Tien gebodenFerd Gapperhaus

Ferd Grapperhaus: ‘Ik kan erg heftig reageren op dingen’

Ferd Grapperhaus: ‘Ik ben volstrekt onvoorbereid dit gesprek ingegaan. Moet ik ook eigenlijk niet doen. Straks krijg ik waarschijnlijk honderd stokslagen van de communicatie-afdeling.’Beeld Mark Kohn

Ferd Grapperhaus (Amsterdam, 1959) was jarenlang advocaat. Van 2005 tot 2017 was hij ook deeltijd-hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Universiteit Maastricht en van 2006 tot 2016 kroonlid van de Sociaal-Economische Raad. Sinds 26 oktober 2017 is hij minister van justitie en veiligheid in het kabinet-Rutte III voor het CDA.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

“Stel, je krijgt ’s avonds eters. Je staat in de supermarkt bij de kassa en je denkt: stom, aardbeien vergeten! Je loopt terug om die aardbeien te halen óf je besluit af te rekenen en de gasten iets anders voor te zetten. In het ene geval kom je even later bij een stoplicht aan en zie je dat er een verschrikkelijk ongeluk is gebeurd waarbij een fietser om het leven is gekomen en in het andere geval ben jij misschien wel degene die een paar minuten eerder op dat kruispunt aankomt en wordt doodgereden door een vrachtwagen die het rode stoplicht heeft genegeerd... Wat is dat?

“De hand van God? Het noodlot? Volgens mij worden veel dingen in ons leven bepaald door een energie, een soort sturende kracht, door iets wat ik niet kan benoemen, maar ik geloof óók dat we de mogelijkheid hebben om zélf goede – en helaas ook slechte – dingen te doen. Hoe ik de dood van mijn vrouw in dat licht bezie... je raakt me nu off guard, meteen al... nee, het mág, de vraag is terecht. Waarom moest mijn vrouw Florentine in 2016 aan maagkanker sterven? Kijk, er zijn dingen, die overkomen je, daar ben je niet zelf aan zet. Heb ik ook van haar geleerd.

“Ze was van oorsprong streng protestants, maar later in haar leven boeddhistisch geworden en het lukte haar steeds beter om tegenslagen te aanvaarden. Je mag er boos om worden, je mag zeker proberen er iets aan te doen, maar je moet er niet in blijven hangen. Maar goed, het korte antwoord is dus dat haar ziekte een akelige slag van het noodlot is geweest... Lodewijk (de persvoorlichter, AV), regel even verse koffie alsjeblieft, en een glaasje water, ja... Kijk, dat ik nu ik huil, dat gaat niet om mijn eigen verdriet, maar over de oneerlijkheid naar haar toe; dat zij zoveel dingen niet meer heeft meegemaakt, dat ze al dit moois moet missen. Want, laten we eerlijk zijn: ik leef verder.

“Na drie maanden van hevige rouw droomde ik op een nacht dat Florentine en ik ergens op een terrasje zaten. Ze zat tegenover mij, hand in hand met een jongen die we beiden kenden uit onze studententijd. Hein. Hartstikke aardige kerel die we in geen dertig jaar gezien hadden. Ik werd schreeuwend wakker, vertelde een bevriend psychologe over mijn droom. Ze zei dat het hand in hand zitten met een ander misschien wel betekende dat ze weg wilde, dat ze door moest... een half jaar later, vroeg mijn stiefmoeder me nog eens naar mijn droom. ‘Die jongen heette Hein toch? Zou het magere Hein geweest kunnen zijn?’

“Ik weet niet waar Florentine is. Zij was er zelf van overtuigd dat ze op reis ging, maar ik geloof niet in een leven na dit leven. Dit is het. Hier. Nu. Weet je trouwens wat wel heel bijzonder is? Na die ene droom was die fase van verschrikkelijke rouw ineens voorbij.”

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

“Ik heb thuis, maar vooral bij de jezuïeten op school, geleerd voor anderen te bidden. Dat doe ik nog steeds. Niet meer zoals vroeger, met mijn ogen dicht en mijn handen gevouwen, maar ik zal altijd eerst een ander aandacht geven. Iets voor mezelf vragen – aan God, de oorsprong-gever, of wie dan ook – zie ik als een vorm van ijdel gebruik van Zijn naam.”

III Gij zult de dag des Heren heiligen

“Tijdens de coronacrisis is het extreem druk geweest; zoiets heb ik nog nooit van mijn leven meegemaakt. Van Rijn, Rutte, De Jonge en ik – het kernkabinet – en natuurlijk ook de ambtenaren om ons heen, we hebben ons helemaal suf gewerkt. En na de versoepeling van al de regels, werd het voor mij, met die hele handhavingsproblematiek alleen nog maar hectischer. Laatst zei mijn vriendin: ‘Ook als de ergste drukte straks voorbij is, jij gaat nóóit veranderen’. Dat ziet ze goed, denk ik. Het heeft ook met energy levels te maken. Ik kan, op een of andere manier, erg veel dingen tegelijkertijd. Het is een soort multilateraal simultaan schaken.

Beeld Mark Kohn

“Ik zit nu ook steeds met een lepeltje te spelen; andere geïnterviewden zitten er waarschijnlijk een stuk rustiger bij. Ik hoor helaas ook tot de groep die zegt: ik had tijdens de jeugd van mijn kinderen vaker thuis moeten zijn. Nee, het is geen bewijsdrift. Ik wil me inzetten voor de gemeenschap, en daar schiet je met bewijsdrift niet zo veel mee op.”

IV Eer uw vader en uw moeder

“Mijn vader was het voorbeeld, mijn moeder de genade. Ik heb heel erg veel aan mijn ouders te danken. Mijn vader is al meer dan tien jaar dood, mijn moeder is vorig jaar november, op 94-jarige leeftijd, overleden. Met hem deed ik van alles – zeilen, naar voetbal gaan –, maar zij was toch degene die ons, mijn twee oudere zusjes en mij, opvoedde. Mijn moeder was degene die de lijnen uitzette.

“Mijn ouders zijn, voor ons heel onverwacht, uit elkaar gegaan toen ze tegen de zestig liepen. Ik denk dat de streng katholieke opvoeding daar een rol in heeft gespeeld; ze kwamen in de jaren zestig, zeventig, in een heel andere tijd terecht. Mijn vader zei op een dag dat hij niet meer zo gelukkig was met mijn moeder. Zo simpel was het.

“Zij is daar heel lang van van slag geweest. Het maakte me verdrietig om mijn moeder zo te zien, maar die hele echtscheiding is nooit een onderwerp van gesprek geweest. Ik was zelf net getrouwd, had mijn vizier op andere dingen gericht. Mijn ouders, dat waren mensen bij wie ik één keer per maand, op zondagavond, ging eten, van die samenkomsten waarbij je na twee uur denkt: mag ik al weg? Een beetje zoals het nu waarschijnlijk ook voor mijn kinderen geldt. Al moet ik zeggen dat mijn kinderen veel meer met mij bespreken en me ook wijzen op mijn tekortkomingen; ze kennen mij beter dan ik mijn ouders ooit heb gekend.”

V Gij zult niet doden

“Het was haar beslissing om ermee te stoppen, maar ze was echt heel erg ziek; er viel eigenlijk niet veel meer te beslissen. Een week eerder had ze van de artsen te horen gekregen dat ze een apparaatje in haar lijf moesten inbrengen dat er alleen maar voor moest zorgen dat het opgehoopte buikvocht zou worden afgevoerd. ‘Het gaat zo slecht met u’, zeiden ze, ‘dat u waarschijnlijk in een coma gaat raken, maar die opeenhoping van vocht kan ervoor zorgen dat u daar weer uitkomt.’ Het was een nachtmerrie-scenario. Ze besloot toen voor euthanasie te kiezen. Het was heftig, maar ook zo bijzonder...

“We waren met z’n zessen, Florentine, de kinderen en ik, en ook de kat – een halfwild, contactgestoord beest – was ineens de slaapkamer niet meer uit te slaan. Ze ging op reis, daar was ze van overtuigd. Naar haar ouders, naar haar broer die zelfmoord had gepleegd. De gedachte dat zij hen weer terug zou zien, maakte haar gelukkig.

“We merkten tijdens die laatste dagen al dat ze het leven los begon te laten. We kregen bezoek van een paar monniken van de boeddhistische gemeenschap waar Florentine deel van had uitgemaakt. Ik denk dat ze doorhadden dat ik, met mijn katholieke theatrale kant, geneigd was om er een groot drama van te gaan maken en ze leerden me dat er een betere manier was om hier mee om te gaan: amor fati. Je verzoent je het best met je lot door het leven gewoon verder te blijven leven.”

VI Gij zult geen onkuisheid doen

“Dit was zeker een onderdeel van de jezuïeten-opvoeding. Ik weet nog goed dat de biologieleraar in de eerste klas heel omfloerst uitlegde dat je niet mocht masturberen. Ik was een jaar of elf en ik had geen idee wat hij bedoelde. Mijn ruggenmerg zou eraan gaan, geloof ik. Hoe je zoiets moest doen wist ik niet, maar zelfbevrediging was in ieder geval héél slecht voor je rug. Ik heb er gelukkig geen rare ideeën over seks aan overgehouden. Ik geloof erg in het mooie van seks, seks hoort bij liefde en vindt plaats tussen volwassenen die hun wil zelf goed kunnen bepalen.

“Ik vind seks met kinderen een absoluut taboe. Ik geloof ook niet dat je alleen als pedoseksueel wordt geboren; het zijn ook de invloeden van buitenaf die in het leven van zo iemand een grote rol spelen. Ted Bundy, de Amerikaanse seriemoordenaar, heeft ooit toegegeven dat hij steeds extremere kicks opzocht. Het is dus zaak om ervoor te zorgen dat mensen die neiging bij zichzelf onderkennen, om hen therapeutisch te begeleiden en om er alles aan te doen – het uitbannen van kinderporno – dat ze op een of andere manier in de verleiding worden gebracht.”

VII Gij zult niet stelen

“Dit is een van de tien geboden waar ik nooit echt moeite mee heb gehad... nee, met de andere geboden ook niet zo, dat is waar. Ik ben wel eens met spijt wakker geworden over iets wat ik niet had moeten zeggen of zo, maar nooit met de gedachte dat ik die avond ervoor iets wilds heb uitgespookt. Ik vrees dat ik daar heel saai in ben. Het is niet helemaal waar dat je steelt als je de vooruitgang niet deelt met groepen die aan de onderkant zitten, maar ik ben wel blij met ons sociale stelsel en met de afspraak dat we voor elkaar opkomen. Je betaalt belasting, maar dan heb je ook wat! We hebben een prachtig land opgebouwd. Waarom die vijfhonderd kinderen uit de Griekse vluchtelingenkampen hier dan niet welkom zijn? Dat is echt een zeer complex dossier...

“Duitsland heeft een aantal vluchtelingen opgehaald en daar kwam men tot de ontdekking dat het in veel gevallen toch niet om kinderen, maar om economische vluchtelingen ging. Als we die mensen hierheen halen, ga je de boel toch scheef trekken en verlies je, denk ik, terecht het draagvlak in de samenleving. Daar moet je altijd op blijven letten.”

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

“Tijdens de eerste begrotingsbehandeling deelde ik nog een paar flinke tikken uit aan een parlementslid op een van de extreem-rechtse vleugels, maar inmiddels heb ik begrepen wat de mores zijn in het parlement en ben ik iets voorzichtiger geworden. Ik heb geleerd hoe ik ‘bij mezelf’ kan blijven – zoals dat in het jargon heet – en hoe ik me ministerieel moet gedragen. Hoor eens, we krijgen ontzettend veel troep over ons uitgestort. Mark (Rutte, AV) heeft meteen tegen me gezegd: ‘Joh, je moet al die ellende niet gaan lezen!’ En nooit reageren op al die idiote comments onder een Tweet, niet doen. Mensen die raar reageren op een foto die ik op Instagram heb gepost, worden onmiddellijk door mij geblokkeerd. Het is dus waar, ik kan niet zomaar alles meer zeggen, maar dat voelt niet krampachtig en ik houd me zeker niet in. Maar goed, ik zal je wel eerlijk bekennen dat die arme Lodewijk al zijn werk voor niets heeft gedaan omdat ik dit gesprek volstrekt onvoorbereid ben ingegaan. Moet ik ook eigenlijk niet doen. Straks krijg ik waarschijnlijk honderd stokslagen van de communicatie-afdeling.”

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

“Florentine zei – observerend, niet zo van: dat gun ik je of hoop ik voor je – dat ik weer snel verder zou gaan met een andere vrouw. Ook mijn vriendenkring was ervan overtuigd dat het niet verstandig was om mij alleen de straat over te laten steken. Toen ik al na een half jaar iemand tegenkwam, heb ik wel last gehad van een loyaliteitsconflict. Was dit niet een vorm van ontrouw? Hoe kon ik al zo snel weer een relatie aangaan? Ik kan het zelf ook niet zo goed verklaren... Een mannending? Denk je?

“Misschien wel... Mijn oudste zus werd op haar 48ste weduwe en zij heeft veel langer in zo’n rouwperiode gezeten. Ik kan erg heftig reageren op dingen. Dit was, na die drie vreselijke maanden, de volgende grote stap. En, zoals mijn enige nog levende oom zei toen hij mijn vriendin leerde kennen: ‘Je bent gezegend dat je niet één, maar twee keer tegen zó’n bijzondere vrouw bent aangelopen’. Dat is toch een van de mysteriën in dit leven: hoe je 35 jaar met iemand samen bent, kinderen krijgt – die even later weer bij je weggaan – hoogte- en dieptepunten doormaakt tot op een dag zo’n onheil je overkomt ... en hoe je daarna tóch de draad weer op kunt pakken.”

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

“We hebben in Amsterdam een mooi gezegde: de zon in het water kunnen zien schijnen. Dat kan ik goed. Maar wacht even, mag ik even zeggen, en dat meen ik echt, dat ik in de eerste plaats rijk ben omdat ik vier gezonde kinderen heb? Dat is de belangrijkste rijkdom in mijn leven. En ja, ik heb in de loop van mijn hardwerkende bestaan een vermogen opgebouwd. Het heeft mij ook verbaasd dat ik als advocaat in het arbeidsrecht zoveel kon verdienen.

“Geld zegt me niet zo veel. Als geld belangrijk voor me was, zou ik nooit de politiek zijn ingegaan. Ik doe dit voor de gemeenschap. En omdat ik er plezier in heb. Ik hoop dat mijn collega’s, de partij en onze kiezers me straks een goed rapportcijfer zullen geven want ik zou graag willen doorgaan met dit werk. Als leider? Nee, dat kan Hugo de Jonge véél beter. Dit is misschien een knal voor mensen van mijn eigen leeftijd, maar ik geloof dat de generatie van veertig, vijftig jaar nu aan zet is. Voor ons, ouderen, zijn er binnen de politiek andere taken weggelegd. Dat zeg ik ook tegen mezelf. Ik ben nog niet op. Ze zijn nog lang niet van me af.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden