Klein Verslag Wim Boevink

Handke wint geen Nobelprijs, zijn natuur is niet die van een winnaar

Handke-dag. De Oostenrijkse schrijver die in Chaville bij Parijs woont, stond in de tuin de pers te woord. In het Engels. Hoe hij het vond dat hij de Nobelprijs voor literatuur had gewonnen.

“Ik heb hem niet gewonnen”, zei hij. “Ze kozen mijn werk. Maar mijn natuur is niet die van een winnaar. Ze zeggen altijd: hij won de Nobelprijs. Ik hou niet van dat woord.”

Maar wat betekent het dan voor u?, luidde de vervolgvraag. “Ik voel me op een vreemde manier vrij, ik weet het niet.” Hij valt even stil, zoekt naar woorden. “Vrij zijn, alsof ik – wat niet waar is – onschuldig zou zijn.”

Hier brak het fragment af, zodat ik niet precies begreep wat Peter Handke met die onschuld bedoelde, maar misschien was er geen precies begrip van mogelijk, maar alleen een tastend vermoeden.

Handke is een man van het ijle en vluchtige, het opkomende en het verdwijnende. Daar woorden voor zoeken, dat is zijn leven.

Hij deed dat al in zijn lange proza­gedicht over de duur uit 1986. ‘Gedicht aan de duur’ heet het.

Was hij een tijdspanne?
Iets meetbaars? Een zekerheid?
Nee, de duur was een gevoel,
Het vluchtigste van alle gevoelens

Dat zoekende, onderzoekende, dat tasten naar woorden, dat is de taal van Handke, over wie je in reacties op de toekenning van de prijs vooral kon ­lezen dat hij een provocateur was.

En vrij massaal werden oude paden ingeslagen, paden uit de jaren negentig, paden waarlangs Peter Handke onderzoekend door Servië trok, het land dat alle kwaad van Europa toegeschoven kreeg, een eenzijdigheid die Handke, zelf afkomstig uit Kärnten, de grensstreek met Slovenië, als een onrecht voorkwam.

Peter Handke in zijn tuin. Beeld AFP

Haat, spot en hoon waren zijn deel

Hij schreef zijn literaire reisverslagen, onder de titel ‘Gerechtigheid voor Servië’ en bij deze krant, bij Trouw, vonden we die verslagen zo mooi en ­belangrijk dat we ze, in navolging van de Süddeutsche Zeitung, integraal publiceerden, acht grote pagina’s in het ­katern Letter & Geest.

‘Ik had de drang om achter de spiegel te kijken’, schreef hij in het eerste deel van de verslagen. ‘En wie nu denkt: Aha, pro-Servisch! die hoeft hier al ­helemaal niet meer verder te lezen.’

Twee Servische vrienden had hij en dat was genoeg voor een onderdompeling in landschappen, kleuren en geuren, langs dorpen en rivieren, beelden oproepend die je nergens anders las, beelden die nodig waren voor ná de oorlog. Handke beschouwde zijn stukken als vredesteksten.

Haat, spot en hoon waren zijn deel. De Nobelprijs mag licht willen werpen op zijn werk, dat machtige bouwwerk van taal dat waarnemingen en bevindingen uiteenrafelt, de spotlights staan ook weer op dat pad van de man die het waagde te spreken bij de begrafenis van de oorlogsmisdadiger Milosevic in 2006. Maar wat zei hij daar eigenlijk? “De wereld, de zogenaamde wereld, weet alles over Slobodan Milosevic. De zogenaamde wereld kent de waarheid. Ik ken de waarheid niet. Maar ik kijk. Ik begrijp. Ik voel. Ik herinner me. Ik vraag.”

Lees eens zijn ‘Essay over de moeheid’ (1990). Zelden is zo verkwikkend over de wereld geschreven.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden