Sinan en Gülay Aslan in de deuropening van Winkel Dichtbij, Utrecht.

ReportageUtrecht

Er was eens een kleine buurtwinkel in een grote stad

Sinan en Gülay Aslan in de deuropening van Winkel Dichtbij, Utrecht.Beeld Hanne van der Woude

Soms zou je willen dat een verhaal eindigt met muziek, dans, confetti en applaus. Zoals dat van de buurtsuper, die in coronatijd zomaar ergens in Utrecht opende.

Andrea Bosman

In de deuropening van ­Winkel Dichtbij staat op deze winterse woensdagochtend een oudere heer te hannesen met een mondkapje. Hij frommelt het over neus en mond, maar dan beslaat meteen zijn bril. Er hangt ook nog een mandje aan zijn arm. Gülay Aslan loopt snel naar hem toe en helpt het kapje zo op te doen dat de bril niet meer beslaat. Ze maakt hem eerst nog even schoon, de bril.

Een feelgoodmovie. Zo zou je dit verhaal kunnen opschrijven. Willen opschrijven. In de hoop dat het goed afloopt. Omdat we in tijden van een eindeloze pandemie, van vereenzaming, polarisatie en inflatie – en nog zo wat grote woorden – wel wat troost en jolijt kunnen gebruiken. Over hoe een kleine winkel in een grote stad in korte tijd zomaar uitgroeide tot vertrouwde buurtgenoot van de omwonenden.

Maar ook een feelgoodmovie bestaat alleen bij de gratie van donkere wolken. Want ja, er zijn sloop- en nieuwbouwplannen. In de film loopt het dan goed af.

Schurkende ezels

Er was eens een woon- en winkelblok uit de jaren zestig aan de rand van de stad, zoals je ze overal aantreft. Als je er geblinddoekt naar toe zou rijden, zou je niet weten waar in Nederland je bent. Typisch naoorlogse stadsuitbreiding, met van die lichte doorzonwoningen en lage flats die we recent weer mooi zijn gaan vinden, in de luwte van een uitvalsweg richting snelweg, omzoomd door grasstroken met bomen, hogere flats en bushaltes. De enige bijzonderheid was de aandoenlijke sculptuur van drie tegen elkaar aan schurkende ezels op de hoek.

De stad heette Utrecht, de buurt Ezelsdijk – vandaar de ezels. Op een zaterdag in augustus, tijdens de eerste coronazomer, opende daar, op nog geen 200 meter van mijn huis, een kleine buurtsuper. Bijzonder, in een tijd dat middenstanders met corona en oprukkende schaalvergroting worstelen. In een rijtje met een witgoedzaak, een pizzeria, een kantoorboekhandel, een vintage meubelzaak, een fietsenwinkel, een pop-up galerie en een bloemenzaak. Winkel Dichtbij heette deze nieuwe zaak en werd gerund door een vriendelijk ogend echtpaar, nieuwsgierig naar hun klanten. Al snel kenden ze onze namen, en wij die van hun.

Bovenbuurvrouw Rianne Ruiter krijgt koffie van Sinan. Beeld Hanne van der Woude
Bovenbuurvrouw Rianne Ruiter krijgt koffie van Sinan.Beeld Hanne van der Woude

Gülay en Sinan heetten ze, ouders van twee tieners. Hoewel ik altijd een zekere drempel heb gehad bij de ‘kleine winkel’ (lang leve de anonieme supermarkt) voelde het hier ánders. In het begin kwam ik er bijna ­dagelijks, als onderdeel van de corona-pauzewandeling. Aan het eind nog even een slinger naar de winkel voor een paar spullen. En een kort gesprek dat soms ineens een verrassende wending kon nemen, in een paar ­zinnen. Vaak eindigend in een lach.

Aanvankelijk waren de schappen nog halfleeg, ze vulden zich allengs. Een assortiment bouw je langzaam op, heb ik inmiddels geleerd van Gülay. Vanaf het begin was er brood van een echte bakker uit Houten, koek en taart van een banketbakker uit Soest. Er kwamen tandenstokers, maandverband en paracetamol. Knijpers. Zorgvuldig gekozen wijn uit met name Griekenland en Italië, waar Sinan – hij werkte tot corona in een Utrechtse bar – zich om bekommerde. Allerlei soorten Turkse pasta, feta, yoghurt, Goudse kaas in plakken, gevulde rijstbladeren, zakjes Hollandse jus. Rookworst, tomaten, broccoli. Noten-boterkoek. En verse maaltijden: gevulde paprika’s, gegrilde groenten, gehaktballen, rijst, kip. ­Gemaakt door de zus van Gülay die een restaurant heeft in de binnenstad. En er kwam jazz. Sinan zorgt altijd voor een stemmige playlist.

Croissants

Diezelfde winterse woensdag. De man die met mondkapje en bril worstelde, heeft al zijn spullen gevonden. Vandaag heet de playlist positive autumn morning jazz. Een jonge vrouw in een lichte wollen jas komt binnen en vraagt aan haar man, die nog buiten staat, of hij croissants wil. Hij is verdiept in zijn telefoon. Ze moet het drie keer vragen. De vrouw gaat de winkel rond en Gülay stapt even naar buiten voor een gesprekje met de man met de telefoon. “Sterkte”, hoor ik haar zeggen. Als de vrouw heeft afgerekend zegt ze tegen mij: “Zijn vader is onlangs overleden.”

Winkel Dichtbij Beeld Hanne van der Woude
Winkel DichtbijBeeld Hanne van der Woude

Het bijzondere, het unique selling point van deze winkel, de magneet, dat is Gülay. Iemand bij wie je je gedurende een paar minuten de belangrijkste persoon op aarde voelt. Met wie je kunt lachen ook. Met wie ik meteen vriendinnen wilde worden. De mensen komen voor haar. Van bijna iedereen die deze ochtend binnenkomt kent ze de naam, weet ze van alles en nog wat. Familiegeschiedenissen, loopbanen, liefdeslevens, ziektes. Van aardig wat klanten heeft ze ook telefoonnummers, voor bestellingen. Wat soms goed uitkomt als een oudere klant al even niet geweest is. “Dan bel ik op, of alles in orde is.”

Huiskamer

Soms is de winkel bijna net een huiskamer. Voor ­bovenbuurmeisje Mariame bijvoorbeeld, die bijna dagelijks met de pinpas van haar moeder en soms op sloffen en in pyjama binnenloopt. Of voor Rianne Ruiter, ook van boven, die vaak haar eigen mok koffie meeneemt.

“Er is vandaag helaas geen kefir, Annelies”, roept ze tegen een vrouw die naar de koeling loopt. Of: “Je vrouw is al geweest, Herman, ze heeft alles al gekocht voor jullie, moest ik zeggen. Hoe is het met de heupen?”

“Wie zelf wat geeft, krijgt veel terug”, zegt Gülay.

Al langer wilde ik een verhaal maken over de winkel, die in korte tijd zo belangrijk is geworden voor de buurt, en voor mij. Gülay vindt het goed, ik kom een dag helpen. Die dag begint om half acht ’s ochtends en eindigt om zeven uur ’s avonds. Ik merk al snel dat ik te koud gekleed ben. De deur staat de hele dag open, soms de achterdeur ook voor de leveranciers. In de ochtend heeft ze hulp bij het inruimen van producten. Sinan is dan meestal onderweg voor de inkopen. Ik stofzuig de vloer en ‘spiegel’ producten: zorgen dat ze netjes vooraan de plank staan. Help tussendoor een oudere dame aan een klein flesje chardonnay dat op een hoge plank staat. Ze is haar bril kwijt, maar die blijkt onderin het mandje te ­liggen.

Joris woont om de hoek en is ook een vaste klant.
 Beeld Hanne van der Woude
Joris woont om de hoek en is ook een vaste klant.Beeld Hanne van der Woude

Schrootjesplafond

Anderhalf jaar geleden, op een zondagmiddag in mei, drukte Gülay voor het eerst haar neus tegen de etalage van een pand in het winkelblok. De kapperszaak was gesloten maar nog intact, met stoelen en wasbakken en een goudkleurig aluminium schrootjesplafond. Gülay zat sinds een jaar thuis met een burn-out. Ze had zestien jaar haar eigen reisbureau gehad, maar was daarmee gestopt en bij een chic hotel in Amsterdam-Zuid gaan werken als meeting- en eventmanager. In vaste dienst. Vreselijk vond ze het. Niet om hard te werken, maar om een baas boven zich te moeten dulden, niet zelfstandig te zijn. Er lagen duizend dingen op haar bord. Zoveel dingen ook die mis konden gaan. Ze lag wakker. Ze werd er ziek van.

Daar, op die zondagmiddag kwam het idee van een kleine supermarkt. Zo dichtbij dat ze ’m vanuit haar huis zou kunnen zien liggen.

Gülay zag de ouderen uit de verzorgings- en seniorenflats aan de overkant met hun rollators langs haar huis schuifelen, op weg naar de verderop gelegen grote Albert Heijn in het winkelcentrum. Haar hart deed zeer als ze het zag. Iets betekenen voor de mensen in de buurt. En weer zelfstandig zijn. Dat is wat ze wilde.

Winkel Dichtbij Beeld Hanne van der Woude
Winkel DichtbijBeeld Hanne van der Woude

Dat gevoel voor de ouderen zit diep. Het heeft te ­maken met de heimwee die Gülay soms kan voelen naar het dorp in Turkije, zo’n 500 kilometer ten oosten van Ankara, waar ze tot haar tiende opgroeide, tot het gezin – vijf dochters en één zoon – in 1976 naar de Borneostraat in de Utrechtse wijk Lombok verhuisde. Ze noemt het een ‘communistisch dorp’, omdat bezit niet zo belangrijk was, de mensen er naar elkaar omkeken en deelden wat ze hadden. Haar ouders verhuisden op latere leeftijd terug naar Turkije. Gülays moeder overleed enkele jaren geleden, onverwacht. Ze had haar al een paar maanden niet gezien.

Het pand bleek beschikbaar, de huurprijs was gunstig. Al snel konden ze beginnen met verbouwen. De stoelen, de wasbakken, het schrootjesplafond, alles ging eruit.

Verse gemberthee

“Zakelijke vriendelijkheid, daar houd ik niet van”, zegt meneer Selles. Hij zit op zijn rollator en drinkt voorzichtig de verse gemberthee die Gülay hem heeft gebracht. Meneer Selles (89) is een van haar favoriete klanten. Hij woont aan de overkant in een seniorenflat. Vanaf het eerste moment dat hij bij Gülay in de winkel kwam voelde het goed.
“Ik heb haar even diep in de ogen gekeken om te ­weten hoe het zit”, zegt hij, grappend. “En het zat goed. Zij is mijn oogappel.”
“Wat voor appel ben ik dan?”, wil Gülay weten.
“Een golden delicious”, zegt meneer Selles.
“Maar ik ben niet golden, ik ben niet blond!”, zegt Gülay, eveneens met een knipoog.

Mijnheer Selles komt altijd chic gekleed naar de winkel voor een praatje met Gülay.
 Beeld Hanne van der Woude
Mijnheer Selles komt altijd chic gekleed naar de winkel voor een praatje met Gülay.Beeld Hanne van der Woude

Mijnheer Selles draagt een bruin leren jack, een lila overhemd en een paarse stropdas vandaag, op een nette bruine broek. Hij houdt van goede kleding, vooral Engelse, zijn subtiel geruite wollen pet is van John Bardale.

Toen Gülay onlangs met haar dochter naar Parijs ging, leende meneer Selles haar zijn antieke reisgidsje van de stad. Met zijn vrouw ging hij veertig jaar lang zeker zes keer per jaar naar Parijs. Ze was mooi, zijn vrouw. Ze leek op Sophia Loren. Een tijdje was ze lingeriemodel. Onlangs nam hij een foto van zijn vrouw mee voor Gülay. “Dan heb je er een beeld bij”, zei hij.

De projectontwikkelaar

Dat Gülay en Sinan het pand relatief makkelijk en goedkoop konden huren heeft te maken met nieuwbouwplannen van de eigenaar, een projectontwikkelaar. Het winkelblok met appartementen erboven zal binnen enkele jaren worden gesloopt, samen met de flat die er haaks op staat. Er gaan bij buurtbewoners ook stemmen op voor renovatie, maar dat zou te duur zijn, en de conditie van de panden te slecht, zegt de ontwikkelaar.

Buurtgenote Ilona is ook een vaste klant van Winkel Dichtbij.
 Beeld Hanne van der Woude
Buurtgenote Ilona is ook een vaste klant van Winkel Dichtbij.Beeld Hanne van der Woude

Het plan voor deze buurt staat voor de grotere ambities van de stad Utrecht. Die wil groeien en groeien, de ­komende twintig jaar met 60.000 inwoners. Daarvoor zijn meer woningen binnen de bestaande stad nodig. Verdichting heet dat. Zo komen in de nieuwbouwplannen in plaats van de huidige veertig sociale huurwoningen 104 nieuwe woningen terug. Waarbij het aantal sociale huurwoningen hetzelfde blijft, zo is beloofd.

De buurtvereniging is betrokken en kritisch als het gaat om meepraten met de plannen, met name bij het voornemen van de ontwikkelaar om een grote discounter te openen in de buurt wordt gefluisterd dat er al gesproken wordt met Lidl. Niemand heeft hier behoefte aan, zeggen omwonenden in gesprekken met de ontwikkelaar, tegen wethouders en raadsleden van de gemeente Utrecht en in enquêtes die de buurtvereniging hield.

Fietsstraat

Men vreest overlast en gevaarlijke verkeerssituaties. Meer woningen: prima, maar zo’n grote supermarkt krijgt een schaal die niet past bij het wijkje, dat uit een paar straten bestaat. Er zullen de hele dag klanten en vrachtwagens de wijk in- en uitrijden. Er is een basisschool, waar kinderen, fietsende ouders en auto’s elkaar nu al in de weg zitten. Een paar jaar geleden is er juist een 30 kilometer fietsstraat aangelegd waar straks grote vrachtwagens moeten manoeuvreren. Een van de uitkomsten van een verkeersonderzoek is dat bij de beoogde uitgang voor laden en lossen steeds een supermarktmedewerker moet meekijken of er geen fietsers aankomen.

Winkel Dichtbij Beeld Hanne van der Woude
Winkel DichtbijBeeld Hanne van der Woude

Of de grote goedkope super een haalbaar idee is, werd in opdracht van de ontwikkelaar onderzocht. Uitkomst: een grote discounter is een haalbaar idee. Een kleinere buurtsuper zou niet rendabel zijn. De buurtvereniging wil een herzien, onafhankelijk onderzoek. Ook wringt het bij de vereniging dat de gemeente het participatieproces met de buurt aan de ontwikkelaar overlaat.

Afghaanse jas

Hanneke Samsom komt de winkel binnen, een energieke verschijning in een lange Afghaanse jas. Ze is bijna zeventig en woont net als meneer Selles in een van de seniorenflats in het hoefijzervormige gebouw aan de overkant. Ze kent hem eigenlijk pas sinds de winkel er is. “Wist je dat hij sieraden repareert? Ik ga binnenkort een keer bij hem langs.”

Ze raakte bevriend met Gülay, ze zien elkaar ook buiten de winkel. Afgelopen zomer hielp Hanneke een week mee, precies toen een van de koelingen het begaf vanwege de hitte. Sinan was naar Turkije voor familiebezoek.

Hanneke Samson hielp vorige zomer een week mee in de winkel.
 Beeld Hanne van der Woude
Hanneke Samson hielp vorige zomer een week mee in de winkel.Beeld Hanne van der Woude

Hanneke: “Ik geloof alleen in kleinschaligheid, weg van groter en onpersoonlijker. Ik zit helemaal niet te wachten op een grote, goedkope supermarkt hier. Deze winkel is uniek, alleen al vanwege het moment dat hij kwam, zo midden in coronatijd. En ja, alles hier draait om Gülay. Zij is de spil.”

Rondzwierend echtpaar

Gülay moet lachen en vertelt over die ene middag, het liep al tegen de avond, dat een ouder stel uit de buurt, Nelleke en Henk, zo gegrepen werd door de jazzmuziek die altijd in de winkel klinkt dat ze spontaan gingen dansen. Na afloop begonnen de andere klanten te klappen.

Nelleke en Henk begonnen zomaar te dansen in de winkel. Beeld Hanne van der Woude
Nelleke en Henk begonnen zomaar te dansen in de winkel.Beeld Hanne van der Woude

Ik zie het voor me als in een film: een rondzwierend echtpaar, applaus, confetti, slingers, warm lampenlicht. Aftiteling. The end.

Maar zo gaat het natuurlijk niet in het echte leven.

Een paar dagen later, als ik melk en koffiefilters nodig heb, zegt Gülay ook niet precies te weten hoe ze verder gaat. Over de sloop- en nieuwbouwplannen maakt ze zich niet veel zorgen − en ook niet veel illusies. Voor er werkelijk iets begint zijn we een paar jaar verder. Haar huurcontract loopt aankomende juni af, er zal heus nog wel een verlenging in zitten. Terugkeren in de nieuwbouw? Waarschijnlijk wordt de huur dan veel te hoog.

Ze merkt dat het zwaar is, zo’n winkel. Ze heeft last van haar rug. Het sjouwen. De lange uren. De kou. Ze weet niet of ze dat in haar eentje lang volhoudt. ­Sinan heeft weer een baan in de horeca en zal minder in de winkel zijn. Maar ja, zegt ze meteen daarna: “Misschien voelt het over een half jaar wel heel anders, heb ik meer energie en wil ik er wél mee door.” Ze hecht inmiddels natuurlijk ook aan de winkel en vooral aan haar klanten.

Bovenbuurmeisje Mariame komt soms op haar sloffen en in pyjama iets halen in de winkel. Beeld Hanne van der Woude
Bovenbuurmeisje Mariame komt soms op haar sloffen en in pyjama iets halen in de winkel.Beeld Hanne van der Woude

Af en toe zou je een blik in de toekomst willen werpen. Waarbij er nog steeds gedanst wordt in de Winkel Dichtbij. Omdat iedereen naar elkaar heeft geluisterd, de plannen zijn aangepast, de grote discounter er niet is gekomen en mijn buurt nog steeds aardig en leefbaar is, met ruimte voor groen, kinderen en fietsers.

Waarschijnlijker is dat het zal gaan zoals het altijd gaat.

Er komt een nieuwe klant binnen, we breken ons ­gesprek af, ik betaal en stap naar buiten in de schemering. Op weg naar huis tussen de flats bedenk ik hoe vertrouwd dit wandelingetje is.

Lees ook:

Laat de kabbelende troost van de stamkroeg niet verloren gaan

Barvrouw en econome Geerte Verduijn maakt zich zorgen. Een stad zonder bruine kroegen, dat is niet alleen een verlies voor haar stamgasten.

De supermarkt 2.0 slaat aan in Wilp

Het Gelderse Wilp heeft sinds kort een onbemande minisupermarkt. Goed voor de lokale boeren die het assortiment verzorgen. Maar ook voor de 2400 inwoners, die weer in het eigen dorp boodschappen kunnen doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden