Wat is daar nou erg aan?Leonie Breebaart

Geld laten rollen, dat is nu het meest verheffende wat je kunt doen

Beeld Trouw

Het valt niet te ontkennen: deze crisis biedt de moderne mens ook een welkome adempauze. Waarom móest je toch elke week naar de stad om te shoppen? Waarom móest je absoluut naar die voorstelling, die tentoonstelling, die boekpresentatie of die bedrijfsborrel? Zonder gaat het ook best en houd je zeeën van tijd over, waarin je urenlang kunt wandelen met vrienden, zonder daarbij voortdurend op je horloge te kijken.

En dan die weldadige stilte, zelfs midden in de stad! “Amsterdam klinkt als Nijkerk”, begreep ik van Arnoud Traa, die voor het Instituut voor Beeld en Geluid de auditieve kant van de coronacrisis vastlegt. Midden op de Dam hoorde je niet meer dan ‘voetstappen, een eenzame fietser, het rubber van autobanden over klinkers’, vertelde hij NRC een paar weken geleden. Heerlijk natuurlijk. Hij voegde daar wel het volgende aan toe. “Ik realiseerde me tijdens de opnames dat ik bezig ben met het vastleggen van een catastrofe.”

Dat vond ik een verstandige opmerking, want voelt het langzamerhand niet een beetje onbehoorlijk om alleen te focussen op die idyllische, mensenvrije façade, die de intelligente lockdown voor sommigen betekent? Een wereldwijde recessie van megaproporties rolt als een zandstorm op ons af, de vakbonden verwachten al massa-ontslagen, en achter de dichte deuren van onze stillere straten gaan de angst, stress en paniek schuil van massa’s theatermakers, caféhouders, in de horeca bijklussende studenten en ste­wardessen, die ineens niet meer weten of ze straks nog werk zullen hebben. Dat is niet alleen een economische, maar ook een mentale catastrofe. Een golf aan zelfmoorden lijkt me niet uitgesloten.

Aandacht naar ‘zijn’

Toch blijven sommige filosofen de ‘kansen’ benadrukken die al die lege cafés, gesloten the­aters en dreigende faillissementen kunnen betekenen. Dat we de afgelopen weken ‘niet eens op een terrasje konden zitten’, zoals Joke Hermsen het uitdrukte, zou ons kunnen leren om tijd op een ‘innerlijke manier’ te ervaren, een manier ‘die losstaat van economie, geld, drukte en stress’. De wereldwijde pandemie kan ons leren minder te focussen op ‘hebben’ en meer op ‘zijn’, denkt Hermsen. “Hopelijk leert ons deze periode van onthouding onze aandacht op meer structurele wijze naar ‘zijn’ te verleggen. Dat wil zeggen naar ervaringen die er werkelijk toe doen: aandacht, verbinding, inspiratie, reflectie.”

Wat Hermsen met die ‘structurele wijze’ bedoelt weet ik niet, maar je vraagt je af wat een podiumkunstenaar van bovenstaand advies zou zeggen. Zouden cabaretiers, dansers, acteurs en dirigenten nú ineens ontdekken wat er écht toe doet: aandacht, verbinding, inspiratie en reflectie? Of zouden ze juist meer dan ooit ervaren dat een inkomen het fundament is waar hun arbeid op rust, een type arbeid dat de cultuurconsument bij uitstek kan inspireren? Maar dan moeten er wel kaartjes verkocht worden. Dan moeten de zalen wel vollopen.

Wat sommige consumenten nu ervaren als een weldadige windstilte (‘ik kan best zonder latte machiato’) betekent een storm van stress voor talloos veel anderen die leven van de drukte, de cafés, de winkels, de theaters en de events. Om hen uit de brand te helpen moeten we maar snel weer gaan spenden. Geld laten rollen, dat is soms het meest verheffende wat je kunt doen.

Leonie Breebaart is filosoof en redacteur van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden