LevenslessenRitzo ten Cate

Groningse ondernemer Ritzo ten Cate: Mijn leermeesters? Mijn dakloze vrienden

Beeld Merlijn Doomernik

Deze crisis treft daklozen hard. Sociaal ondernemer en fotograaf Ritzo ten Cate (43), initiator van daklozen­wandelingen in Groningen, leerde velen van hen kennen. Zijn ervaringen verwerkte hij in een debuutroman. ‘Hun ­ trauma’s maakten me bewust van mijn eigen donkere kant.’

1 De geschiedenis van je ouders vormt je

“Mijn jeugd in Drenthe was idyllisch. Ik groeide op in een klein huisje aan de rand van het bos. Op ons dorpsschooltje in Ees zaten negentien kinderen. In mijn vrije tijd speelde ik om het huis, hielp ik in de moestuin, slingerde ik honing. Als enig kind kreeg ik alle liefde en aandacht van mijn ouders. En van mijn oud-oom en -tante, die bij ons in huis woonden.

Pas veel later realiseerde ik me dat er ook een minder fijne kant aan het verhaal zat. Mijn moeders moeder was bij haar geboorte overleden. Mijn moeders vader trok dat niet en ging ervandoor. Zijn zus en haar man namen mijn moeder onder hun vleugels en voedden haar op als hun eigen kind. Zij hoorde dat pas als tiener, toen haar ‘vader’ overleed.

Een traumatische ervaring, die haar de rest van haar leven uit evenwicht bracht. Ze raakte arbeidsongeschikt en was, behalve ongelofelijk liefdevol, extreem angstig. Mijn vader moest elke dag bellen als hij op zijn werk in Assen was gearriveerd. In de brugklas mocht ik niet met de fiets naar school in Emmen. Op vakantie gingen we nooit; mijn moeder was veel te bang dat ons dan iets zou overkomen. Ook mijn vader had trouwens geen makkelijke start. Zijn moeder was niet bepaald blij met hem en behandelde hem als een soort Assepoester. De donkerte van hun ervaringen heeft zich onbewust in mij vastgezet.”

2 Een gekozen familie is ook familie

“Ik was als kind dan wel alleen, maar nooit eenzaam. Van jongs af aan heb ik veel fijne mensen om me heen verzameld. Eerst kinderen van school en mensen uit ons dorp, later vrienden van studie en werk. Zij zijn mijn nieuwe familie geworden, zeker na het overlijden van mijn ouders.

Na de dood van mijn vader afgelopen november zetten mijn liefste vrienden ongevraagd een kruis door hun agenda, zodat ze overal met me mee naartoe konden. Bij de condoleance-avond voor mijn moeder stond daar ineens ook Max, een van mijn dakloze vrienden. Om me te steunen, was hij speciaal uit Groningen naar Borger gekomen. Ik voel me door hen, mijn gekregen broers en zussen, gehoord, gezien, gedragen.”

3 Maak verbinding

“Of het nu gaat om liefde, vriendschap of een zakelijk project, ik ben altijd op zoek naar oprecht contact. Helaas zijn we het grotendeels verleerd om echt verbinding te maken. We hebben allemaal een rol aangenomen, een masker opgezet, een muur om ons heen gebouwd. We vinden het moeilijk om elkaar aan te kijken, aan te spreken, aan te raken. Daardoor missen we zo veel.

De dak- en thuislozen met wie ik heb samengewerkt, zijn wat dat betreft fantastische leermeesters geweest. Zij waren sterk genoeg om zich kwetsbaar op te durven stellen. Om ongemak en schaamte aan de kant te schuiven. Ze vertelden me eerlijk over hun traumatische jeugd, hun drank- en drugsmisbruik, hun criminele verleden. Daarmee zetten ze de deur open om van mens tot mens te communiceren. Als dat lukt, vallen de verschillen weg en ontstaat er echte verbinding.”

Beeld Merlijn Doomernik

4 Iedereen kan door het luik vallen

“De eerste dakloze die ik ooit zag, was Tokkel uit Assen. Hij stonk en schreeuwde als je hem geen geld gaf. Volgens mijn vader was hij ooit een geniale gitarist, die nog met Herman Brood en Harry Muskee had gespeeld. Maar als jongetje vond ik hem maar eng. Ook later bleef ik met een grote boog om daklozen en zwervers heen lopen.

Dat veranderde toen ik in 2012 zijdelings betrokken raakte bij Street, een theatervoorstelling met Utrechtse dak- en thuislozen. Daar leerde ik onder anderen Remco en Birhane kennen. Ze namen mij mee naar hun plekken in de stad. Zo ontdekte ik dat Remco een superslimme vent was, met een gymnasiumdiploma en tot zijn 25ste een goede baan. Toen betrapte hij zijn vriendin met een andere man.

Hij flipte zo en bracht totaal in paniek de nacht buiten door. Een dealer bood hem heroïne aan om tot rust te komen. Binnen vijf dagen was hij van een mens veranderd in een dier, dat op straat probeerde te overleven, vertelde hij me. Uiteindelijk zou hij vijftien jaar dakloos blijven.

De illegale Birhane uit Soedan bleek net als ik bedrijfskundige informatica te hebben gestudeerd. Toen hij weigerde het leger in te gaan, moest hij zijn land ontvluchten. Deze jongens waren geen losers, maar kwetsbare, beschadigde mensen, slachtoffer van hun omstandigheden. Als mijn leven iets anders was gelopen, had ik zomaar een van hen kunnen zijn.”

5 Kijk niet weg

“Door mijn ervaringen met Remco en Birhane zag ik de daklozen in mijn eigen Groningen ineens door een andere bril. Ik kon niet langer wegkijken. Van straatkrantverkoper Jonny bijvoorbeeld, die ik dagelijks op de Grote Markt passeerde. In de zomer van 2013 vroeg ik hoe ik hem kon helpen. Hij zei dat hij graag samen een kop koffie wilde drinken. Dat hebben we gedaan.

We kletsten wat en ik werd nieuwsgierig naar zijn verhaal. Een week later nodigde ik hem uit om iets te gaan eten. Hij vertelde dat hij de rechterhand van Klaas Bruinsma was geweest, drugstransporten had gedaan, hiv had opgelopen. Ogenschijnlijk konden onze levens niet verder van elkaar afstaan, maar op dat moment grepen ze even in elkaar. De vragen vlogen over en weer. Uit verbazing en verwondering lieten we onze quiche koud worden. Ik wenste anderen ook zo’n ervaring en schreef er een blog over: ‘Hoe drink je gewoon een kop koffie met een dakloze’. Hoewel de post duizenden keren werd gelezen en >> ­honderden keren gedeeld en geliket, durfde bijna niemand het aan daadwerkelijk de stap te zetten. Dan moet ik ze over de streep trekken, dacht ik. Zo ontstond het plan om daklozenwandelingen te gaan organiseren.”

6 Niemand wordt zomaar dakloos

“In Groningen zijn zo’n duizend zwervers. Tussen de zestig en honderdvijftig van hen slapen op straat. Door de wandelingen leerde ik tientallen van dichtbij kennen. Alcoholisten. Junks. Straatrovers. Overvallers. Ex-tbs’ers. Mensen die ik vroeger als overlast veroorzakende klaplopers zag. Ze bleken allemaal ernstig beschadigd te zijn, vaak al op heel jonge leeftijd.

Zo ontmoette ik een man, die op zijn negende net zo verslaafd was aan alcohol en wiet als zijn broer van elf. Ik sprak iemand die als peuter door zijn familie was mishandeld en nog elke nacht badend in het zweet wakker werd. Ik zag wat het met je kan doen als je hyperactief en creatief bent, terwijl je omgeving vindt dat je gewoon stukadoor moet worden. Hun verhalen maakten stuk voor stuk diepe indruk op me.

Dat van Max misschien wel het meest. Zijn ouders stonden hem af aan zijn grootouders, zijn vader deed jaren alsof hij zijn broer was. Zijn ervaring kwam wel heel dicht bij die van mijn eigen familie. Pas op zijn dertiende ontdekte Max hoe het echt zat. Hij voelde zich bedrogen, belandde op straat en in verschillende jeugdinrichtingen. Na veel krabbelen en opstaan, inclusief een celstraf voor een gewapende overval, werd hij door gedoe met de Belastingdienst rond zijn vijftigste opnieuw dakloos.

De kop koffie, een luisterend oor en af en toe gewoon een gesprek van mens tot mens was precies wat hij nodig had om zich aan de ellende te ontworstelen en zijn leven op de rit te krijgen. Nu heeft hij weer een eigen huisje.”

Beeld Merlijn Doomernik

7 Schijn licht op donkere plekken

“Zo verschillend als we waren, ik herkende toch iets van mezelf in mijn zwervende straatgidsen. Hun trauma’s maakten me bewust van mijn donkere kant. Van de angst en pijn die ik onbedoeld van mijn ouders had meegekregen. Zij hadden hun hele leven gewankeld, en ik wankelde met ze mee. Dat dreigende, sombere gevoel werd sterker toen mijn moeder in 2015 stierf en ik met mijn toenmalige vriendin haar bezittingen moest opruimen.

Vijf bouwcontainers vol haalden we uit het huis. Eindeloze hoeveelheden overbodige spullen, die ze gedurende haar leven had verzameld. Uit angst voor ik weet niet wat. Zat die negatieve energie ook in mij? Zou ik net als zij kunnen omvallen? Van die gedachte werd ik heel onrustig. Ik ging minder goed voor mezelf zorgen, kreeg een kort lontje. Het kostte me mijn relatie. Ik moest mezelf óók opruimen, realiseerde ik me. Ik praatte met een psycholoog en deed lichaamswerk. Ging wandelen, mediteren, gezonder eten, aan vechtsport doen.

Als onderdeel van het helingsproces besloot ik in de winter van 2016 de duisternis letterlijk op te zoeken en in retraite te gaan in Lapland. Alleen, zonder computer of telefoon. Daar, in een boerderijtje, omringd door sneeuw, krabbelde ik op losse papiertjes flarden van een verhaal. Het was het begin van het boek dat er nu ligt. Zo heb ik de donkerte van me afgeschreven.”

8 Een dagritme is wezenlijk

“Van de straatgidsen hoor ik dat in Groningen nu een flink aantal vaste opvangplekken dicht is, of op z’n minst gesloten is geweest. Onder meer omdat het lastig is om daar voldoende onderlinge afstand te houden. Gelukkig zijn er altijd creatievelingen die een oplossing verzinnen. Zo is de gesloten nachtopvang in de Schoolstraat tijdelijk verhuisd naar het chique hotel Schimmelpenninck Huys. Daar hebben nu veertig daklozen onderdak, ieder in een eigen kamer. Een geluk bij een ongeluk. Voor de meeste zwervers betekent deze crisis echter: niet even samen koffiedrinken, geen dagbesteding, geen contact met matties of hulpverleners. Ze zijn de rust van hun dagritme kwijt. Zonder structuur en afleiding beginnen de monstertjes in hun hoofden weer te schreeuwen. In deze tijd hebben dak- en thuislozen onze aandacht en steun dus extra nodig. Misschien een goede reden om toch eens die kop koffie te doen.” 

Sociaal ondernemer en fotograaf Ritzo ten Cate (Assen, 1977) studeerde bedrijfskundige informatica aan de Hanze Hogeschool en bedrijfskunde in Groningen. Samen met Ronald Mulder richtte hij in 2005 De Ondernemers BV op, die bedrijven hielp met strategie, business development en marketing. In 2011 ging hij zelfstandig verder. Na een ontmoeting met straatkrantverkoper Jonny werd hij in 2013 de initiatiefnemer van stadswandelingen door Groningen onder leiding van dak- en thuislozen. In 2016 kreeg hij (inter)nationale bekendheid met Caught in the App, een project waarvoor hij foto’s maakte van mensen die al lopend opgingen in hun smartphone. Vorige maand verscheen bij uitgeverij Palmslag zijn debuutroman ‘Donkerder’ (€ 20,95). Ten Cate woont in Groningen en heeft een relatie. https://ritzotencate.com/

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden