Relatie-DNAHet verhaal van Lydia

Haar ouders praatten uren met elkaar, in haar huwelijk vulde de tv de leegte

Beeld Brechtje Rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe is de relatie van je ouders van invloed op je eigen relatie? Lydia (51) voelde zich als kind vaak alleen bij haar adoptieouders, in haar huwelijk herhaalde zich dat. De juiste partner vinden lukt ondertussen niet. ‘Stel ik te veel eisen aan een man?’

‘Mijn ouders zijn over de tachtig, maar nog ontzettend actief. Ze gaan ­overdag ieder hun eigen gang en ‘s avonds praten ze vaak uren met elkaar, over wat ze die dag hebben gedaan, of hoe ze ergens over denken. Dat deden ze ­vroeger al. Vaak denk ik: zo zou ik het dus ook graag willen.

Ik was zes maanden toen ik bij mijn ouders kwam, ik ben ­geadopteerd. Mijn biologische moeder liet me achter bij ­Moederheil, een doorgangshuis in Breda. We beschouwen jou en je broer als onze eigen kinderen, zeiden mijn ouders altijd. Ze voelen echt als mijn ­vader en moeder, al mis ik soms de herkenning.

Het belangrijkste wat je kinderen moet geven is liefde, zei mijn moeder eens. Ik vond het een mooie uitspraak, maar ­realiseerde me ook dat ik haar als kind helemaal niet zo liefdevol vond. Ik kreeg nooit een knuffel. Ze vroeg nooit: meisje gaat het een beetje?

Omdat mijn vader een representatieve functie had, moest hij ’s avonds veel weg. Mijn moeder ging met hem mee. Als puber had ik vooral het gevoel had dat er alsmaar niemand thuis was. Als ik uit school kwam stond mijn eten klaar in de oven. Mijn klasgenoten woonden best ver weg, dus zat ik vaak alleen op mijn kamertje te lezen, bijna een boek per dag. Het was geen leuke tijd.”

Na de koorrepetities bleven we lang hangen

“Pas toen ik ging studeren vond ik waar ik zo’n behoefte aan had: menselijke warmte, echte belangstelling­­ voor elkaar. Ik zong in een studentenkoor. Na ­repetities bleven we hangen. Dan werd er wat gedronken en speelde de pianist nummers die we met z’n allen meebrulden. Het grootste deel van mijn vrienden heb ik daar ontmoet.

Toen ik 22 was zei ik na lang wikken en wegen tegen mijn moeder: ik denk dat ik op zoek ga naar mijn biologische moeder. Ja, dat hadden we wel verwacht, reageerde ze, want je studeert geschiedenis, dan heb je belangstelling voor het ­verleden. Achteraf­­ verbaas ik me over haar verstandelijke reactie.

Ik had in die tijd weleens vriendjes. Een van die jongens zei bij het uitmaken: Ik vind je best leuk, maar ik kan niet je vriendje én je moeder én je therapeut ineen zijn, dat is te veel gevraagd.

Dat was heel kwetsend, maar de spijker op z’n kop. Als ik een jongen leuk vond, maakte ik vooral duidelijk hoe moeilijk ik in elkaar stak. Dat ik geadopteerd was en dat er van alles mis met me was. Het was een soort test: ga je wel volledig voor me?

Ik trouwde met ­Jaco, een introverte­­, stille man, die ik ontmoette­­ op het werk toen ik 27 was. Vrienden die ook aan hun eerste grote, serieuze relatie begonnen­­, hoorde ik ­zeggen: we hebben nachtenlang gepraat, we willen alles van ­elkaar weten. Ik dacht: goh, wij praten helemaal niet, wij kijken met een bord eten op schoot televisie.

Ik ben me heel eenzaam gaan voelen in dat huwelijk. Ik deed alles in huis: de kinderen, het huishouden, de belastingaangifte. Jaco was de baas over de afstandsbediening. Hij vond precies die programma’s leuk waar ik echt een afschuw van had. We hadden nooit ruzie, maar ja, als je niks deelt, hoef je ook geen ruzie te maken. Na acht jaar huwelijk zijn we ­gescheiden.”

Angst om afgewezen te worden verdween

“Ik vond het niet fijn om weer ­alleen te zijn en besloot te gaan daten. Ik ontmoette Rolf, een grote vent met een harde stem en behoorlijk extravert. Vanaf het begin maakte hij duidelijk: kom bij me, ik wil je hebben voor de rest van mijn leven. Mijn angst om afgewezen te worden verdween.

Ik trok bij hem in, maar dat werd geen succes. Rolf en ik konden­­ goed praten, maar zelfreflectie had hij niet. Als het moeizaam ging lag het per definitie aan mij. En hij wilde altijd op de eerste plaats staan. Maar ja, ik heb kinderen, die gaan voor.”

“Soms vraag ik me af: wil ik niet gewoon te veel in een relatie? Is mijn eisenlijstje te lang? Ik vind het lastig. Inmiddels ben ik prima in staat om een relatie met iemand te hebben, maar waarom lukt het niet om de ­juiste man te vinden?

Mijn biologische moeder zie ik regelmatig. Ze is een heel vertrouwd iemand voor me, maar ze voelt niet als mijn moeder. Dat zit ‘m soms in hele fysieke ­dingen: haar huis is mij vreemd, ik ken haar spullen niet.

Haar ­familie ken ik wel. Mijn hoog­bejaarde oma wilde onlangs graag foto’s van alle kinderen en kleinkinderen op haar kamer in het verpleeghuis. Ik en mijn ­kinderen staan daar ook bij. Dat voelt zo goed: ik mag er zijn.”

De namen in deze tekst zijn gefingeerd om privacyredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Heeft u ook een verhaal over uw relatie, de liefde en uw ouders? Stuur een mail naar relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden