Klein VerslagWim Boevink

Geen voorjaarszon, maar winterzon, en het licht is helderder dan ooit

Hoe vaak ben ik deze verslagen niet begonnen met het meest actuele dat we om ons heen hebben, namelijk het weer en een beschrijving ervan? Het is niet zo’n gek idee om straks, als de verslagen er niet meer zijn, deze pagina te gebruiken voor een uitgebreid weerbericht.

Wolkenluchten, het licht, de wind, de kou, de regen. En nu, op deze februaridag, vrijdag de zevende, de zon. Geen voorjaarszon, maar winterzon, en het licht is helderder dan ooit.

Dat komt misschien door de donkere maanden die eraan voorafgingen, maar glorieus is het, dat spatscherpe uittekenen van de wereld, die even lijkt te herademen.

Ik was nog niet bij de rivier geweest, hoewel hij hier maar een paar honderd meter vandaan is, aan het eind van de straat. Ik liet de zon iets hoger klimmen, knoopte mijn jas goed dicht – het was nog geen tien graden – en wandelde naar de IJssel.

Wat een aanblik.

De rivier was machtig gezwollen en stroomde breed en traag dicht onder de kade. De zon bescheen de groene uiterwaarden aan de overzijde; nog waren ze niet ondergelopen. Een man die zijn hondje uitliet, kwam me tegemoet. Hij droeg een hoed.

Vlakbij bij Ida, het bronzen standbeeld van de dichter, kruisten we ­elkaar. Ik sprak hem aan en wees op de hoge waterstand.

“Het wordt nog hoger”, zei hij.

We vonden de rivier beiden schitterend. Hij woonde hier al 37 jaar. En had nog ijsschotsen op de rivier zien drijven. We keken, net als Ida, in de richting van de oude brug.

“Een noodbrug van na de oorlog”, zei hij. Hij was in de afgelopen jaren ­opgeknapt. “Bent u hem al eens overgestoken?” vroeg hij.

Ik knikte.

“In de zomer kun je er op een bankje zitten en prachtig naar de rivier kijken.”

Het kwam me voor dat hij er na 37 jaar nog geen genoeg van had.

Een eerbetoon aan de waterweg

Ik nam me voor in de middag die brug over te steken vanwege dat licht; de kade is dan met zijn witte, monumentale huizenrij prachtig beschenen. Zutphen is een van de weinige plaatsen met een mooi bewaard gebleven rivierfront. Zo’n front is een eerbetoon aan de waterweg.

Ik keek nog even naar hoe het bruine water in een krachtige stroming een paar dukdalven omspoelde en liep toen weer de binnenstad in, terug naar mijn dakvertrek onder het oude eikenhouten gebinte.

Het licht spatte van de daken rondom, aan de overkant straalde het grote witte huis met zijn groene luiken en de blauwe hemel was een koepel die aan de einder, waar hij het oppervlak naderde, iets donkerder kleurde.

Een zwerm duiven zwierde uitgelaten boven de daken, nu eens grijs dan weer wit, als de zon hun onderkant ­bescheen. Dan was het alsof het even vonkte tegen het blauw.

Aan de markt vulde zich het terras; gasten onder rode dekentjes in de zon. Je wist dat rokjesdag nog ver weg was, maar de sensatie van deze in goud ­oplichtende dag was er niet minder om.

Vrijdag de zevende februari 2020 verdiende deze aandacht, temeer daar hij een uitzondering is, een kort ontwaken in dit heldere licht; een grote storm is aangekondigd met windstoten en slagregens. En misschien dat de rivier zal golven en kolken.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden