EssayGeneraties Y & Z

Generatie Z heeft pas echt reden tot klagen, toch?

null Beeld Jenna Arts
Beeld Jenna Arts

In 2013 schreef Marijke de Vries (34), toen nog twintiger, een boek over de (des)illusies van haar generatie: de millennials. Nu staat een nieuwe generatie twintigers op de drempel van studie naar werk. Is voor hen alles anders?

De zoon van een vriendin wil weten of het zin heeft om na zijn studie politicologie nog een master journalistiek te doen. “Moet je dan niet de beste zijn?” Hij is begin twintig en twijfelt. Journalist lijkt hem een mooi beroep, maar ja: hard werken, slecht betaald, voor jou honderd anderen? “Heeft het zin om eraan te beginnen als je niet zeker weet of je de beste kan worden?” Ik antwoord dat doorzettingsvermogen, arbeidsethos en specialisatie minstens even belangrijk zijn. En geluk. Vlak de factor geluk niet uit! Dat je er vooral voor moet kiezen omdat je nieuwsgierig bent, omdat je er zin in hebt, van verhalen houdt, de macht wil controleren, wilt weten hoe ‘het’ werkt.

Als ik thuiskom, denk ik: blij dat ik geen twintig(er) meer ben.

In 2013 publiceerde ik samen met Birte Schohaus een boek over onze leeftijdsgenoten: De wereld aan je voeten – en andere illusies uit het leven van twintigers. Het was ons opgevallen hoeveel van hen dubbend, twijfelend, verlamd en gestrest door het leven gingen – ja, wij zelf ook. We waren opgegroeid in gouden tijden, maar op het moment dat we de sprong van studie naar werk moesten wagen, vielen de banken om en brak er een financiële crisis uit. ‘De wereld ligt aan je voeten’, was ons als kind eindeloos voorgehouden: als je iets echt wilt en er je best voor doet, lukt het. Maar toen het eenmaal zover was brokkelde die wereld af waar we bij stonden.

Wat een vermoeiende mensen

‘Tobbende twintigers’, zette de redactie op de cover van het weekendmagazine van Trouw, toen nog Tijd, waarin ik een artikel schreef gebaseerd op ons boek. Kern: hoe moesten we shinen te midden van duizenden andere getalenteerde twintigers? Wat als we niet meer dan middelmatig zouden worden?

Als ik ons artikel teruglees, denk ik: wat een vreselijke tijd, wat een vermoeiende mensen. Dat schreef ik toen trouwens ook al. Wat me het meest opvalt, is de onrust, onzekerheid en angst. ‘Je wilt de boot niet missen’, zei een van de geportretteerden destijds. Volgens mij hadden de meesten van ons alleen geen idee hoe die boot er eigenlijk uitzag. ‘Ik ben summa cum laude afgestudeerd (…) maar ik weet dat ik geen genie ben’, benadrukte een van de anderen. We relativeerden onszelf te pletter, maar streefden tegelijkertijd altijd naar meer.

Generatie Y, de eindtwintigers en dertigers van nu (geboren tussen pakweg 1980 en 1995), is met negatieve stereotypen om de oren geslagen. Wij waren de achterbankgeneratie, de grenzeloze generatie, de prestatie­generatie, de beeldschermgeneratie, fopspeenjongeren, hyperindividualisten van de ‘bv ik’. Kortom: verwende, narcistische prinsjes en prinsesjes.

null Beeld

Verschrikkelijke labels, uitgevonden door stomme marktonderzoekers en trendwatchers, vonden Birte en ik destijds. De stereotyperingen voelden als een minachtende en beschuldigende vinger: alsof het onze eigen schuld was dat we niet gewapend waren tegen de omstandigheden. En als navelstaarderige, naar authenticiteit strevende millennials wilden we uiteraard niet over een kam geschoren worden.

Enorm gericht op succes en falen

Nu realiseer ik me dat een deel van die typeringen nogal raak was. We waren enorm gericht op succes en falen; dat laatste wilden we koste wat kost voorkomen.

Volgens diezelfde generatiegoeroe’s kan de generatie na mij, geboren tussen 1996 en 2012, dat veel beter: falen. “Generatie Z is veel bezig met eigen talentontwikkeling. De jongeren doen waar ze goed in zijn en laten de rest. Maar Z accepteert ook – veel makkelijker dan de generaties voor haar – dat zij iets niet, of niet goed kan”, zei trendwatcher René Boender, een van de auteurs van het boek Gen Z. Verlangen naar verandering eind 2019 in Trouw.

Indelingen en typeringen van generaties gaan vaak voorbij aan de invloed van opleidingsniveau, klasse, bubbel en woonplaats. Maatschappelijke, technologische en historische gebeurtenissen in de jeugd beïnvloeden natuurlijk ook het bewustzijn en het zelfbeeld van een generatie. Die van mij zag hoe de eerste computer de woonkamer werd binnengerold in een speciale kast. Al snel volgde een prepaid mobieltje voor op de fiets naar de middelbare school, waar we in het ‘studiehuis’ zelfstandig werkten voordat we hadden geleerd te plannen. De aanslagen van 11 september 2001 maakten ons bewust van de toestand in de wereld, net als de moord op Pim Fortuyn en die op Theo van Gogh.

Als student kochten we een veel te dure smartphone – die lening betaalden we later wel terug, zoals ‘ome Roon’ (minister Ronald Plasterk) ons verzekerde toen we aan de studie begonnen. Met die telefoon konden we de hele dag op Facebook zien wat onze leeftijdsgenoten aan het doen waren en wat zij al bereikt hadden.

Voor generatie Z was online er altijd al. De smartphone hing bij wijze van spreken boven de wieg en ze konden eerder swipen dan lopen. Over de kredietcrisis hoorden ze in het Jeugdjournaal en ze waren de eerste studenten die geen basisbeurs kregen. Terwijl de bankencrisis mijn illusies over gouden bergen en goede banen plotsklaps om zeep hielp, lijkt een onzekere financiële toekomst voor de generatie na mij een fact of life.

Pragmatischer, realistischer en autonomer

Over generatie Z wordt gezegd ze pragmatischer, realistischer en autonomer is dan haar voorgangers. Mijn generatie was op zoek naar een droombaan, de tieners en jonge twintigers van nu hebben liever een handige of verstandige deeltijdbaan, zodat er genoeg vrije tijd is voor hobby’s en het najagen van dromen.

Slim.

Ze lijken ook te hebben geleerd van de blunders van mijn generatie. Volgens Boender en zijn mede-auteur psycholoog Jos Ahlers is generatie Z meer op haar privacy gesteld. Waar millennials hun hele hebben en houden op Hyves en daarna Facebook gooiden en daar jaren later nog mee geconfronteerd werden, zijn de digital natives van generatie Z voorzichtiger. Al wil dat niet zeggen dat het podium voor online zelfpromotie is gekrompen, net als het uitzicht op de concurrentie, dat groeit met ieder nieuw sociale media platform.

Heeft generatie Z reden tot klagen?

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Werden millennials door trendwatchers dromers ­genoemd, generatie Z bestaat volgens hen uit activisten die zich verzetten tegen ongelijkheid, discriminatie en klimaatverandering. Als ik naar de generatie na mij kijk, bewonder ik inderdaad haar kennelijk vanzelfsprekende maatschappelijke betrokkenheid bij debatten over gender, racisme en klimaat. Hoe bewust ze zich, grotendeels, is van #MeToo en #BLM en zich daarover, tussen alle mooie plaatjes door, op sociale media uitspreekt.

Zijn de twintigers van generatie Z daadwerkelijk evenwichtiger en daadkrachtiger? Ze zijn in ieder ­geval met meer realisme – of pessimisme – opgegroeid. Meer nog dan mijn generatie komen ze terecht op een arbeidsmarkt die van flexcontracten en zzp’ers aan ­elkaar hangt en moeten ze onderdak zoeken op een woningmarkt met torenhoge huren en hypotheken. Van de generaties langstudeerders voor hen kregen ze bovendien een fikse studieschuld cadeau, want die basisbeurs kon wel beter worden besteed.

En dan ook nog een pandemie

Het afgelopen jaar walste de coronapandemie nog eens over hun toekomstperspectieven heen. Wie nu afstudeert, heeft minder werkervaring en meer schulden dan ik en mijn leeftijdsgenoten hadden. Ze móeten dus wel pragmatisch en daadkrachtig zijn om het te ­redden.

Die druk voelen twintigers wel degelijk. Studentenorganisaties waarschuwen al jaren voor toenemende stress bij studenten en ik lees het ook in de interviews bij de foto’s van Vivian Keulards. Dat het leven zo duur is, hoe ze straks aan een woning moeten komen. Dat ze drie bijbanen doen, vooral voor hun cv.

In dat opzicht lijken ze net millennials. Volgens CBS-cijfers is het aandeel jongeren tussen de 18 en 25 met psychische klachten al tien jaar stabiel; generatie Z heeft dus evenveel problemen als Y.

null Beeld

Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research Center lijken generatie Y en Z in veel opzichten op elkaar. Ze verschillen vooral van de generaties vóór hen. Toch is het opmerkelijk dat over generatie Z amper negatieve stereotyperingen de ronde doen. Die gaan vooral over hun opvoeders, voor een deel (wel­varende) curlingouders die iedere hobbel voor hun kind proberen weg te poetsen. Ouders die als het kan de portemonnee trekken voor bijlessen en desnoods het huiswerk voor hun kinderen maken. Opvoeders die hun kinderen lang onder hun vleugels houden; blijf gezellig thuis wonen. Het staat in schril contrast tot een verharde samenleving, die nauwelijks nog in een zachte landing voorziet.

Ik ben nu tien jaar verder. Als twintiger kon ik eindeloos tobben, dubben en twijfelen. Nu, met twee kinderen, heb ik daar tijd, hersencapaciteit noch energie voor en dat is prima. De onrust heeft plaats gemaakt voor verontrusting over de staat van de wereld, het klimaat, de toekomst van onze kinderen. Toch voel ik meer perspectief. Ik ben gaan beseffen dat het leven geen wedstrijd is. Dat wat buitenstaanders doen en denken – pas op: open deur! – echt van ondergeschikt belang is.

Leeftijdsgenoten genoeg vinden geen huis

Maar ik heb makkelijk praten met een huis, werk en gezin. Leeftijdsgenoten genoeg die geen huis vinden of hypotheek krijgen. Dat burgerlijke leven dat ik als twintiger vreesde, blijkt een oase in tijden van klimaatverandering en pandemie.

Buiten raast de ratrace onverminderd voort. In de vangnetten waarop vorige generaties konden vertrouwen, zijn gaten geknipt of ze zijn verdwenen: een uitkering krijg je niet zomaar, je studie betaal je zelf en deel je bij voorkeur zo efficiënt mogelijk in. En jobhoppen is alleen leuk als werkgevers in de rij staan, niet als je tijdelijke contracten aan elkaar rijgt of payrollend door het leven gaat.

Het is een valse voorstelling van zaken dat er alleen plaats is voor de besten in onze maatschappij. En toch heeft die overtuiging een belangrijk deel van mijn jaren als twintiger gedomineerd. Millennials zijn erg bezig met zelfontplooiing, zei men destijds. Dat klonk als een luxe hobby, maar voor ons was het vooral een aansporing om onszelf te verbeteren, de concurrentie voor te blijven. Misschien wilden we daarom zo graag authentiek zijn: om iemand te zijn moest je opvallen.

De jongeren van Vivian Keulards klinken evenwichtiger dan mijn generatiegenoten destijds. ‘Ik heb weinig tegenslagen gehad, realiseer ik me’, zegt Arthur. Op mijn 23ste had ik ook weinig tegenslag gehad, maar dat realiseerde ik me maar half, ik moest ­immers het onderste uit de kan halen. Ons grootste probleem was de angst om niet boven de middelmaat uit te stijgen, generatie Z heeft grotere problemen om van wakker te liggen.

Marijke de Vries (1987) werkt sinds 2012 voor Trouw, eerst als redacteur onderwijs en vanaf 2016 als correspondent in België. Onlangs keerde ze terug naar Nederland.

Lees ook:

Selfmade zijn ze, de twintigers van generatie Z

Toen waren ze 18, nu 23. Vivian Keulards ging terug naar de jongeren die ze vijf jaar geleden voor Trouw portretteerde. Samen schetsen ze een beeld van generatie Z.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden