Gert-Jan Segers: ‘Ik kan inmiddels zonder schuldgevoel genieten van een bioscoopbezoek.’ Beeld Mark Kohn

Interview Gert-Jan Segers

Gert-Jan Segers: Nee, de kinderen van Syriëgangers moeten we beslist niet toelaten

Gert-Jan Segers (Lisse, 1969) werkte als zendeling in Egypte en was tot begin 2013 directeur van de Mr. G. Groen van Prinsterer Stichting, het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie. Sinds 20 september 2012 is hij lid van de Tweede Kamer voor de CU. Op 10 november 2015 werd hij fractievoorzitter van de partij.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“God heeft mij verlost van mezelf. Ik hoef me niet eindeloos – als een soort bedrijfsleider van de bv Ik – bezig te houden met wat ik vind of voel. God leidt mij, God helpt mij om het goede te doen. Dan kan jij nu zeggen dat ik mezelf maar wat wijsmaak – en er zijn ook momenten geweest waarop ik heb gedacht: praat ik nu in mezelf, of is het God die tot mij spreekt? – maar ik geloof liever dat ik een uniek, gekend en geliefd wezen ben dan een bundel cellen in een zak van huid. Voor jou is de wereld misschien een schitterend ongeluk, voor mij is het duidelijk dat God deze schitterende wereld gewild en bedacht heeft.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Als mijn ouders het me niet verboden hadden om te voetballen, dan was ik misschien wel in het Nederlands elftal geëindigd. Grapje natuurlijk, maar ik was absoluut bezeten van die sport. In hun ogen was het niks anders dan verdwazing, een verafgoding van sporthelden en je eigen lichaam. Er waren meer conventies – geen afbeeldingen van Jezus, geen televisie, geen bioscoop – die allemaal pasten in de traditie van de Gereformeerde Gemeente, lastig voor mij als kind, maar ik heb altijd gezien wat er voor mijn ouders achter zat: een warm hart voor God en voor de mensen om hen heen. Ze hadden er alles voor over om hun missie gestalte te geven. “Ik heb er een paar lagen afgepeld en kan inmiddels zonder schuldgevoel genieten van een bioscoopbezoek, een mooie voetbalwedstrijd of een avondje Netflixen, maar in de kern kom ik wel op hetzelfde idee uit, namelijk dat ik, net als mijn ouders, bereid ben om mijn leven in dienst te stellen van God en de mensen om mij heen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Dat ik in 2015 tot fractievoorzitter van mijn partij werd gekozen voelt bijna als iets wat meant to be was, maar ik ben beslist geen uitverkorene of geroepene; ik moet het heel dicht bij mezelf houden: ik ben beschikbaar en als ik niet langer nodig ben, ga ik iets anders doen. Wat de letterlijke betekenis betreft: ik vind een knetterende vloek onnodig en onfatsoenlijk, maar het is niet zo dat ik er ondersteboven van raak. Ik moet je bekennen dat ik, in mijn hoofd, ook wel eens mensen helemaal verrot heb gescholden – nee, nee, geen ijdel gebruik van Gods naam, maar ik ga ook niet vertellen welke woorden ik dan wél bedenk. Het is een innerlijke losbandigheid die ik mezelf permitteer, maar ik zal me naar buiten toe altijd beheersen. “Mensen die de controle verliezen, mensen die vloeken en tieren en met de deuren gaan slaan, zakken onmiddellijk in mijn achting. Ik laat me zelden gaan. Als wij ruzie krijgen? Dan zal ik je op een heel beheerste manier zeggen: dit gesprek is nu afgelopen. Daar is het gat van de deur.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Het is doodzonde dat ik het als vertegenwoordiger van de ChristenUnie de goegemeente maar niet krijg uitgelegd dat het beter zou zijn om een dag per week rust te nemen. Wat men percipieert is: jij, christen, gaat mij niet vertellen wat ik op zondag wel of niet mag doen, maar ik probeer alleen maar duidelijk te maken dat die versnelling van het leven ons niet gelukkiger maakt. Om nog maar te zwijgen over de megaton aan CO2-uitstoot die het zou schelen als we al die winkels één dag gesloten houden. “Voor mij is de zondag niet alleen de dag waarop even niets hoeft, maar ook een dag voor God, een dag van contemplatie. Als de kans er was, zou ik iedere ochtend wel even naar de kerk willen gaan, maar ik kan het een beetje opvangen door elke dag, in de bus van Hoogland naar het centraal station van Amersfoort, te beginnen met een overdenking van ‘Eerst Dit’ (Bijbelpodcast van de EO en IZB, AV). Waar die van vanochtend over ging? Goeie vraag... Over waarachtigheid, geloof ik.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader was de zoon van een bollenboer in Lisse. Zijn drie broers zijn in de bollen blijven werken, maar hij ging weg- en waterbouw studeren in Delft. Tijdens het eerste jaar van zijn studie had mijn vader een bijzondere geloofservaring: hij hoorde een tekst – ‘Mijn genade is u genoeg’ – die resoneerde in zijn hart en hem deed besluiten om het onderwijs in te gaan en met mensen te gaan werken. Hij werd uiteindelijk directeur van een mavo, maar wilde liever predikant bij de Gereformeerde Gemeente worden. Op een dag las hij een advertentie waarin een kerkplanter – een soort zendeling in eigen land – voor Leeuwarden werd gezocht. Hij solliciteerde en werd aangenomen. Ik was acht. We vertrokken met het hele gezin naar het noorden.

“Wij, de kinderen, werden ook ingeschakeld bij de hoge opdracht die mijn vader had gekregen. Ik nam voetstoots aan dit mijn vaders roeping was. Als God je roept, dan ga je. Zo denk ik er nu nog steeds over... maar het verhaal van mijn vader is toch verdrietig afgelopen. Hij werkte zo hard, deed zo verschrikkelijk zijn best – nóg een huisbezoek, nóg een lezing – dat hij zijn eigen gezondheid en het welbevinden van de mensen om hem heen vergat. Hij liep vast in zijn leven. Ik zag het gebeuren, ik zag zijn handen trillen, ik proefde ook momenten van grote eenzaamheid... maar ik kon hem niet bereiken.

“Ik zat in mijn studententijd, probeerde zelf uit te vogelen wat ik nou precies geloofde. Voor mij ging de wereld open, terwijl die van mijn vader juist steeds enger werd en hij almaar rechtlijniger ging denken. Mijn vader bezweek op zijn zestigste aan de gevolgen van een hartaanval. Het tragische is dat ik voor mijn gevoel al een paar jaar voor zijn dood afscheid van hem had genomen. Ik heb het mezelf nog heel lang kwalijk genomen dat ik niet genoeg mijn best had gedaan om hem in die eenzame periode te bereiken.

“Ik weet dat hij een ontzettend lieve man was, iemand die met hart en ziel werkte, trouw aan zijn roeping, maar het was moeilijk met hem in contact te komen. Veel liep via mijn moeder. Mijn moeder gaf soms mijn vaders emoties door: ‘Hij mist je’ of ‘Hij vindt het fijn als je thuiskomt’. Hij was natuurlijk ook een kind van zijn tijd, maar ik heb die persoonlijke aandacht wel gemist. Daar gaat mijn verdriet over, als ik bij zijn graf – heel lang de enige plek waar ik kon huilen – sta: de mislukking, het onvermogen... Tegelijkertijd weet ik: als God voor mij genadig is, moet ik ook voor hem genadig zijn.

“Ik heb altijd een betere band met mijn moeder gehad. Ze is nu 78. We bellen iedere zondagavond met elkaar. Er bestaat een basaal vertrouwen. Ze zegt: ik hoef niet alles te weten wat je doet. Ze is het ook niet altijd eens met de keuzes die ik maak, maar dat doet aan onze hartsverbondenheid niets af. Ik weet niet of ze trots op me is. Dat woord zal ze nooit gebruiken. Ze is dankbaar. Net als ik. Ik voel wel een soort vaderlijke trots voor mijn drie dochters, maar ik zal me nooit ergens op laten voorstaan. Dit is niet mijn werk, niet mijn verdienste, het gebeurt niet alleen maar door mijn toedoen; het ontstaat met Gods gratie en het enige wat daarbij past is dankbaarheid.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Mijn grote held, Dietrich Bonhoeffer (Duitse theoloog, kerkleider en verzetsstrijder, 1909 - 1945, AV) heeft ooit gezegd dat iets doen uiteindelijk beter is dan niets doen; dat het, om erger te voorkomen, misschien zelfs je plicht is om te doden. Die gedachte heeft me ook geholpen toen ik de vraag kreeg voorgelegd of onze F-16’s in 2016 doelen in Syrië mochten bombarderen. Ik heb het tot in de gruwelijkste details – hoe de bommen hun doel zouden treffen – doordacht en daarna stilgestaan bij het alternatief: als we niets doen zullen onschuldige mensen, zoals destijds de Yezidi’s in het Sinjar-gebergte, de dood in worden gejaagd, of als slaven worden verhandeld. “Nu staan we voor een soortgelijk dilemma: wat te doen met de uitgereisde Syriëgangers? Persoonlijk kan ik voor hen bidden, hopen dat God hen ooit nog op andere gedachten brengt, maar we moeten deze mensen op dit moment beslist niet toelaten. Nee, ook hun kinderen niet, want met de kinderen haal je ook de ouders binnen; moderne SS’ers, die zich vrijwillig hebben aangesloten bij een gruwelijke, moorddadige organisatie, en waarvan sommigen er waarschijnlijk niet voor zullen terugdeinzen om hier, in Nederland, een aanslag te plegen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Laatst las ik ergens dat vriendschap zoiets is als een liefde die niet mag. Voor mij zijn vriendschappen met vrouwen ingewikkelder dan die met mannen. Niet vanwege een fysieke aantrekkelijkheid – vrouwen die, hoe zal ik het zeggen... in technische zin mooi zijn, vind ik niet per se aantrekkelijk – maar vanwege een emotionele nabijheid. Ik moet alert blijven, een veilige afstand bewaren. Natuurlijk mag lust bestaan, maar die kanaliseer ik in mijn huwelijk. Trouw is voor mij een kernwaarde, het huwelijk is een heilig verbond. Zoals God mij van mezelf heeft gered, zo heeft Rianne me in zekere zin ook van mezelf gered: als ik een keer een weekend alleen ben, weet ik precies hoe mijn leven er zonder haar zou hebben uitgezien: ik zou alleen nog pizza eten en laat naar bed gaan. Zonder haar zou ik veel ongezonder en eenzamer zijn.”

VIII Gij zult niet stelen

“Earth Overshoot Day, de dag waarop we evenveel grondstoffen hebben verbruikt als de aarde in driehonderdvijfenzestig dagen in staat is te produceren, wordt in Nederland al in april bereikt. In april! En daarna moeten we gaan stelen van anderen, elders in de wereld, maar vooral ook: van onze kinderen. Ja, we zijn waardeloze rentmeesters, echt waardeloos. Ik ben van nature helemaal niet zo groen of duurzaam ingesteld, maar het is voor mij volstrekt evident dat we zo niet langer kunnen doorgaan.

“Thierry Baudet zegt dat ik gek ben, Geert Wilders beweert dat ik een nieuw soort groene religie aanhang, maar mijn afwegingen zijn nuchter en rationeel. Volgens het beste weten van de beste klimaatwetenschappers moeten we nu handelen om verdere klimaatverandering tegen te gaan. Maar nee, dat soort mannen gelooft liever een plukje gepensioneerde hoogleraren – vaak op heel andere vakgebieden deskundig – die in de krant (‘Wetenschap in plaats van emotie’ gepubliceerd op 29 december 2018 in De Telegraaf, AV) het tegenovergestelde beweren. Zo’n club krijgt status en aandacht omdat er nu eenmaal een heel kwaadaardig, destructief wereldbeeld bestaat waarin de overheid als vijand fungeert en politici zakkenvullers zijn.

“Soms hebben mensen economische belangen, bijvoorbeeld als ze hun geld verdienen in de fossiele brandstofindustrie, maar er is ook een grote groep die niet bereid is iets van hun welvaart in te leveren, die niet wil dat hun levensstijl wordt aangetast. Zij móeten die klimaatontkenners wel geloven omdat ze anders willens en wetens de aarde vernietigen, omdat ze anders dieven zouden zijn.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Toen ik net in de Tweede Kamer zat, trok ik het me nog persoonlijk aan als ik voor leugenaar of Farizeeër werd uitgemaakt. Inmiddels weet ik dat men vaak boos is op ‘Den Haag’ – en ik kan me die ergernis ook wel voorstellen. Er zijn onwaarachtige politici die hun punten ten koste van anderen willen maken en daarmee het aanzien van de hele beroepsgroep schaden. Als de heer Öztürk van DENK beweert dat mevrouw Karabulut van de SP een ‘terroristische organisatie als de PKK’ steunt (tijdens een Kamerdebat op 6 juni j.l., AV), voel ik me geroepen om voor mijn collega op te komen. Zo’n valse beschuldiging kan namelijk heel schadelijk voor haar uitpakken. “Het is waar: de fatsoensgrens dreigt vaker overgestoken te worden, maar ik geloof toch dat we hier geen Amerikaanse toestanden zullen krijgen. Daar is het zo dat je vóór of tegen Trump bent, hier worden we door onze representatieve democratie tot het midden gedwongen. En als er op de man wordt gespeeld: niet happen. Of, zoals Michelle Obama het al verwoordde: ‘When they go low, we go high.’”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Ik heb moeten leren niet eindeloos te dagdromen over wat er allemaal nog gaat komen. Wat is de volgende stap? Wat wil ik nog meer? Het is heel vermoeiend om steeds maar bezig te zijn met onvervulde verlangens, the fear of missing out, met afgunst als gevolg. Ik probeer, om Henri Nouwen (priester, hoogleraar en schrijver, 1932-1996, AV) te parafraseren, mijn identiteit en mijn eigenwaarde niet langer te vinden in wat ik doe, niet in wat ik heb en zeker niet in wat anderen van mij vinden. “Er is meer ontspanning in mijn leven dan twintig jaar geleden. Laatst dacht ik eraan dat ik eigenlijk ook een losse periode had moeten doormaken, maar goed, daarvoor is het echt te laat; het zou toch tragikomisch zijn als ik nu nog van een keurige, beschaafde jongen zou transformeren in zo’n figuur met een stel tattoo’s en een piercing in zijn neus?”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden