijn bundel. Net als in mijn eerdere boek Onder de rook van de Heineken speelt mijn moeder opnieuw een rol. Via die verhalen ben ik in contact met haar gekomen. Ik had vroeger niet echt een warme band met haar, ook omdat ze niet wist hoe dat moest. Ze had een barre jeugd achter de rug. Ze was heus lief, maar ik kan me geen knuffel herinneren. De onvoorwaardelijke liefde werd getoond en gecommuniceerd door mijn vader; hij was dol op ons.

Mijn moeder levert fantastische verhalen op, ze is een unique selling point; voor mij als schrijver zonde om te laten liggen. Ze heeft aan dat eerdere boek trouwens een behoorlijke fanschare overgehouden. Ze komt zo’n twee keer per week naar de winkel van mijn vrouw en dan roepen klanten: ‘Bent u die moeder uit het boek? Wat leuk, we hebben van u genoten.’ Schitterend vindt ze dat. Wat ik wel bijzonder vond, was dat in Het Parool een artikel verscheen over dat boek, dat ze had gezien. ‘Ik heb het vijf keer gelezen, ik ben trots op je’, zei ze. Dat raakte me diep.”

‘Bouillon is voor mij echt een oergeur.’ Beeld Patrick Post
‘Bouillon is voor mij echt een oergeur.’Beeld Patrick Post

ZIEN - Kijk de wijnboer in de ogen

“Gelukkig ervaren steeds meer mensen voedsel allang niet meer puur als brandstof. De tijd dat we onze mooiste lammetjes verkochten aan China en diepgevroren Nieuw-Zeelands lam importeerden is voorbij. Onze heerlijkste oesters, de Zeeuwse, aten we lange tijd helemaal niet. Gelukkig komt daar verandering in. Vooral jongere mensen willen weten wat ze eten, waar het vandaan komt en hoe het gemaakt is.

Door corona missen we wel de essentie waar het om draait bij eten en drinken. Natuurlijk bestaat er Thuisbezorgd en bestel je een mooi afhaalmenu en dek je chic de tafel. Maar je mist de lichaamstaal, de energie, het geluid, de nervositeit, de impressies, de geur: het complete theaterspektakel. Die caleidoscoop van geuren, kleuren, smaken en impressies, gekoppeld aan het eten op je bord en het glas wijn voor je snufferd maken uit eten gaan tot een complete ervaring. Dat missen wij enorm en worden er soms echt knorrig van.

Ik kijk verlangend uit naar het moment dat ik wijnboeren weer in de ogen kan kijken. Ik heb van collega Hubrecht Duijker, aan wie ik schatplichtig ben, geleerd dat je dit werk heus op basis van research vanachter je bureau kunt doen, maar als je er bent, de terroir en de omgeving ziet en ruikt en met zo’n dertiende generatie wijnboer praat, dan pas krijgt je verhaal gelaagdheid en geloofwaardigheid.”

HOREN - Een schrijver laat echt van zich horen

“Vroeger was ik een ongelooflijk verlegen jongetje, door het schrijven ben ik zelfverzekerder geworden. Ik laat van me horen, ik sta ergens voor en geef mijn mening. Mooi toch dat dat jochie uit De Pijp gewaardeerd wordt om zijn verhalen. Ik wil ook graag gehoord worden. Toch een soort ijdelheid. Als reclamemaker weet niemand dat ik de man ben achter de slogans ‘Pearle, ­Pearle, Pearle’ en ‘Wat er ook gebeurt – Nationale Nederlanden’. Dus toen ik voor het eerst voor HP/De Tijd een artikel schreef waar mijn naam onder stond, vond ik dat zo geweldig.

Bij mij gaat het om informeren én amuseren: ik noem mezelf niet voor niets ‘wijntertainer’. Ik ben een goednieuwsbrenger, een artiest, ik hou van de schijnwerpers. Ik zit in de Rolodex van de omroepen, heb mooie tv-programma’s gemaakt en heb een groot publiek. Dit jaar word ik 65 en ineens krijg ik allemaal berichten over dat ik met pensioen ga. Mensen vragen wanneer ik stop met werken. Hoezo? Die gedachte komt niet eens in me op.

Een tijdje terug had ik last van acuut geheugenverlies, ‘transient global amnesia’ heet dat. Gelukkig ging het binnen een dag vanzelf weer over. Mijn dochter Julia omschreef het zo mooi: ‘Oh nee, iets met papa’s hoofd? En papa ís zijn hoofd’. Zij zag dat zeer scherp. Zelf schrok ik niet zo. Maar ze heeft gelijk. Mijn bovenkamer is inderdaad mijn werkkamer. Zolang die werkt, blijf ik schrijven.”

Weg uit de reclame

Harold Hamersma (Amsterdam, 1956) is wijn- en eetschrijver. Hij publiceert in Het Parool, NRC, AD en Plus Magazine. Deze week komt zijn culinaire avonturenbundel De vrouw die water liet aanbranden uit.

Hij groeide op in de Amsterdamse Pijp en was van jongs af aan al met schrijven bezig, hierover schreef hij Onder de rook van de Heineken – een jeugd in De Pijp.

Hamersma maakte eerst carrière in de reclamewereld. In 2004 legde hij zich volledig toe op de wijnschrijverij. Van zijn hand verschenen de wijnkoopgidsen De grote Hamersma en De kleine Hamersma, Wijnreis door mijn lichaam en Handboek voor de moderne wijnliefhebber met Nicolaas Klei.

Hij is getrouwd met Karin Richter, eigenaresse van Mevrouw Hamersma Kookboekwinkel in Amsterdam. Ze hebben twee volwassen kinderen.

Lees ook:

De tien geboden: Zondagsrust? Die kent Harold Hamersma niet

Harold Hamersma (Amsterdam, 1956) – voorheen reclameman, vooral bekend als wijnschrijver, graag geziene gast op radio en tv – schreef een boek over de Amsterdamse Pijp, zijn ouders en de rest van zijn familie: ‘Onder de rook van de Heineken’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden