null

De zintuigen vanShamira Raphaëla

Filmmaker Shamira Raphaëla: Ik kijk naar iemands ziel, niet naar z’n daden, hoe lastig ook

Beeld Patrick Post

Kijken, horen, voelen, proeven, ruiken en intuïtie: onze zintuigen tekenen wie we zijn. Deze week: regisseur Shamira Raphaëla (39). Eind deze maand komt haar jeugddocumentaire Shabu uit. In de hoofdrol: een 14-jarige straatwijze jongen uit Rotterdam. ‘Ik toon wie hij in zijn hart is.’

Rick Pullens

KIJKEN - Ik wil het normale laten zien

‘Het was een week voordat we zouden gaan draaien. Er lag een script waar ik een jaar aan had gewerkt, de subsidie voor de film was binnen, alles lag vast. En toen werd ik gebeld door Sharonio, zoals ­Shabu eigenlijk heet, een van de jongeren die ik voor de documentaire zou volgen. Zijn mededeling: ik kan niet meer meedoen aan je film. Hij had de auto van zijn oma in de prak gereden terwijl zij in Suriname was. Hij kreeg huisarrest. De hele zomer moest hij geld verdienen om de schade te herstellen.

Ik heb mijn script direct weggegooid, want ik wist: dit wordt het verhaal. Een gok, want ik had geen idee hoe dit af zou lopen. Zijn moeder zei: ‘Prima, dan is hij jouw verantwoordelijkheid. Doe met hem wat je wil, als hij mij maar niet voor de voeten loopt’. Een zomer lang heb ik Shabu gevolgd. Niet voyeuristisch vanuit een hoekje, nee, hij wist dondersgoed dat ik er was. Ik mocht heel dichtbij komen. Het vertrouwen dat hij mij gaf, dat ik een waarachtig beeld van hem naar buiten zou brengen, was het grootste cadeau ooit.

Shabu woont in De Peperklip, een gebouw in Rotterdam-Zuid dat is ontworpen als utopie, maar bekendstaat als plek waar niemand wil wonen. Wie het complex van binnenuit kent, ziet dat de bewoners het er waarschijnlijk gezelliger met elkaar hebben dan de mensen in de nieuwe koophuizen aan de overkant. Ze letten op elkaar, ze helpen elkaar. Een mini-maatschappij. Een soort bastion, maar wel een bastion van menselijkheid.

Ik wilde met een andere blik naar deze wijk kijken, naar mensen in de marginaliteit. Het moest een feelgoodfilm worden, feelgood in the hood. Ik laat de struggles zien waarmee Shabu te maken krijgt, maar blijf trouw aan zijn perspectief. In een van de scènes staat hij bij een lift die vol bloed ligt − hij kijkt en gaat door met leven. Ik wilde dat shot niet weglaten, dan zou ik zijn situatie romantiseren. Maar ik wilde het ook niet exotiseren.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Wat ik miste in het Nederlandse filmlandschap was een normale film over een normaal Caribisch gezin. Een film die niet gaat over waar iedereen zo naar snakt: dat inkijkje in de pijn en het gevecht met het leven. Poverty porn, ik word er doodmoe van. Ik ben een enorme weerstand gaan voelen tegen de uitbuiting van de pijn van anderen. Ik wil het rauwe vlees niet meer op een presenteerblaadje opdienen en films maken over de onderklasse ter entertainment van de boven- en middenklasse. Die machtsverhouding trek ik niet meer.

De beelden die filmmakers naar buiten brengen moeten een goede afspiegeling zijn van de maatschappij. Dat is belangrijk, want we internaliseren verhalen die we over anderen vertellen. Als we telkens hetzelfde narratief verfilmen over jongens als Shabu, vereenzelvigen zij zich met dat beeld en worden zij dat verhaal.

Veel Caribische mannen vinden deze film heel tof, een jeugdfilm. Ze herkennen zichzelf, hun kwetsbaarheid, de band met oma. Ze zien zichzelf met de liefdevolle ogen van toen ze kind waren. Ik hoop dat hun zonen deze ervaring nu al hebben en niet pas als ze vijftig zijn. En dat een wit jongetje voortaan denkt, als hij een Shabu bij de bus ziet: hij is tof, met hem wil ik bevriend zijn. Zo komen we als samenleving wat meer bij elkaar.”

VOELEN - Als je thuis bent bij jezelf, kun je overal wonen

“Als achttienjarige verhuisde ik van Aruba naar Nederland. Ik ging in Arnhem studeren en had een kamer ­geregeld in het Spijkerkwartier. Het bleek de rosse buurt te zijn. Dat was een shock, ik wilde daar niet wonen, maar ik besloot niet bij de pakken neer te zitten.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Het is eenzaam om in een land te zijn waar je niemand kent. Op zo’n moment merk je hoe belangrijk menselijk contact is en dat het in wezen niet uitmaakt of iemand sekswerker is of iets anders. Ik stapte over mijn vooroordelen heen en begon ­praatjes te maken met deze vrouwen. Als je je thuis voelt bij jezelf, met wie je bent, kan je met iedereen het contact aangaan. Daar ben ik van overtuigd.

Met die houding stap ik als regisseur telkens nieuwe werelden in. Waar ik ook draai, ik voel me veilig, een ­basisgevoel dat vaak ontbreekt in de filmindustrie of in Hilversum. Daar gaat het over geld, ego’s, macht. En belangen, zoals kijkcijfers, waardoor we bepaalde verhalen niet te zien krijgen. Ik vind het belangrijk om op tafels te blijven slaan, om te vechten voor wat ik wil vertellen. Zeker als vrouwelijke regisseur, de industrie is een mannenwereld. Dan vinden ze me maar lastig, het gaat om de film. Ik kan een heel grote middelvinger hebben.”

RUIKEN - Een geurtje geeft eigenwaarde

“Mijn vader was verslaafd. De eerste keer dat ik hem ­opzocht in de gevangenis was ik zeven. Ik heb de documentaire Deal with it over hem gemaakt. In een van de scènes komt hij, net uit de gevangenis, terug in zijn huis. Hij zoekt zijn parfum, maar kan het flesje Paco Rabanne nergens vinden. Alsof die geur een laatste stukje menselijkheid is waaraan je je kunt vasthouden als alles om je heen vies is. Al is je leven een hel, al ben je verslaafd, dat stukje trots en eigenwaarde, lekker willen ruiken, had mijn vader heel sterk. Drie jaar geleden is hij overleden. Hij was eindelijk clean, na 25 jaar heroïne en crack. Maar toen kwam de diagnose terminale kanker. Cru, maar zo is het leven, hij is met opgeheven hoofd vertrokken.”

KIJKEN (2) - Ik kijk naar iemands ziel, niet naar iemands daden

“Goed en kwaad, licht en donker. Het zijn dé thema’s in mijn films. Daarbij zoek ik altijd naar de nuance, zelfs als ik die niet kan vinden. Dat vind ik het allerbelangrijkste: een niet-veroordelende blik. Ik probeer voorbij iemands aardse vorm te kijken, de aardse strubbelingen, en erachter te komen wie iemand is als mens. Het boeit mij niet dat Shabu in de klas zit met een paar kinderen omdat hij onhandelbaar is. Het boeit me om te zien wie hij in zijn hart is. Ik kijk naar iemands ziel, niet naar z’n ­daden. Dat doe ik bij alle bad guys in mijn films.

Waarschijnlijk komt dat omdat ik mijn vader en broer al jong in de shit zag wegzakken en merkte dat de maatschappij ze als tweederangsburgers beschouwde. En mij soms ook, als ‘dochter van’. Ik heb altijd aan twee kanten van de maatschappij geleefd. Als ik op een Gouden Kalf-­gala in een glitterjurk stond, zag ik tegelijkertijd mijn ­telefoon vollopen met sms’jes van familie omdat er iets was. Een constante schakeling tussen licht en donker.

Niet alleen bij mijn vader kijk ik verder dan zijn ­daden, ik probeer elk personage zo te zien. Dat is soms lastig. Zo was het een uitdaging om op die wijze te kijken naar een extreem-rechtse nationalist als Constant Kusters, de leider van de Nederlandse Volks-Unie. Drie jaar heb ik hem gevolgd voor mijn film Ons Moederland. Zijn denkbeelden zijn mijn grote angst. Maar het is me gelukt om connectie met hem te maken als mens.

Na al die donkere films was Shabu letterlijk het licht. Hij is ook een soort bad guy, maar een die goede dingen doet. Ik vlieg het ditmaal vanuit de lichte kant aan.”

HOREN - Laat je passie horen (of zien)

“De documentaire zou eigenlijk gaan over vier jongeren, hun ­talenten en dromen. De een was bezig met sport, de ­ander wilde carnavalskoningin worden. Bij Shabu draait alles om muziek. Toen researcher Debbie Kleijn hem voor het eerst zag, op een buurtfeest, stond hij op een keyboard te rammen met een microfoon in z’n handen. We konden niet om ’m heen: een jongen met een passie.

Muziek is voor hem dé manier om uit de realiteit te stappen en zichzelf te zijn, los van alle kaarten waarmee hij geboren is. Als ik nadenk over wat voor toekomst zo’n jongen in onze maatschappij heeft, maakt me dat verdrietig. Wie niet goed leest, schrijft of communiceert, komt terecht in het afvoerputje van ons schoolsysteem, het allerlaagste niveau. Daarom ben ik blij dat ik deze levenslustige film over Shabu heb mogen maken. Hij gaf mij zijn vertrouwen, ik geef hem een ander cadeau: dat hij wordt gezien en in zijn kracht staat.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Zelf ben ik niet muzikaal, maar ik herken me in zijn passie. Ik kan totaal opgaan in mijn werk. Dan ga ik tot vier uur ’s nachts door en horen vrienden niets van me. Shabu was een fijne film om mezelf in te verliezen.”

INTUÏTIE - Reality-tv versterkt je intuïtie

“Toen ik klaar was met de kunstacademie wilde ik artistieke installaties maken, maar ja, ik moest ook de huur betalen. Bij een lokale omroep zochten ze iemand die z’n talen sprak en de wereld over wilde reizen voor het programma Aanpakken en wegwezen, een idealistische Ik vertrek, met mensen die een eco-camping in Ethiopië begonnen enzo. Zo ben ik de televisie ingerold.

Ik heb veel reality-tv gedaan. Alle hardcore shows. Van Chantal blijft Slapen tot Expeditie Robinson. Mensen kijken neer op dit soort tv, maar goede reality-tv maken is niet makkelijk. Als je in de jungle staat en zo’n BN’er springt uit een palmboom, moet je vlug schakelen. Je leunt op je intuïtie. Ik ben dankbaar voor die ervaring. Ik heb het bij Shabu een beetje op de zelfde manier aangepakt.”

PROEVEN - Elke dag een pastechi keshi

“Hier op de Kruiskade in Rotterdam zit een Antilliaanse toko, met Chinese eigenaren die papiamento spreken. Ze zijn ooit vanuit China naar de Antillen geëmigreerd en daarna hiernaartoe. In de ochtend bestel ik een pastechi keshi, een traditionele snack die ik altijd in de lunchpauze op school kocht. Het is mijn grootste kleine geluksmoment op een dag. Terwijl ik naar kantoor loop eet ik dat pasteitje op. Dan denk ik aan Aruba, de dromen van toen en waar ik nu ben. De cirkel is rond. Het is me gelukt. Als tiener wilde ik later verhalen vertellen en de wereld leren kennen. Dat ik dat nu doe, zie ik als een zegening. Dat gevoel zit honderd procent in die snack. Bij elke hap denk ik: Yes man, I made it.”

Bekroond documentairemaker

Shamira Raphaëla (1982, Eindhoven) bracht haar jeugd door op Aruba. Haar moeder is Nederlands, haar vader komt uit Curaçao. Ze studeerde beeldende kunst aan de Gerrit Rietveld Academie (Amsterdam) en mediakunst aan hogeschool Artez (Arnhem/Enschede).

Raphaëla was regisseur van tv-programma’s als Spuiten en Slikken en Expeditie Robinson. Ze werkt momenteel aan haar eerste fictie-serie Sihame.

Met haar documentaires won ze meerdere prijzen, waaronder een Gouden Kalf (2019, ‘de beste korte documentaire’) voor De Waarheid over mijn vader. Daarin wordt het verhaal verteld over de vader van journalist Clarice Gargard die de rechterhand was van de Liberiaanse ex-dictator Charles Taylor.

Als bestuurslid van de Dutch Academy for Film (DAFF) zet Raphaëla zich in voor een organisatie een sterke filmsector.

null Beeld

In de bioscoop

Shabu is de eerste lange Nederlandse jeugddocumentaire die ook in de bioscoop te zien is. De film draait vanaf 28 april en werd eind vorig jaar op het Idfa uitgeroepen tot beste jeugdfilm en kreeg een eervolle vermelding op de Berlinale.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden