null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

EssayStemcoach

Er is één probleem, zei de baas tegen podcastmaker Maarten van Gestel: je stem

Wat horen anderen als ze jou horen? Hoge noot, lage noot, bij Maarten van Gestel klonk het allemaal hetzelfde. Dat werd een probleem toen hij een podcast ging maken: luisteraars zouden meteen afhaken, kreeg hij te horen. Daar moest hij aan werken, en snel ook.

Maarten van Gestel

Van alle bijnamen die ik in mijn leven kreeg – Maartenmuis, Papa Gest, MvG – is er één die ik nooit zal vergeten. Brommertje. Voor zover ik weet ben ik slechts door één persoon zo genoemd, maar dat maakt het niet minder pijnlijk.

Ik was een jaar of acht en had gehoord dat de kinderen bij het communiekoortje een middag school mochten missen om te oefenen in de kerk. En, belangrijker, dat ze na afloop een gratis snoepzak kregen. Ik meldde me aan. Maar al bij de eerste zangmiddag deed zich een probleem voor. Mijn stem.

Terwijl de hulpmoeder ingespannen luisterde wie de sopraan en wie de tenor werd in liedjes als Hij heeft de hele wereld in zijn hand, bleek al snel dat mijn stem niet bepaald dynamisch was. Hoge noot, lage noot; ik deed mijn best, maar het klonk allemaal hetzelfde. Mijn ­jonge stemgeluid had daarnaast een rauw randje. De hulpmoeder noemde andere leerlingen misschien wel nachtegaaltje of engeltje, maar ik werd brommertje.

Ik heb mijn stem toch niet nodig

Zij mag mij dan brommertje hebben gedoopt, die snoepzak heb ik na afloop toch mooi gekregen. En ik heb verder nooit serieuze problemen gehad met mijn stem. Ja, als ik een liedje probeer te neuriën voor mijn vrienden, dan volgt een reeks tonen die elk precies hetzelfde klinken. Maar in mijn werk als schrijvend journalist heb ik mijn stem niet nodig, net zoals acteurs in stomme films hun stem vroeger niet nodig hadden. En net zoals die ­acteurs lukt het me om enthousiasmerend te vertellen, versieren, pitchen en solliciteren, door rijkelijk gebruik te maken van armgebaren en gezichtsexpressies.

Maarten van Gestel (1995) studeerde ­filosofie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt sinds 2020 bij Trouw, nu als redacteur duurzaamheid en natuur. De Schrik van Roden is zijn eerste podcast.

Eind goed al goed? Nee. Nu, op mijn 26ste, staat het brommertje-probleem ineens weer pal voor mijn neus. En dit keer is niet alleen mijn zelfvertrouwen in gevaar, maar een groot journalistiek project van Trouw. Op een moment dat er al flink in geïnvesteerd is, drukt de podcastbaas van het moederbedrijf van Trouw me met de neus op de feiten. Of de podcastserie waar ik aan werk slaagt, hangt af van één ding: mijn stem. En ‘in alle eerlijkheid’ moet hij me zeggen dat hij er ‘serieuze ­twijfels’ over heeft, nadat hij de eerste versies van mijn ­zeven afleveringen heeft beluisterd.

Ik werk er al maanden aan en hij waardeert mijn inzet en passie, zegt hij vriendelijk, maar als ik mijn stem niet op de een of andere manier beter kan laten klinken, ‘moeten we gaan nadenken over andere oplossingen’.

Ontmoeting met een nazi-jager

Dit is een diepe kuil en ik heb mijzelf erin gegraven. ­Ergens vroeg in 2021 ontmoette ik een oude nazi-jager. Die vertelde me over Jacob Luitjens, de enige van de door hem opgespoorde NSB’ers die nog steeds zou leven, nu 102 jaar oud. Hij zou nooit afstand hebben genomen van de ideeën van Hitler. Kon ík hem vinden en interviewen?

Een fantastisch verhaal, leek mij, zeker in een tijd waarin de allerlaatste hoogbejaarde daders uit de Tweede Wereldoorlog berecht worden.

Dit verhaal, zo pitchte ik aan de adjunct-hoofdredacteur van Trouw, was te groot voor één artikel in de krant. Ik zag maar één geschikte vorm: een verhalende podcast, een luisterverhaal, waarin ik in meerdere afleveringen op zoek ga naar ‘de Schrik van Roden’ en zijn levensverhaal reconstrueer. Van de vlucht uit Kamp Westerbork als jonge NSB’er naar de christelijke kolonie in Paraguay, de opsluiting als oude man in een gevangeniscel in Groningen en vooral het mysterie van wat er daarna gebeurde. De luisteraar zou mij stap voor stap volgen in mijn zoektocht en aan het einde hopelijk de 102-jarige Luitjens zelf te horen krijgen, als hij inderdaad nog leefde en met mij zou willen praten.

Mijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Mijn stem, zo verzekerde ik de adjunct terloops, was misschien niet perfect, maar niets dat een paar stemtraininkjes niet kunnen oplossen, toch? Ik werd lange tijd vrijgemaakt. Die podcastreeks mocht ik gaan maken.

Maar zo simpel is dat dus niet, wordt duidelijk tijdens de pijnlijke bijeenkomst met de podcastbaas, op een moment dat ik al diep in het project zit en uren voice-overs opgenomen heb.

Dan maar een acteur

Met ‘andere oplossingen’ bedoelt hij niets anders dan een acteur inhuren die moet doen alsof hij mij is. Ik krijg rillingen van het idee: een nep-Maarten, misschien zelfs wel zonder mijn zachte g, die míjn emoties en ontdekkingen moet naspelen, een beetje als een stunt-double in een film, maar dan omgedraaid: nu zou de stunt-double de hele film te zien zijn, terwijl de echte acteur ­alleen onherkenbaar in beeld mag, zijn gezicht verscholen achter lange haren.

Het voelt vernederend, helemaal omdat ik straks ­misschien wel op radio of televisie iets over mijn project wil vertellen. Mag ik dat dan überhaupt nog zelf doen of neemt een dubbelganger mijn hele persoon over?

Geef me één kans, zeg ik tegen de podcastbaas. Eén kans voor brommertje, denk ik erachteraan, om dit ­project en mijn journalistieke waardigheid te redden.

Hoewel ik nooit serieuze problemen met mijn stem heb gehad, heb ik in mijn dagelijks leven wel genoeg hobbeltjes ervaren. Mijn schoonmoeder vraagt me vaak te herhalen wat ik zeg. Zij vindt dat ik mompel en ­binnensmonds praat. (Ik vind dat zij doof is.)

Mijn huisgenoot zegt dat ik soms zó snel praat, dat als ze niet wist dat ik Nederlands sprak, ze had gedacht dat het een volstrekt nieuwe, zelfverzonnen taal was.

En de beoogde editor voor mijn podcast keek me spottend aan toen hij hoorde dat ik de afleveringen zelf wilde inspreken. “Je hebt gewoon geen podcaststem”, zei hij droog. “Je klinkt lief, zachtaardig, timide. Er zit geen kracht in je stem. Ik zou mijn aandacht er niet bij kunnen houden.”

Als ik wil dat deze podcast enige kans van slagen heeft, weet ik aan het begin van dit project al, heb ik een stemcoach nodig.

null Beeld Ilse van Kraaij
Beeld Ilse van Kraaij

Een gefrituurde stem

Ik woonde ooit samen met stemtrainer Kyra. Als iemand me uit mijn stemvalkuilen kan helpen, is zij het, want zij kent ze al door en door. Ik bel haar met de vraag of zij mijn stem van een 6+ in een 8- kan veranderen. In tien lessen of zo. “Ik kan je niets beloven”, zegt Kyra. “Want het is een korte tijd. Maar ik wil je wel helpen.”

Ik had verwacht dat mijn lessen met Kyra vooral zouden bestaan uit tongbrekers en toonladders. Maar tijdens onze eerste sessie in haar lichte appartement zegt ze dat mijn problemen heel ergens anders zitten. Ik moet rechtop gaan zitten, mijn buik aanspannen, en veel lucht door mijn longen naar binnen zuigen. Praten doe je niet met je mond, legt ze uit, maar met je hele ­lichaam. Dat ik soms wat ‘minder betrokken’ of ‘ongeïnteresseerd’ zou klinken, komt door de onderspanning in mijn lijf, doordat ik vaak onderuitgezakt zit.

Ze wijst me op iets waar ik me nog nooit bewust van ben geweest: het kraakje in mijn stem, in stemtermen de vocal fry, de gefrituurde stem. Kyra denkt dat als we mijn stem minder als schuurpapier kunnen laten klinken, minder als brommertje, en meer zuiver, mooi en helder, dat we al een heel eind zijn.

Niet zoals Willem-Alexander het zou zeggen

De oefeningen bij Kyra zijn een soort fitness voor mijn stem. Ik zit op de grond met mijn benen in de lucht, terwijl ik teksten oplees. Mijn stem klinkt meteen al veel minder gefrituurd, zegt Kyra tevreden. Tijdens opnames moet ik straks niet vergeten mijn buik en billen aan te spannen, concludeer ik.

Maar er is meer ruimte voor verbetering, zegt Kyra, die in Amsterdam is opgegroeid: mijn Brabantse, dubbele klinkers. Mijn ‘ook’ is meer een ‘o-eu-k’, bepaald niet zoals Willem-Alexander het zou zeggen. En mijn ‘doen’ is een kruising tussen ‘doen’ en ‘dun’, meer Zweeds dan Nederlands.

Ik luister met een wrang gevoel naar Kyra. Moet ik echt mijn hele accent elimineren om een goede podcast te kunnen maken? “Je hoeft niet anders te gaan praten”, verzekert ze me, “maar het is fijn om die klanken in je gereedschapskist te hebben, zodat je controle hebt over hoe je praat.”

Hmm. Ongemakkelijk zeg ik dat ik graag mijn zachte g wil behouden. Ik krijg het gevoel dat Kyra niet begrijpt waarom ik dat zou willen, maar dan zegt ze: “Geen probleem”.

Als huiswerk moet ik een tekst uit mijn hoofd leren. Ik kies een verhaaltje van Toon Tellegen, over een egel die graag wil zweven en gelooft dat als hij dat maar hard genoeg probeert, het ook zal lukken.

In yogahouding oreren over de egel

Thuis lig ik nu elke dag in yogahoudingen, terwijl ik met spierpijn en buiten adem over de egel oreer. “Hij hoefde niet hoger te hangen dan de top van de beuk. Maar dan wel boven de open plek in het bos.” Tijdens mijn lockdownwandelingetjes door het park praat ik luidkeels verder, terwijl ik mijn mond zo wijd mogelijk open tijdens het spreken: Kyra’s recept voor goede articulatie. “Roerloos daar hangen en naar beneden kijken, dat wilde hij”. Voorbijgangers kijken me bezorgd aan, alsof ik aan een coronapsychose lijd.

Ongeveer halverwege het stemtraject sta ik voor mijn eerste grote uitdaging. De podcast zit nog in de onderzoeksfase, maar ik ben wel uitgenodigd om bij radioprogramma Spijkers met Koppen te vertellen over een ander project. Een kans om te zien of ik stemtechnisch vooruitgang heb geboekt! Maar nogal confronterend, blijkt eenmaal in de Utrechtse studio. Het eerste item van die dag gaat over Zoom-zangpartijen tijdens de lockdown en iedereen wordt plots gevraagd mee te doen aan een zang­oefening, live op de radio.

null Beeld Gemma Pauwels
Beeld Gemma Pauwels

In zeven afleveringen gaat Maarten van Gestel op zoek naar het verhaal van de oud-NSB’er Jacob Luitjens, alias De Schrik van Roden. De podcast is te beluisteren via trouw.nl/deschrikvanroden en de bekende podcastapps.

Bij Dolf Jansen hoor ik het ook

Even spelen mijn brommertje-trauma’s op, maar mijn interview daarna lijkt goed te gaan. Ik probeer met een wijde mond – een ‘open gezicht’, aldus Kyra – te spreken, gewoon met een zachte g. Ik hoor wel een lichte ­gefrituurdheid in mijn stem, maar die hoor ik net zo goed bij presentator Dolf Jansen. Tevreden loop ik terug naar mijn plaats.

Na de uitzending appt een Brabantse vriend: “Waar is je brabo-accent?” Mijn zachte g is gebleven, maar heeft gezelschap gekregen van een kak-r, vindt hij.

En ook bij Kyra loop ik tegen moeilijkheden aan. Ze vraagt me om te praten alsof ik heel hard huil, om een nieuw soort volheid in mijn stem te krijgen. En met twang, een soort New Yorkse jankerigheid. Néh, néh, néh-néh-néh, moet ik jengelen. Wat is dit voor onzin, begin ik te denken. Ik ben toch gewoon een journalist? Door die focus op mijn kraakje kan ik nauwelijks nog naar mijn vader luisteren, want ik hoor nu dat die bij hem nog veel erger is. Als hij praat moet ik me inhouden om niet te zeggen dat hij zijn buik en billen meer moet aanspannen.

En dan moet de grote klap nog komen. Hoewel ik na de afronding van mijn traject bij Kyra het idee had dat ik er grosso modo op vooruit was gegaan, is de ­reactie op de eerste versies van mijn podcast niet goed. Mijn stem klinkt in principe niet slecht, benadrukt de podcastbaas. Ik articuleer prima, praat rustig en ben ­verstaanbaar. Er is een ander probleem: “Je intonatie. Je gaat aan het einde van elke zin omhoog met je stem. Dat luistert helemaal niet fijn.”

Ik had het gevoel dat ik mijn voice-overs spannend en actief had opgenomen, maar ik klink ritmisch kennelijk zo repetitief als een slaapliedje. “Dit zou voor mij de reden zijn om bij de eerste aflevering af te haken”, zegt de podcastbaas. Dat is het moment waarop hij begint over die ‘andere oplossingen’. Wat somber – ik zit al wekenlang huilend en in yogaposities over vliegende egels te praten – zeg ik tegen hem dat ik dit kan oplossen. En krijg ik dus één laatste kans.

Omhoog in je energie

Daniël de Booij regisseert acteurs die luisterboeken inspreken. Zo’n negen uur zitten ze in het hokje in zijn studio, terwijl ze voorlezen uit de nieuwe Saskia Noort of Dan Brown. Daniël luistert op zijn koptelefoon aandachtig mee, als een luchtverkeersleider die vliegtuigen in goede banen leidt. Zo nu en dan grijpt hij in, om hun stemkoers een beetje te wijzigen.

Nu zit ik achter de glazen wand in zijn hokje, met een grote microfoon en het script van de podcast voor mijn neus. Daniël kijkt me door het glas aan en steekt zijn duim omhoog. Ik kan beginnen. “Wat als jij wel klaar bent met je verleden”, zeg ik in de microfoon, “maar je verleden niet met jou? Dát overkwam Jacob Luitjens, de Schrik van Roden.”

Ik zie Daniël bedenkelijk kijken. “Iets minder nadruk op dát. En je mag omhoog in je energie. Vertel het me echt, lees het niet voor. Praat met je handen!”

Ik probeer het opnieuw, nu overdreven breed gebarend achter mijn microfoon, met meer expressie dan ­gebarentolk Irma bij een coronapersconferentie. “Yes, dat was hem”, zegt Daniël na de take. “Volgende stukje.”

Alinea na alinea worstelen we ons door het script. Ik moet variëren in mijn intonatie, benadrukt Daniël, en hij doet alinea’s voor, als een souffleur in het theater. Ik probeer mijn stem omhoog en omlaag te persen, tegen mijn intuïtie in. Maar soms, na vijf keer proberen, terwijl ikzelf amper verschil hoor tussen goed of slecht, knikt Daniël tevreden.

Ben ik dit?

Na een dag ploeteren staat de eerste aflevering erop. “Klonk het oké?”, vraag ik voorzichtig. “Ja man, ging echt goed!”, zegt Daniël enthousiast. Ik ken hem niet goed, en weet niet of dit professionele hoffelijkheid is – hij krijgt immers betaald om dit te doen – of dat hij meent wat hij zegt. Er zit maar een ding op: wachten tot hij de aflevering heeft gemonteerd, waarna de podcastbaas de knoop zal doorhakken: mag ik blijven of word ik vervangen?

De hele week wacht ik in spanning. Ik bedenk alvast wie mij moet inspreken, in het ergste geval. Maar voor ik Gijs Scholten van Aschat ‘Ik ben Maarten van Gestel’ hoor zeggen, druk ik die gedachte weg. Op vrijdag heb ik nog geen bericht gehad en enigszins opgelucht sta ik die namiddag op een borrel. Tenminste nog een weekend lang kan ik hopen dat het gewoon mijn podcast blijft. Maar na die borrel zie ik, licht aangeschoten, dat de allesbeslissende aflevering in mijn mailbox zit.

Ik luister naar mijn stem. Al snel krijg ik een vreemd gevoel in mijn maag. Ben ík dit? Het klinkt onnatuurlijk. Gehaast. Alsof ik mezelf in een lachspiegel zie, maar dan in geluid. Wie is deze vervelende jongen die zijn neefjes bij een kampvuur zo overdreven voorleest? Die vorige versies waren toch beter? Ik durf dit niet naar de podcastbaas te sturen.

Het blijft aan me knagen dat weekeinde. Ik wil niet opnieuw luisteren, maar kan niet ont-horen wat ik eenmaal hebt gehoord. In een opwelling stuur ik de aflevering op zondag naar mijn baas. En naar podcastmaker Gabriella Adèr, die me helpt met dit project. Ze reageert diezelfde dag. En haar reactie zag ik niet aankomen.

Luisteren met nieuwe oren

“Ik vind je voice-over véél beter! Rustiger, meer vertellend. Goed gedaan. Het zal voor jou niet natuurlijk voelen, maar het is veel lekkerder om naar te luisteren.”

Huh? Rustiger? Lekkerder om naar te luisteren? Ik ben opgelucht, maar voel me ook vreemd, zoals iemand die geestelijk ziek is en beseft dat hij zichzelf niet meer helder kan beoordelen.

Maandagochtend reageert de podcastbaas. “Echt heel veel beter”, appt hij. “Klinkt goed man. Ben echt heel blij hiermee.” En nogal onverwacht krijg ik groen licht en veel succes met de rest van de opnames.

Mijn wens was om mijn brommertjesstem van een 6+ in een 8- te veranderen. Niet uit ijdelheid of voor een snoepzak, maar puur omdat ik het verhaal over Jacob Luitjens graag wil vertellen en daarvoor nu eenmaal mijn stem nodig heb. De nieuwe versies voelden initieel meer als een 4-, maar ik probeer er met nieuwe oren naar te luisteren. En ik raak al iets meer vertrouwd met dit nieuwe stemgeluid, dat dus ook van mij is.

Hier en daar hoor ik nog wel een kraakje, of mijn stem die overslaat en zinnen die te snel van mijn tong rollen. “Dat is juist mooi”, zegt Daniël tijdens een ­volgende opname. “Dat ben jij gewoon.”

Lees ook:

Hoe de Nederlandse podcast een opmars beleeft

De opmars van het luisterverhaal was al niet te stuiten, corona gaf een extra boost. De podcast in vijf trends.

Zes luistertips voor tijdens uw lockdownwandeling

Er wordt meer gewandeld én meer geluisterd, dat kan ook zo fijn samen. Zes Trouw-redacteuren tippen hun favoriete podcast van 2021.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden