Gabriël.  Beeld illustraties Nora Louise Hoekstra - fotografie Martijn Gijsbertsen.
Gabriël.Beeld illustraties Nora Louise Hoekstra - fotografie Martijn Gijsbertsen.

Portret Gabriël

Gabriël hoopt nog op een normale relatie, maar wanneer vertel je dan dat je pedofiele gevoelens hebt?

Naam: Gabriël
Leeftijd: midden 30
Werk: IT, in Utrecht
Uit de kast: sinds 2005
Hoeveel ‘weters’: 8 (waaronder zijn moeder)

“Als jong kind had ik altijd een bosje vrienden om me heen. Veel buiten, samen hutten bouwen. Het begin van mijn middelbare schooltijd voelde ik me oké. Later, not so much.

Hoe is het om pedofiel te zijn in tijden van pedojagers en complottheorieën?

Dit portret is onderdeel van een grote productie van Trouw over pedofilie. Vanuit de hoofdpagina lees je de verhalen van Ben, Jan en Gabriël. Ook beantwoorden deskundigen 9 vragen. Want is pedofilie eigenlijk aangeboren?”

“Ik werd ouder, maar de leeftijd van de mensen op wie ik viel, bleef hetzelfde. Op mijn 16de vond ik het 11-jarige zusje van een vriend wel grappig. Ik dacht: dit klopt gewoon niet. In het begin probeerde ik het weg te zetten als een soort fetisj, als iets vies wat ik opzij kon zetten. Maar toen gebeurde er iets waardoor ik wist: het is meer dan een fetisj.

“Kort gezegd: op een zomerkamp werd ik als 17-jarige verliefd op een meisje van 12. Ik zou niet zeggen dat we een setje waren, maar we hebben dat hele kamp wel samen rondgelopen. Na het kamp werd ik depressief, omdat ik begreep: dit is het niet. Ik was verliefd op een meisje dat veel te jong was en kwam erachter dat het niet kon en nooit zou kunnen. Door de depressie heb ik de middelbare school met hakken over de sloot afgemaakt en heb ik een tijdje niet gestudeerd.

“Misschien is mijn depressie moeilijk te begrijpen als je wél normaal uiting kan geven aan je seksualiteit. Als je de kans hebt om een relatie te krijgen. Het deprimerende voor mij was dat al die mogelijkheden geheel wegvielen. Dat je wel verliefd kan worden, maar dat het nooit ergens op zal uitlopen. Dat heeft gevolgen voor je hele leven.”

De psycholoog wilde vooral kijken hoe ik niet aan kinderen kon zitten

“In de eerste instantie wilde ik het niemand vertellen, maar ik zat er zo mee, dat ik het op een gegeven moment aan mijn huisarts heb verteld. Hij was redelijk begripvol, verrassend eigenlijk, en verwees me naar een psycholoog. Die kon er niet echt mee omgaan. Ik zat in een existentiële crisis, maar zij wilde vooral kijken hoe ik niet aan kinderen kon zitten, terwijl dat mijn probleem niet was. Ze verwees me door naar forensische hulp: nóg meer misbruikpreventie. Daar ben ik niet op ingegaan.

“Ik belandde op internetfora met andere pedofielen. Met een paar van hen heb ik lang gemaild over issues die we hadden qua seksualiteit en de eenzaamheid die erbij komt kijken. Ik dacht lange tijd dat ik een uitzichtloos bestaan zou leiden. Ik ben opgegroeid in dezelfde maatschappij als iedereen, met het idee dat als je pedo bent, word je een monster. Er is letterlijk niemand, geen rolmodel of ander voorbeeld, waaraan ik me kon spiegelen. Dat veranderde een beetje via die contacten. Ik begon te zien dat er een kans was om toch gelukkig te worden.”

Gabriël

 Beeld Martijn Gijsbertsen
GabriëlBeeld Martijn Gijsbertsen

Ik ben gelukkig, maar niet compleet

“Nu werk ik in de IT als zelfstandig ondernemer. Ik ben gelukkig, maar niet compleet. Ik ben een beetje een workaholic. Dat heeft denk ik met mijn pedofilie te maken, dat ik mijn energie kwijt moet. Zodat ik niet te somber word over mezelf. Als ik me bezighoud met werk, hobby’s en verder vriendschappen onderhoud, dan is het wel goed.

“Ik heb weinig contact met kinderen. Ik vermijd ze niet bewust, maar zoek ze ook niet op. Andere pedofielen doen dat soms wel. Misschien zou ik dat wel willen, maar ik ben vrij angstig aangelegd en denkt altijd: wat als volwassenen het kunnen ruiken? Dat ze doorhebben: je hebt wel érg leuk contact met die 13-jarige. Dat komt denk ik ook doordat ik op meisjes val. Als je als man een potje voetbalt met een jongen, zijn mensen minder alert.

“Soms val ik op vrouwen van mijn eigen leeftijd, hoewel dat zeldzaam is. Ik zeg weleens: ik ben twintig procent hetero en tachtig procent pedofiel. Ergens hoop ik er nog steeds op, op zo’n succesvolle relatie, een happy end. Het is de vraag of zo’n relatie op de lange termijn werkt.

“Ik bedoel, ik moet mijn pedofiele gevoelens op een gegeven moment bespreken. Wanneer doe je dat? Doe je het bij voorbaat? Ze kent je niet, dus denkt ze ‘fuck this’ en loopt weg. Of wacht ik er drie jaar mee, vier jaar of vijf jaar? Laat ik dan zo’n bom vallen op mijn relatie? Kijken wat er dan gebeurt, met wat je al die jaren samen hebt opgebouwd?

“Dat is moeilijk. En het vergt enorm veel vertrouwen. Zij heeft ook die krantenkoppen over pedojagers gezien. Dan moet je erop vertrouwen dat ze in jouw verhaal meegaat, niet in de stigma’s over pedofielen. Wat als ze dat niet doet en het aan vrienden vertelt? Wat als een van hen mij op social media ontmaskert? En als iemand anders me ziet en denkt: alle pedo’s moeten dood? Met al die scenario’s moet ik rekening houden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden