null

Open briefStadsinrichting

Groningen geeft de straat terug aan de mensen: minder auto's, meer fietsen, OV en wandelen

Beeld Fenna Jensma

Groningen gooit het roer om. De stad zet niet auto’s, maar Groningers van vlees en bloed op de eerste plaats bij de inrichting van de stad. In een open brief aan Hugo de Jonge, de nieuwe minister voor ruimtelijke ordening, legt verkeerswethouder Philip Broeksma uit waarom.

Philip Broeksma

Geachte minister, beste Hugo,

Hoe zie jij jouw straat het liefst? Die vraag kregen inwoners van Groningen voorgelegd en daar hadden ze uitgesproken ideeën over. Hun droomstraat is goed onderhouden, schoon en rustig. Het is een plek met bomen en groenstroken, die zorgen voor sfeer en in de zomer voor verkoeling. Bovenal is de straat een plek waar kinderen veilig kunnen spelen, kunnen voetballen en waar mensen elkaar ontmoeten. Ook als je minder goed ter been bent kun je er terecht, want er is voldoende bewegingsruimte.

Kortom, de ideale straat is er voor mensen, voor álle mensen.

Maar kijk hoe een typische straat in ­Groningen eruitziet. Net als in een typische straat in de rest van Nederland staan daar vooral veel auto’s. Jarenlang hebben we de straat ingericht met de auto in gedachten. Rijbanen worden niet geflankeerd door die zo gewenste lommerrijke bomen, maar door stroken met parkeerplaatsen. Die parkeerplaatsen liggen het liefst zo dicht mogelijk bij de voordeuren. De ruimte om te spelen of te flaneren is beperkt. Straten zijn verworden tot functionele verbindingen om auto’s te verplaatsen van A naar B.

Niet de mens, maar de auto is de baas in de straat.

De snelheid waarmee auto’s zich verplaatsen is maatgevend: de verharding voor auto’s neemt met afstand de meeste ruimte in. Voetgangers, fietsers, kinderen die willen spelen of buren die elkaar willen ontmoeten, moeten het doen met wat er overblijft. Een opmerkelijke paradox, want we zien de straat toch als plek voor ontmoeting?

Philip Broeksma (1958) is verkeerswethouder in Groningen voor GroenLinks. Hij is geboren in Hengelo, studeerde wiskunde in Groningen, werkte eerder aan de Hanzehogeschool, was wethouder in Winsum en bestuurder van de faculteit godgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Verkeerswethouder in Groningen Philip Broeksma. Beeld Deborah Roffel
Verkeerswethouder in Groningen Philip Broeksma.Beeld Deborah Roffel

Mismatch tussen wensbeeld en realiteit

Hoe is dit ons overkomen? Hoe is die autodominantie zo uit de klauwen gelopen? Hoe kan het dat er een totale mismatch is tussen ons wensbeeld en de realiteit op straat? Dat we het vanzelfsprekend vinden dat onze kinderen een stuk moeten lopen naar een speeltuin, terwijl we de auto voor de voordeur parkeren?

In de vorige eeuw groeide de auto uit van een pronkstuk voor de elite tot een eerste levensbehoefte van de ‘gewone man’. Politici en bestuurders bevorderden dat. Zij zagen de auto als middel om sociale ongelijkheid te verkleinen, als motor voor persoonlijke ontplooiing. “Iedere arbeider zijn eigen auto”, zei toenmalig PvdA-leider Joop den Uyl in de jaren zeventig. En de burger wilde die auto maar wat graag. Woonwijken werden zo ontworpen dat iedere huizenbezitter minstens één auto in de straat kwijt kon.

Toen de negatieve kanten van die keuze zichtbaar werden, schoven we die collectief terzijde. In Groningen en in de rest van Nederland. Maar dat gaat niet langer. Immers, om de woningnood tegen te gaan, heeft uw kabinet besloten om voor 2030 een miljoen woningen bij te bouwen. Dat zal grotendeels binnen de bestaande steden gebeuren. Er is eenvoudigweg geen ruimte om de auto in de nieuwe wijken de plek te geven die hij nu ­inneemt.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Het gaat om meer dan de auto

Waar in die wijken wel plek voor moet zijn? Om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Er moeten bomen komen die met hun schaduw de hittestress beperken. En groene elementen voor het opvangen van hemelwater en zodat onze kinderen zor­geloos buiten kunnen spelen.

Dus richt ik me niet tot de minister van verkeer, maar tot u, onze minister voor ruimtelijke ordening. Want het gaat hier over veel meer dan de auto. Wetende dat er een directe relatie is tussen welzijn, geluk en gezondheid en de leefomgeving, wordt het hoog tijd dat we anders omgaan met de inrichting van de openbare ruimte en met mobiliteit. Maar hoe doen we dat?

In december heeft de gemeenteraad van Groningen plannen goedgekeurd die koersen op een fundamenteel ander gebruik van de beperkte ruimte in onze groeiende ­gemeente: niet de auto staat centraal, maar de kwaliteit van de leefomgeving van onze inwoners.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

De meeste tochtjes die Groningers binnen de stad maken, zijn niet meer dan 2,5 kilometer lang, zo weten we. Die afstand is prima te doen met de fiets, wandelend of waar nodig met het openbaar vervoer. Dat zijn alle drie duurzame vervoersvormen die weinig ruimte innemen. En dus wint de voetganger, de fietser en het openbaar vervoer met stip van de auto. Zij krijgen voortaan de ruimte, de maximumsnelheid wordt zo veel mogelijk aangepast aan hun tempo.

Een dergelijke stad krijg je niet zomaar voor elkaar en, eerlijk is eerlijk, hier heeft Groningen een voorsprong. We kunnen ­bouwen op een traditie. Onze stad heeft een reputatie op het gebied van ingrijpende en vooruitstrevende mobiliteitsverandering.

Meer lezen?

In deze Tijdgeest vindt u nog meer verhalen over de auto:

Weg die auto! Wat een bevrijding

• De allermooiste auto van Nederland? De Spyker 60 HP natuurlijk

Het Groningse centrum als levendige huiskamer van Noord-Nederland

Al in 1977 maakte het zogeheten ­Verkeerscirculatieplan het onmogelijk om de historische binnenstad met de auto te doorkruisen. De binnenstad werd opgeknipt in vier sectoren, die bereikbaar waren via een ringweg. Met de auto kon je niet direct van de ene naar de andere sector komen, maar je moest omrijden via de ring.

Fietsen en wandelen werd dus de aantrekkelijkste manier om je door de binnenstad te bewegen. Sindsdien is ons centrum de levendige huiskamer van Noord-Nederland. Auto’s zijn er bijna niet te vinden.

Ook koos Groningen er bewust voor om het Universitair Medisch Centrum Groningen – de grootste werkgever van de stad – op de huidige plek pal naast de binnenstad te behouden. En het nieuwe muziekcentrum van de stad, een grote publiekstrekker, komt vlak bij Groningen Centraal.

Het zijn voorbeelden van compact bouwen, waar Nederlandse steden nu vol op inzetten. Het grote voordeel: als belangrijke voorzieningen op loop- en fietsafstand liggen en bij openbaarvervoersknooppunten, dan vermindert de auto-afhankelijkheid. Het bevordert de gezondheid – mensen bewegen meer, en fijnstof en CO2-uitstoot nemen af – en het is goed nieuws voor lokale ondernemers. Fietsers en wandelaars zijn eerder geneigd een winkel of een café binnen te lopen. Bovenal levert het ruimte op. Hoe minder geparkeerde auto’s op straat, hoe meer ruimte.

De auto verdwijnt niet uit het straatbeeld

Het autoluwer maken van Groningen gaat niet zonder slag of stoot. Het Verkeerscirculatieplan leidde in de jaren zeventig tot grote spanning tussen het gemeentebestuur en winkeliers. Die vreesden dat hun klanten zouden wegblijven. En bij een referendum in 1994 schaarde slechts een minimale meerderheid van 51 procent zich achter het weren van auto’s uit het Noorderplantsoen. Nu wil geen Groninger terug naar hoe het ooit was.

Dit keer gaan we een stap verder. We zetten de auto nog nadrukkelijker na de fietser, voetganger en het openbaar vervoer. Die keuze roept vragen op, niet elke inwoner is blij met betaald parkeren of parkeerplekken die moeten wijken voor een speelplaats.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Willen we dat de auto helemaal uit het straatbeeld verdwijnt? Zeker niet. Er zijn mensen die, om wat voor reden ook, afhankelijk zijn van de auto. En er zijn situaties waarin een autorit de enige optie is. Dus blijft de stad bereikbaar voor auto’s. Sterker, doordat we het autoverkeer sterk vermin­deren, blijft er juist meer ruimte over voor die noodzakelijke ritten.

We organiseren het autoverkeer wel ­anders: auto’s leiden we via de hoofdwegen, zodat mensen niet meer door de ene wijk naar de volgende wijk rijden. De wegen tussen de wijken kunnen we dan herinrichten tot die straten waar Groningers van dromen.

Parkeerplaatsen op straat worden schaarser

Ook parkeren wordt anders: niet meer standaard voor de deur, maar bijvoorbeeld geclusterd in de wijk of op eigen terrein. Als alternatief voor een eigen (tweede) auto ­komen er meer deelauto’s, deelscooters en deelfietsen. Mits goed georganiseerd, ­kunnen die ervoor zorgen dat het autobezit afneemt. En als de auto uit de straat ­verdwijnt, komt er ruimte voor dat speeltuintje, voor groen, voor een plek om elkaar te ontmoeten.

In de dunbevolkte regio’s rondom de stad zijn afstanden groter en daar blijft de auto een prominente rol spelen. Voor wie met de auto naar de stad komt, blijven de parkeergarages bereikbaar, maar het aantal parkeerplaatsen op straat zal schaarser worden. Een alternatief zijn P+R-terreinen aan de rand van de stad. Openbaar vervoer en de fiets­paden brengen de reizigers naar hun bestemming.

Zulke alternatieven voor de auto moeten vanzelfsprekend worden. En dat worden ze ook, zien we. Sinds 2014 rijden bussen en treinen vaker, en zijn ze beter op elkaar aangesloten. Bus- en treinverbindingen vanuit de regio zijn doorgetrokken naar de stad. Het resultaat: het ov-gebruik groeide tussen 2014 en 2019 met 40 procent. In de toekomst worden ov-verbindingen nog directer verbonden met de belangrijkste bestemmingen in de stad.

Een van de gelukkigste Europese steden

We zijn er best trots op: het Groningse ­Verkeerscirculatieplan vond navolging in vele steden in binnen- en buitenland. Soms zelfs tientallen jaren later. Zoals Gent in ­België, dat vijf jaar geleden een circulatieplan invoerde waardoor mensen vaker fietsen of wandelen.

Er wordt, ook nu nog, door professionals met grote belangstelling gekeken naar onze manier van omgaan met de ruimte.

Ze kijken naar ons en naar buurdorp ­Haren, nu deel van de stad Groningen, dat begin deze eeuw zijn Rijksstraatweg, een doorgaande noord-zuidroute dwars door het centrum, transformeerde tot een zogenoemde shared space, waar auto’s, fietsers en voetgangers dezelfde ruimte delen. How Groningen invented a cycling template for ­cities all over the world, kopte de Britse krant The Guardian.

En in het Report on the Quality of life in European Cities van 2019 van de Europese Commissie behoort Groningen tot een van de gelukkigste steden in Europa, dankzij onze hoge score op kwaliteit van de open­bare ruimte, luchtkwaliteit en het ov.

Schrijver Özcan Akyol gaf op Twitter wellicht de mooiste samenvatting: ‘Als heel ­Nederland er als Groningen gaat uitzien, hebben we geen problemen meer’.

Iedereen is verantwoordelijk voor een stukje van de puzzel

Beste minister, verandering kunnen we alleen bereiken door het huidige denken te doorbreken. Iedereen – ondernemers, bewoners, gemeente- en provinciebestuurders en ook u in Den Haag – is verantwoordelijk voor een stukje van de puzzel.

Het zou helpen als het Rijk 30 kilometer per uur echt de nieuwe norm zou maken binnen de bebouwde kom. En ervoor zou zorgen dat slimme technologie waarmee ­auto’s zich aan de maximumsnelheid houden snel gemeengoed wordt.

Samen met u kunnen gemeenten en provincies nog steviger inzetten op beter openbaar vervoer. En ervoor zorgen dat die 1 miljoen woningen die de komende jaren verrijzen zo worden gebouwd dat lopen, ­fietsen of het openbaar vervoer pakken het meest voor de hand ligt.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Elektrisch rijden is de toekomst, maar zaligmakend is het niet. Als de straat wordt gedomineerd door elektrische auto’s is de lucht weliswaar schoner, maar het ruimtebeslag blijft even groot. Dus laten we investeren in wandel- en fietsvoorzieningen, óók tussen dorpen en steden. Geef mensen, kortom, zo min mogelijk aanleiding om de auto te gebruiken. Of help ze er zelfs helemaal van af te zien.

Groningen maakt nu een keuze, maar eigenlijk zou iedereen zich de vraag moeten stellen: hoe zie jij jouw straat het liefst? En zich dan inbeelden hoe dat eruitziet: veel minder, of zelfs geen geparkeerde auto’s. En fantaseren over wat je met de vrijgekomen ruimte kunt doen.

Beste minister, wilt u vanuit Den Haag helpen om de fantasie te prikkelen, zodat we steden en dorpen mooier gaan maken en mensen gelukkiger en gezonder worden? En dat heel Nederland meedoet: geef de straat terug aan de mensen!

Met vriendelijke groet, Philip Broeksma, wethouder verkeer & vervoer Groningen

Lees ook:

Steden verstenen, ook nieuwbouwwijken zijn te weinig groen

Een berm vol wilde bloemen, een grasveld of de oever van een sloot of plas, elk strookje groen vergroot het woongenot voor bewoners. En stadsnatuur is hard nodig voor de biodiversiteit en veiligheid in de wijk. Toch is meer dan de helft van de wijken in de grote steden versteend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden