null

De zintuigen vanPieter Koolwijk

Gouden Griffel-winnaar Pieter Koolwijk: Ik praat snel en luister slecht, maar heb een hoofd vol fantasie

Beeld Patrick Post

Pieter Koolwijk (46) is kinderboekenschrijver. Zijn boek Gozert, over een jongen met een onzichtbare vriend, werd bekroond met de Gouden Griffel, een prijs waar hij lang niet van durfde te dromen. ‘Ik heb moeite gehad om in deze maatschappij te passen.’ Een interview aan de hand van verschillende zintuigen.

ZIEN – Rotjoch of niet, zie ook het positieve in een kind

“Ik was begin twintig toen ik als post­bode in Alphen aan den Rijn ­onverwacht voor het huis van mijn ­oude juf van de ­lagere school stond. Ik deed een bakkie, we kletsten wat. Als postbode was ik veel buiten, het is werk met veel vrijheid, maar ik was niet op mijn plek, al wist ik ook niet wat ik dan wel wilde. Dat vertelde ik haar. Ze zei: ‘Jij maakte je vroeger ook al druk over wat je zou moeten worden, dat hoeft niet. Jij bent een laatbloeier, het valt vanzelf op z’n plek’. Ik vond dat zo fijn om te horen. Eigenlijk zei ze: het is oké, je doet het niet fout.

Als kind kreeg ik vaak een andere boodschap mee. Ik was best een slim jochie, maar ook een stuiterbal, een druktemaker. Ik kreeg vooral te horen wat ik niet goed deed. Behalve bij deze juf, zij had een zwak voor me en vond bijvoorbeeld dat ik goed kon lezen. Maar vanaf de derde zat ik bij zo’n heel ouderwetse meester in de klas. Ik moest vaak in de hoek staan, of op de gang. Omdat ik te veel aan het praten was of de clown uithing.

Ook buiten school had ik altijd rotzooi aan m’n kont hangen. Dan had ik fikkie gestookt en liep het uit de klauwen. Of ik had op de stoep bij de buurtwinkel net geleverde pakken appelsap kapotgestampt – dat geeft zo’n harde knal. Kattenkwaad-plus. Thuis kreeg ik er dan van langs. En op den duur werd ik standaard op een bepaalde manier weggezet. Een keer ging de bel. Toen mijn vader blauwe uniformen zag – we hadden een voordeur met mat glas – riep hij direct mijn naam, terwijl de politie voor iets heel anders aan de deur kwam.

De jongens buiten moesten juist om mij lachen. We hadden enorme lol. Zij zagen mij wél, op een positieve manier. Ik wilde heel graag bij de groep horen, dus als ­iemand zei ‘dat durf jij niet’, deed ik het juist. Ik was altijd maar op zoek naar spanning. Ook toen ik op de mavo zat. Ik maakte dingen stuk. Puur voor de kick. Vandalisme. Ja, ik ging grenzen over.

Dat gedrag is niet goed te praten, maar die jeugd heeft me wel iets geleerd. Als je als kind alleen maar als rotjoch wordt gezien, ga je je op een gegeven moment ook zo ­gedragen. Want dat is toch wie je bent? Al probeer je dingen anders te doen, je blijft dat stempel houden. En dan is het het makkelijkst om die ‘jas’ telkens maar weer aan te trekken, om dat rotjoch te zijn.”

Wie is Pieter Koolwijk?

Pieter Koolwijk (1974) werd geboren in Gouda en groeide op in Zwammerdam, een dorp tussen Alphen aan den Rijn en Bodegraven. Zijn vader was buschauffeur, zijn moeder verpleegster. Na de mavo begon hij aan een opleiding verpleegkunde, maar deze maakte hij nooit af. Diverse baantjes volgden. Op dit moment woont hij samen met zijn dochter (16) in Emmen, waar hij drie dagen per week werkt als ICT-medewerker bij de gemeente.

Op zijn 37ste debuteerde Koolwijk als kinderboekenschrijver met Vlo en Stiekel (2012, Lemniscaat). Zijn boek Gozert werd dit jaar bekroond met de Gouden Griffel. Eerder werd hij onderscheiden met de Unleash Award (2009) en de Cultuurprijs van de Gemeente Emmen (2018). Zijn boek Bens Boot kreeg in 2016 een Vlag en Wimpel.

ZIEN (2) – Zelfreflectie komt met de jaren

“Het thema van de Kinderboekenweek was dit jaar: worden wat je wil. Nou, dan moet je net mij hebben. Toen ik begin dertig was, wist ik nog steeds niet wat ik wilde worden. Dat heb ik dus ook verteld aan de kinderen op scholen die ik bezocht. Pas toen ik 37 was, werd ik kinderboekenschrijver. Voor die tijd had ik vooral heel veel verschillende baantjes.

Na de mavo ging ik de verpleging in. Ik kwam op een van de zwaarste afdelingen in het ziekenhuis te werken: oncologie. Er gingen mensen dood, er was veel leed. Het was te heftig. Vervolgens ben ik in dienst gegaan – een idee van mijn vader, om mij in het gareel te krijgen, al bleef ik zo dwars als wat. Daarna zat ik in de verzorging, ook dat werd niets. Dus ging ik via uitzendbureaus allemaal klussen doen. Een week hier, een week daar. Dan stond ik dozen te stapelen in een fabriek en kwam ik ’s middags jankend bij mijn vriendin: ‘Is dit mijn leven?’

Ik dacht altijd: ik kan iets speciaals. Maar ik wist lang niet wat. Een gevoel van totale mislukking overheerste. Ik heb ook nog bij de douane gewerkt, bij de post, bij een bedrijf dat gif spoot tegen houtworm, en uiteindelijk ben ik de IT ingerold. De onrust bleef. Er was iets, maar ik had niet door dat het in mezelf zat. Het lag aan de hele wereld, maar niet aan mij.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

De geboorte van mijn dochter Nora is een omslagpunt geweest. Pas toen ik vader werd, leerde ik kritisch naar mezelf te kijken. Daar moet ik vooral de moeder van mijn dochter – we zijn drie jaar geleden uit elkaar ­gegaan – de credits voor geven. Dankzij haar ben ik de vader die ik nu ben. Op momenten dat Nora als klein kind ‘vervelend’ was en ik pure onmacht ervaarde, nam zij het van me over. Dan besprak ze zo’n situatie met me en zei ze: ‘Dit doet ze niet om jou te treiteren’. Of: ‘Je moet het niet persoonlijk nemen’.

Ze vroeg ook wat voor soort ouder ik wilde worden. ‘Een liefdevolle vader’, zei ik, ‘die er voor z’n dochter is’. Het was best een hele reis om daar te komen, maar gelukkig had ik een vriendin die het pedagogisch goed snapte. Mijn eerste stapjes zelfontwikkeling. Opeens moest ik niet zozeer werken aan de mens die ik was, maar aan de vader die ik wilde worden. Dat is gelukt, ik ben in de spiegel gaan kijken.”

VOELEN – Te veel fantasie is nooit fout

“Ik wilde weg uit Alphen, we woonden in een niet zo beste wijk en ik vond het westen veel te druk. Al die files. Al die prikkels. Uiteindelijk zijn we naar Emmen verhuisd. Daar vond ik rust. Daar ben ik voor het eerst naar een psychiater gegaan, om over mezelf te praten.

Zijn diagnose was helder: ADHD. Vervolgens zei hij: ‘Dan krijg je nu ritalin’. Daar schrok ik van. Als volwassene kon ik zeggen: ‘Nee, dank u’. Maar een kind doet dat niet makkelijk. Doordat ik vroeger nooit medicatie heb gekregen, heb ik leren omgaan met mijn drukke hoofd. Ik voel nu aan wanneer ik mijn muil moet houden en ik vraag aan vrienden altijd even hoe het gaat. Ties, de hoofdpersoon in Gozert, wil ook geen medicatie slikken, daar zit een parallel ja. Maar ik ben niet anti pillen­­ hoor. Ik vind het wel belangrijk dat er goed over wordt nagedacht. Grijp niet direct naar een pilletje zodra een kind ook maar een beetje druk is.

Pieter Koolwijk wordt hij ge-spray-paint door kunstenaar  Karin Siebring. Beeld Patrick Post
Pieter Koolwijk wordt hij ge-spray-paint door kunstenaar Karin Siebring.Beeld Patrick Post

Ik krijg veel reacties op dit thema, het ligt gevoelig. Maar eigenlijk gaat het in mijn verhalen om een andere vraag: wat is gek en wat is normaal? Ties heeft een onzichtbare vriend en de hoofdpersoon in Luna hoort stemmen in haar hoofd. Ze zitten in een inrichting. Maar wat als wij mensen wegzetten als gek die dat misschien helemaal niet zijn? We zijn soms zo snel met die medische labels. We proberen iedereen tussen bepaalde lijntjes te stoppen.

Het is ook de doodsteek voor de fantasie. Een moeder vertelde mij laatst dat een leraar over haar zoontje had gezegd: hij heeft te veel fantasie voor zijn leeftijd. Hoe kan je dat zeggen? Wat heb ik dan met mijn 46 jaar? Een hoofd bomvol fantasie. Daarmee heb ik een Gouden Griffel gewonnen. Dus zeg dat niet over een kind. Ja, op zo’n moment realiseer ik me weer hoeveel moeite ik ook zelf heb gehad om in deze maatschappij te passen.”

PROEVEN – Ik kan blijven snoepen

“Ik ben een zoetekauw, dol op chocolade en drop, ook tijdens het schrijven. Mijn dochter vraagt regelmatig verwonderd: ‘Is die rol koekjes die we gisteren hebben gekocht nu al op?’ Tja, ik kan echt blijven snoepen.”

INTUÏTIE – Als iets niet goed voelt, doe ik het niet

“Eigenlijk wilden mijn vriendin en ik in Noorwegen gaan wonen. Dat bleek een stap te ver. We wisten hoe mooi Drenthe was, dus toen we op internet zagen dat er in Valthermond, een lintdorp ten noorden van Emmen, een enorm huis te koop stond – het kostte geen drol – gingen­­ we kijken. Het was die hele dag zonnig, maar zodra­­ we daar waren betrok de lucht. Ik wist meteen: dit doen we niet. Het voelde niet goed. Daar ben ik heel intuïtief­­­ in. Diezelfde dag zijn we in Emmen gaan ­kijken.

Emmen was wel even wennen. Mijn hele sociale leven­­ viel weg. Ik had minder afleiding. Meer tijd. Ik ben gaan schrijven. Verhalen voor volwassenen. Bij een schrijfwedstrijd eindigde ik bij de beste vijftien. Ik was zo trots, voor het eerst in mijn leven eigenlijk. Ik wist: dit wil ik meer doen! Mijn vriendin zei vervolgens: schrijf eens een kinderboek. Dat heeft ze goed gezien.

De rust hier is heerlijk, maar toen ik laatst ’s avonds in Rotterdam was, met al die hoge gebouwen, al die lichtjes en die reuring, dacht ik wel: o, wat is dat lekker. Voor nu is Emmen goed. Ik zeg niet dat ik hier over twintig­­ jaar nog steeds woon, maar ik zeg ook niet dat het niet zo is. Die vrijheid, dat het leven alle kanten op kan, vind ik verfrissend.”

RUIKEN – Hoe ruikt een huis?

“De geur van iemands huis krijg je direct mee als je bij iemand binnenloopt, maar je weet nooit hoe je eigen huis ruikt. Best gek eigenlijk. Het maakt me gelijk ook onzeker. Dan denk ik: als mijn huis maar niet stinkt. Daarom heb ik in de hoek dat witte ding staan, zo’n luchtjesbrander waar etherische olie in moet.”

Koolwijk in het atelier van kunstenaar Karin Siebring.  Beeld Patrick Post
Koolwijk in het atelier van kunstenaar Karin Siebring.Beeld Patrick Post

HOREN – Ik schrijf het beste met hardstyle-muziek

“Ik schrijf vooral ’s avonds. Dan gaat die telefoon niet meer en zijn er even geen appjes. De wereld vraagt dan minder van me. Ik heb tijdens het schrijven altijd een koptelefoon op, met muziek. Zo kan ik me afsluiten voor de werkelijkheid en in mijn fantasiewereld stappen.

Het lekkerste schrijf ik op hardstyle – elektronische muziek uit de tijd dat ik een gabber was. Door dat repeterende kom ik in een bepaalde focus. Gamemuziek kan dat effect ook hebben. Sommige mensen zullen het ­misschien raar vinden dat ik juist deze muziek luister ­tijdens het schrijven. Maar ja. Boeien.

Iemand zei laatst dat ik zo’n verfrissend figuur ben met mijn tatoeages, mijn petje en mijn accent – zo anders­­ dan andere kinderboekenschrijvers. Op zo’n moment­­ realiseer ik me weer dat ik vroeger echt moeite had met mijn anders-zijn. Nu omarm ik het.

Een van de eerste dingen die ik op scholen zeg is: ‘Ik ben druk, ik kan slecht stilzitten, ik luister niet goed, ik heb ADHD. En ik hou van gamen.’ Die kinderen denken vervolgens: hé, dat is er een van ons. Daarna vertel ik ze dat ik vroeger niet van lezen hield. Om meteen daarna te zeggen: ‘Tot ik dat ene fantastische boek las….’ In de hoop dat ze ook aan het lezen slaan.”

Lees ook:

De geestige en ontwapenende bewoners van Huize Hoopvol

Als Ties een licht hysterisch verzonnen vriendje krijgt, belandt hij in een psychiatrische inrichting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden