LevenslessenMarjoleine de Vos

Geluk? Dichter Marjoleine de Vos vindt het idee maar overschat

Beeld Merlijn Doomernik

Als dichter en essayist Marjoleine de Vos (63) dicht bij huis, door het Noord-Groningse landschap loopt, kan het geluk haar overvallen. Onlangs verscheen haar boek ‘Je keek te ver. Een wandeling’.

1 Gebruik je eigen taal voor de dingen die je aangaan

“Wat me als kind al aantrok in boeken, was dat ik iets kon voelen en meemaken wat ik nog nooit had meegemaakt in bewoordingen die ik nog niet kende en die ik bijzonder vond. Nu tier ik vaak tegen de radio of de tv. Ik kan me flink opwinden als mensen afgesleten formuleringen gebruiken. ‘Ik ben gedumpt’ vind ik bijvoorbeeld een vreselijke manier van zeggen, zo haal je alles naar beneden.

Ik vind het van belang dat je zo precies mogelijk probeert te zeggen waar het om gaat. Mijn moeder had een plaatje waarop gedichten van Nijhoff werden voorgelezen, en ik kan me herinneren dat ik niet altijd begreep wat er gezegd werd, maar wel voelde dat er iets in zat waar ik iets aan had: het is de formulering die maakt dat het treft.

Als je bijvoorbeeld het gedicht ‘Zie je ik hou van je’ van Herman Gorter neemt: eenvoudiger kan het bijna niet. Maar het heeft toch een totaal andere uitwerking dan wanneer je ‘I love you, yeah yeah yeah’ hoort. Dan voel je niet dat er iemand is die van iemand anders houdt. Maar bij Gorter, wanneer hij schrijft: ‘Ik wou het helemaal zeggen/ Maar ik kan het toch niet zeggen’ voel ik dat er iets belangrijks is dat overgebracht moet worden.”

2 Geluk vindt ons, niet andersom

“Het idee van geluk vind ik nogal overschat. Ik ben erg voor tevredenheid of welbehagen of vervulling. Geluk bestaat natuurlijk wel: als ik ’s morgens wandel, denk ik heel vaak: wat ben ik toch gelukkig dat ik hier in Groningen woon. Maar ik ga niet wandelen om me gelukkig te voelen. Het is er soms als ik loop, en dan overvalt het me. Als ik terugdenk aan de momenten dat ik gelukkig was, dan zijn dat soms onnozele dingen. Als ik als kind buiten speelde en mijn moeder vanaf boven riep: wil je een boterham? En dat ik dan een boterham meekreeg met vijf plakjes warme rookworst en die buiten mocht gaan opeten.

Vroeger had ik een duidelijke voorstelling van hoe mijn leven eruit zou moeten zien. Zo had ik mij voorgesteld een gezin te krijgen, maar ik kreeg geen gezin, want er kwamen geen kinderen. Ik ben in die jaren heel ongelukkig geweest. Ik denk dat mijn voorstelling van hoe het wérkelijke geluk eruit zou moeten zien het goede in mijn leven – dat er wel was – in de weg stond.

Ik herinner me dat ik op een gegeven moment dacht: nu ga ik niet meer kijken naar wat er níét is gekomen, nu ga ik me omdraaien. Dat klinkt alsof je alles in de hand wil hebben en dat is natuurlijk niet zo. Maar ik wil ook niet helemaal de speelbal zijn van mijn emoties en gevoelens en die onbekommerd laten woekeren.”

3 Wees niet te benauwd om te zeggen wat je vindt

“Ik zeg vaak tegen mezelf: wees niet te geïntimideerd, wees niet te verlegen en schaam je niet te veel voor jezelf. Een heleboel mensen kunnen zo fantastisch vrij spreken over wat ze vinden, die deert het niet als een ander een heel andere mening heeft. Dat is normaal, zo moet het ook gaan, maar die houding heb ik vaak helemaal niet. Ik ben verdorie al drieënzestig en nog steeds kan ik denken: wat zal die dat stom vinden.

Een verliefdheid is ooit uitgegaan omdat ik nooit iets tegen die man zei – nóóit. Ik vond alles wat ik zou kunnen zeggen al bij voorbaat zo gênant, dat ik alleen meegaand knikte, uit angst om tegen te vallen. Vroeger liet ik me ook door een bepaald soort mannen intimideren: oudere mannen die met grote zekerheid spraken en de indruk wekten ergens enorm veel van af te weten. Als zij zeiden ‘je hebt het goed gedaan’, dan was het goed. En als ze het niet goed vonden, dan was het niet goed. Ik had daar zelf niets tegenover te stellen – heel slap. Dat is gelukkig over, ik ben niet meer zo onder de indruk van zulke mannen. Maar ik moet mezelf nog wel vaak voorhouden dat ik mijn gedachten naar voren moet brengen.”

Beeld Merlijn Doomernik

4 Durf te vertrouwen

“Aanvankelijk kochten mijn man Tom van Deel en ik een huis in Noord-Groningen als tweede huis. Toen we uit elkaar gingen, was ik zo gehecht geraakt aan Groningen dat ik in het noorden ben gebleven. Ik wilde ook graag de stad uit. Ik ben dol op Amsterdam, maar ruimte en rust om je heen is zoiets heerlijks.

Het is eng als je voelt dat jouw huis, dat je als vast en stevig beschouwt, tijdens een aardbeving ineens onder je beweegt. Er wordt steeds weer een nieuwe commissie of een nieuwe raad ingesteld, maar ondertussen gebeurt er heel weinig. Zo’n slecht bestuur vind ik schandalig: je moet toch een lijn kunnen uitzetten en iets kunnen doen? En je moet mensen toch ook een beetje vertrouwen? Dat is zeker in het begin niet gebeurd: iedereen kreeg almaar te horen dat ze hun huis slecht hadden onderhouden en dat al die scheuren niks met die aardbevingen te maken hadden.

Mensen worden echt murw gemaakt, dat is vreselijk. Zelf heb ik niet zo veel te klagen. Mijn vorige huis had een paar kleine schades en ook dit huis heeft wat kleine schades en dat hebben we met de Nam prima opgelost. Dus het is niet zo dat alles verkeerd gaat, maar sommige mensen krijgen het wel heel erg voor hun kiezen.” 

5 Geef om dingen en vraag niet waarom

“Filosoof Jan Warndorff schreef het boek ‘Geen idee’, en dat gaat over de vraag wat leven is. Niet iets abstracts, antwoordt hij. Zijn formulering ‘probeer van zoveel mogelijk zoveel mogelijk te houden’ trof me enorm. Sindsdien denk ik: ja, zo moet je leven. Ik hou het me vaak voor als alles grijzig en onverschillig lijkt, als ik melancholiek ben of me verveel en niet goed weet hoe me voor iets te interesseren. Als ik alles zinloos vind. Dan helpt het om te denken: probeer van zoveel mogelijk zoveel mogelijk te houden.

Ik heb niet zo lang geleden het huis van mijn overleden ex Tom moeten opruimen. Hij had een prachtige bibliotheek, alles was ook perfect geordend. En dan is hij dood en dan kom je daar met een groepje mensen en je haalt heel die mooie orde eruit: je verkoopt een deel, je doet een deel weg, je maakt het tot een volstrekt waardeloze hoop spul. In deze tijd zijn boeken bovendien helemaal niks waard, dus je kunt nog zo’n mooie bibliotheek hebben, er is niemand die dat íets kan schelen. Dan voel ik hoe alle betekenis me ontvalt. Ik vind het dan ook moeilijk om in de betekenis van mijn eigen bibliotheek te geloven.

Je bent ineens zelf al je eigen nabestaande die naar al die kasten kijkt en denkt: tja, wat moeten we hiermee? Het moet allemaal maar eens weg. Tegen die voorstelling moet ik dan iets in het geweer brengen, anders kan ik overal wel mee ophouden. En dan zeg ik tegen mezelf: het doet er niet toe of dit over twintig jaar voor iemand anders de moeite waard is, het doet ertoe dat het nú voor mij van belang is en dat ik nú om deze dingen geef. Ik moet van de dingen houden en me niet afvragen waartoe of waarom.”

6 Kijk voor je voet

“Als je de wereld voor jezelf kunt benoemen en kunt zeggen: daar staan margrieten, dat is fluitenkruid, dat zijn klaprozen, dan zie je zoveel meer. Ik vond het zo stom dat ik tijdens het fietsen niet verder kwam dan: daar staan ‘bloemen’ – alles wordt zo vaag als je geen idee hebt wat wat is. Dat geldt voor planten en bloemen, maar ook voor de bebouwde omgeving: ik wist toen ik in Groningen kwam wonen niet erg veel van de dertiende- en veertiende-eeuwse kerken die je hier hebt.

Ik zie nu veel meer aan het landschap en aan de dorpen en dan is er ook meer te beleven. Het moet ook je interesse hebben natuurlijk. Soms komen hier mensen op bezoek en die zien he-lemaal niks. Geen wolkenlucht, geen muur van kloostermoppen, niks. Door gewoon uit je doppen te kijken, weet je binnen de kortste keren een heleboel te onderscheiden.

Dat mini-gedicht van K. Schippers ‘Als je goed om je heen kijkt, zie je dat alles gekleurd is’ slaat precies de spijker op de kop. Ik heb bijvoorbeeld een theepot met een bijpassend kopje en elke middag zet ik thee in dat kleine potje. Het bevalt me om dat mooie potje hier te hebben staan: het is dan net alsof ik mijn leven een beetje goed op orde heb. Het geeft voldoening in dit moment, net zoals het me voldoening geeft om mijn bureau of kamer op te ruimen en dan ineens te zien waarom ik de dingen daar heb staan die ik daar heb staan.”

7 Kijk niet te ver, want dan bedrukken de dingen je

“Misschien heeft het te maken met ouder worden, maar ik merk dat ik steeds minder zin heb om naar de toekomst te kijken. Vandaag en morgen is al mooi genoeg. Ik maak wel plannen, al is het maar voor de tuin, of om ergens naartoe te gaan, maar echt ver vooruitkijken bevalt me niet meer zo goed. Ik weet nog dat ik drieëndertig jaar geleden, toen ik net bij NRC Handelsblad als redacteur was aangenomen op een avond naar huis fietste en ineens dacht: is dít nu voortaan mijn leven? Van nu af aan tot onafzienbaar ver is dit wat ik doe? Ik vond dat zó angstaanjagend.

Terwijl: zo is het natuurlijk niet geweest. Elk jaar is er een, met daarin steeds weer afzonderlijke dagen, als je die niet samen als één groot ding ziet, is er helemaal niet iets afschrikwekkends aan de hand. Kijk niet te ver, want dan bedrukken de dingen je.” 

Beeld Merlijn Doomernik

Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 1957) is redacteur en columnist, dichter en essayist. Ze studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. De Vos schrijft over kunst, filosofie, literatuur en koken. Haar eerste poëziebundel, ‘Zeehond graag’ (2000), werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Onlangs verscheen haar boek ‘Je keek te ver. Een wandeling’ in de Terloops-serie van uitgeverij Van Oorschot. Marjoleine de Vos woont samen in Groningen en was eerder gehuwd met de vorig jaar overleden Tom van Deel, voormalig literatuurcriticus van Trouw.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden