null

InterviewEva González Pérez

Eva González Pérez: ‘Dit is niet het land waarvoor mijn ouders hierheen zijn gekomen’

Beeld Jörgen Caris

De Belastingdienst heeft zich gedragen als een monster, maar monsters kan advocate Eva González Pérez, de advocaat die de toeslagenaffaire aan het rollen bracht, ook aan.

Als haar twaalfjarige zoon gaat schaken dan noemt hij de pionnen de ombudsman en de Raad van State. Zo maakt hij voor zichzelf inzichtelijk waar zijn moeder, Eva González Pérez, al zes jaar mee bezig is. De advocaat zette de eerste stap in wat zou uitgroeien tot het grootste politieke, bestuurlijke en financiële schandaal van deze kabinetsperiode: de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst.

Zonder González Pérez en haar doorzettingsvermogen was dit niet zo groot geworden.

Het verhaal begint in 2014, lang voordat de zaak landelijk nieuws is, legt de advocaat uit terwijl ze met flinke passen door haar woonwijk in Eindhoven loopt. Bij een klein gebouwtje met speeltuin stopt ze. “Kom, we gaan even hoi zeggen tegen mijn man.” Ze lacht en drukt haar gezicht tegen het raam.

Op de gevel staat in felgekleurde letters het woord Nuna, een combinatie van de namen van haar twee kinderen Nuria (16) en Naim (12). Het gastouderbureau van haar echtgenoot Ahmet speelde een cruciale rol in de affaire. Nu runt hij alleen nog dit kinderdagverblijf. Hij is blij verrast zijn vrouw te zien. “Wat doe jij hier?!”, vraagt hij. “Ik wilde laten zien waar het allemaal begonnen is”, zegt ze. Hij knikt.

Via haar man raakte González Pérez zes jaar geleden bij de toeslagenaffaire betrokken. “Hij kreeg telefoontjes van de ouders die aangesloten waren bij zijn gastouderbureau. Hun kinderopvangtoeslag was stopgezet, ze wilden weten wat er aan de hand was.” Ze herinnert zich haar reactie: ‘Ik kijk er wel even naar’.

“In die brieven stond dat de toeslag was stopgezet en gegevens aangeleverd moesten worden. Alle ouders moesten langskomen met bewijs. Denk aan kinderopvangnota’s, arbeidscontracten en betalingsafschriften. Maar die brieven waren raar. Waarom zou je een toeslag stopzetten als je gegevens mist, waarom niet opschorten, zoals het hoort?”

De advocaat besluit de ouders van wie de toeslag is stopgezet bij te staan. Ze maakt zich in eerste instantie geen zorgen, als ze de bewijsstukken aanleveren komt het vast goed. Maar wat ze ook inleveren aan bewijs, de Belastingdienst blijft standvastig: de toeslag is stopgezet, eerder ontvangen toeslagen moeten worden terugbetaald.

Waarom de ouders geen toeslag meer krijgen en moeten terugbetalen? Daar krijgt González Pérez geen antwoord op. Het maakt haar nog steeds boos. “Ik stelde steeds dezelfde vraag: wat mist u nog?”, citeert ze uit haar telefoontjes naar de Belastingdienst. “Daarvoor moet u bezwaar aantekenen”, krijgt ze te horen. Dat is een formele brief waarin het genomen besluit kan worden aangevochten.

“De rechten van burgers afpakken en ze niet vertellen waarom, dat raakt bij mij een gevoelige snaar.”

Eva González Pérez: ‘Mijn oma was stoer, vastberaden en standvastig.’ Beeld Jörgen Caris
Eva González Pérez: ‘Mijn oma was stoer, vastberaden en standvastig.’Beeld Jörgen Caris

Ze maakt haar eerste meters in het vak al op het schoolplein. “Als vriendinnen ruzie hadden, bijvoorbeeld over een jongen, dan ging ik met beide partijen praten, kijken of ik een manier kon vinden om het weer goed te maken.”

“Ik ben misschien wel een beetje een verbinder”, zegt ze. Een verbinder die in 1973 geboren wordt in het Spaanse Cáceres. “Een plek met weinig toekomstperspectief”, vertellen haar ouders haar later. Haar vader trekt vóór haar geboorte als gastarbeider naar Eindhoven. Hij wil bouwen aan een beter leven voor zijn gezin. Niet veel later reist haar moeder hem achterna. Terwijl haar ouders aan hun toekomst in Nederland werken, woont González Pérez nog twee jaar bij haar opa en oma in Spanje. “Mijn oma was stoer, vastberaden en standvastig.” Het zit in de familie.

Ze is twee als ze naar Nederland komt. Haar ouders maken 40-urige werkweken. Haar vader in drie verschillende ploegendiensten, haar moeder in de catering waar ze ’s avonds vaak moet overwerken. Een geschikte oppas vinden blijkt lastig. “Ik heb wel vijf keer van oppas gewisseld. Bij een van hen werd ik apart in de keuken gezet tijdens het eten, terwijl het gezin samen in de huiskamer at”, vertelt ze. Ze durft het niet tegen haar ouders te zeggen. “Die hadden het al moeilijk genoeg.” Op een dag komt haar moeder onaangekondigd langs. “Ze zag me daar in mijn eentje in de keuken zitten, ze heeft me daar meteen weggehaald.” Het zijn deze situaties die haar ouders doen besluiten niet nog een kind te nemen. “Ik had graag een broer of zus gehad maar ik begrijp heel goed dat ze zich dat niet konden veroorloven.”

Op de basisschool moet ze wennen. “Mijn ouders spraken de taal nog niet en ik had waarschijnlijk niet goed opgelet want ik maakte een beroerde Citotoets. Wist ik veel dat dat belangrijk was.” Nu kan ze er om lachen.

Eva González Pérez (Cáceres, 1973) verhuisde op haar tweede vanuit Spanje naar Eindhoven, waar haar vader als gastarbeider werkte. Na de middelbare school studeerde ze rechten aan de Universiteit Utrecht.

De afgelopen zes jaar stonden voor de sociaal advocaat in het teken van de toeslagenaffaire, waarin ze veertig ouders bijstaat van wie de kinderopvangtoeslag onterecht is stopgezet en teruggevorderd door de Belastingdienst.

González Pérez heeft twee kinderen, Naim (12) en Nuria (16), en woont samen met haar man Ahmet.

Wat ze wel al vroeg weet is dat ze advocaat wil worden. “Misschien omdat ik een kind ben van migrantenouders, zoals ook veel kinderen met een migratieachtergrond dokter willen worden. Maar ik wilde het opnemen voor de meest kwetsbare burgers. Het grote geld en een bureau op de Zuidas, dat past gewoon niet bij me.”

Door haar Citoscore belandt ze op de huishoudschool. Haar vader weet niet wat hij hoort als ze uitlegt dat ze daar leert koken. “Wat is dat voor een school?”, vroeg hij zich gefrustreerd af. Ze grinnikt als ze eraan terug­denkt. Haar vader overleed vorig jaar. “Hij zei altijd: ‘als ze je achter een machine laten zitten tijdens een les, dan zeg je maar dat je daar allergisch voor bent’. Dat deed ik. De docent dacht waarschijnlijk dat ik gek was.”

Ze gaat van de huishoudschool naar de mavo, van de havo naar het vwo en gaat daarna rechten studeren. In 2000 haalt ze haar diploma en begint als advocaat op een klein kantoor in Eindhoven.

Een tijd later treedt ze in dienst bij het Bureau voor Rechtshulp in Helmond waarna ze met collega’s een eigen advocatencollectief start. Als sociaal advocaat komt ze op voor mensen die eigenlijk geen advocaat kunnen betalen, haar salaris wordt betaald door de overheid.

Voordat de toeslagenaffaire haar in beslag neemt, doet ze arbeids- en sociaal verzekeringsrecht en zaken gerelateerd aan de Wet verplichte ggz. In die zaken staat ze regelmatig tegenover andere uitvoeringsinstanties zoals het UWV en gemeenten.

Zo stond ze een meneer bij die bewijzen moest aanleveren bij de gemeente in verband met zijn bijstandsuitkering en dat volgens de gemeente niet voldoende deed. Zijn uitkering werd stopgezet. “Zijn volledige inkomen viel weg. Hij had na een paar maanden geen geld meer om boodschappen te doen.” Ze twijfelt geen moment en gaat naar de supermarkt. “Ik heb kaas, kipfilet, pasta, brood en soep gekocht en er een pakket van gemaakt. Ik belde hem op: kom even langs mijn kantoor.” Dat doe je gewoon, zegt ze over de actie. “Ik heb een mooi huis, gezonde kinderen en genoeg geld. Ik kan mensen helpen, dus waarom zou ik dat dan niet doen?”

Dat behulpzame heeft ze van haar vader. “Hij keek altijd om naar de mensen die het minder hadden, al zou hij dat zelf niet snel toegeven. Hij probeerde mij te leren om hard te zijn, spullen niet zomaar weg te geven. Maar zelf kon hij dat ook niet.”

Terug naar de toeslagenaffaire. González Pérez gaat met de veertig ouders die bij haar man zijn aangesloten naar de rechter en haalt haar gelijk. De Belastingdienst laat het er niet bij zitten en neemt het hogerop. “Ik dacht echt: zie ik spoken? Het is toch extreem duidelijk dat hier fouten zijn gemaakt?” Er werd onterecht geld teruggevorderd. Op basis waarvan? Op basis van niets.

Nu, zes jaar later, zijn er pas antwoorden en excuses. Er zijn fouten gemaakt, er zijn mensen onterecht benadeeld, er is te veel teruggevorderd, er zijn feiten, dossiers en memo’s achtergehouden en er is sprake geweest van etnisch profileren. Het raakt González Pérez, ook nu, ook na zes jaar. “Deze zaak laat niet het land zien waarvoor mijn ouders hierheen zijn gekomen.”

Constant weigerde de fiscus haar informatie te verschaffen of werd bepaalde informatie achtergehouden. “Dat soort praktijken was ik absoluut niet gewend. Gelukkig is er in iedere regio een soort vertrouwenspersoon voor advocaten, de deken. Ik heb die vaak opgebeld. Meestal om te vragen wat ik in godsnaam moest doen.”

Want opgeven is geen optie. Ongeduldig wordt ze op een gegeven moment wel.

Daarom stuurt ze in juni 2017, bij wijze van noodkreet, rond middernacht een mail naar CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt. “Kun jij me helpen?”, citeert ze uit die mail. En dat doet hij, hij stelt Kamervragen. Niet een keer, niet twee keer maar de hele tijd. Ondertussen worden ook Trouw-journalist Jan Kleinnijenhuis en later RTL-journalist Pieter Klein bij de zaak betrokken. Stukje bij beetje komen ze meer te weten.

Of ze er weleens aan heeft gedacht om te stoppen? “Nooit”, zegt ze. De aanhouder wint, krijgt ze van jongs af aan mee. “Ik weet nog dat ik toen ik een jaar of elf was ’s avonds op type-les moest van mijn vader, in het buurthuis om de hoek. Ik was het enige kind in die klas vol ouderen. Ik moest ook nog jaren daarna iedere dag een A4 volschrijven, om sneller aanslagen te kunnen maken. Uiteindelijk was ik sneller dan een secretaresse die al een paar jaar in het vak zit.” Ze lacht.

Op haar negentiende ontmoet ze Ahmet, de liefde van haar leven. “Onze families dachten: wat gaat dat worden, een Turkse man en een Spaanse vrouw. Maar we vullen elkaar in alles aan en zoeken de overeenkomsten. Onze bruiloft in een kasteel was een spektakel”, zegt ze trots. “Er waren Turkse hapjes en alle gasten dansten op castagnettenmuziek.” Ze denkt er vaak aan terug.

Samen met haar man vormt de advocate sindsdien een team, zo ziet ze dat. “We bespreken alles met elkaar. We maken toekomstplannen en financiële afspraken. Als een van ons zonder werk komt te zitten, moet de ander dat bijvoorbeeld financieel kunnen opvangen.”

Op dezelfde manier pakt ze de toeslagenaffaire aan, stap voor stap. Of dat soms niet botst met het gezinsleven omdat haar echtgenoot een van de gedupeerden was? “Ik troostte hem natuurlijk als zijn vrouw maar ik wist ook, je hebt genoeg bewijs om je gelijk te halen. Dus als advocaat zei ik: het komt goed, je hebt het recht aan je kant.”

Samen krijgen ze in 2004 een dochter, en vier jaar later – midden in een verhuizing – ook een zoon. Het team wordt groter. De teamvergaderingen ook. Want ook met haar kinderen bespreekt ze alles. Ze legt ze uit waar ze mee bezig is, dat het recht er is om mensen te beschermen, hoe het komt dat ze soms uren aan de telefoon hangt met gedupeerde ouders.

Omdat ze door de grootte en de duur van de toeslagenaffaire en haar ggz-dossiers regelmatig in een andere stad voor de rechter moet verschijnen, maakt ze er gezinsuitjes van. Vooral vorig jaar in de zomer, toen ze door de ziekte van haar vader in Nederland moesten blijven. “Ik probeer ondanks tegenslagen overal het beste van te maken. Bovendien: de rechtszaal voelt als mijn thuis, daar hoort mijn gezin bij.” Na een zitting gaat het gezin iets leuks doen in de buurt van de rechtbank. “Naar een pretpark bijvoorbeeld”, zegt González Pérez.

Haar zoon is duidelijk trots op zijn moeder maar heeft er ook weleens moeite mee dat ze zo veel met de zaak bezig is. “Dan is mama weer uren aan het bellen”, zegt hij terwijl hij zijn moeder imiteert door van zijn hand een spreekpop te maken. “Nou, nou, uren?!”, zegt Pérez en geeft haar zoon een knuffel.

Hoewel ze zelf kinderen heeft kan ze haar eigen emoties goed uitschakelen als ze met de ouders spreekt die ze bijstaat. “Wat hebben die mensen aan mij als ik emotioneel word? Helemaal niets toch?” Emotioneel wordt ze sowieso niet zo snel. “Misschien is dat wel slecht.”

Ze is inmiddels terug van haar wandeling, zet een kop thee in de keuken en begroet terloops haar parkiet Chico. Het deurtje van zijn hok staat open. “Hij wil me een knuffel geven, zie je?”, ze buigt haar hoofd richting de kooi en geeft het dier een knikje. Hij knikt terug.

“Ik flip ook eigenlijk nooit. Ik denk gewoon dat het geen nut heeft”, zegt ze. “Je moet hard zijn op de zaak en zacht op de persoon, daarom blijf ik altijd netjes en rustig.”

De tegenpartij is niet de vijand, wil ze maar zeggen. Al heeft ze dat in de toeslagenaffaire soms wel zo ervaren. De Belastingdienst heeft het naar haar mening vaak te persoonlijk gemaakt, ze hebben me enorm ­tegengewerkt”, zegt ze. Aan de andere kant motiveerde dat juist om door te zetten. “Als ze moeilijk of zenuwachtig doen, dan zit je goed. Daardoor geloofde ik in een goede afloop. Ik had alleen nooit verwacht dat het zes jaar zou duren.”

Terugblikken kan ze nog niet. “Ik krijg nog altijd mails en telefoontjes van ouders met precies dezelfde problemen. Dan denk ik: shit, dit is nog niet klaar.”

null Beeld Jörgen Caris
Beeld Jörgen Caris
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden