NaschriftEngel Jan Struif (1934-2021)

Engel Jan Struif was een echte apostel van het Grunnegs

Engel Jan Struif met zijn geleidehond Nero, in de zomer van 1956. Beeld
Engel Jan Struif met zijn geleidehond Nero, in de zomer van 1956.

Op de rouwkaart van Engel Jan Struif prijkt een oude zwart-wit ansicht van de herenboerderij in Nieuw-Beerta waar hij in 1934 ter wereld kwam. De enorme graanboerderij op de Noord-Groningse klei speelde een belangrijke rol in het leven van de man die geen boer, maar predikant werd.

Bert van der Kruk

Engel Jan kwam ook later nog graag op de boerderij, nadat zijn enige broer die had overgenomen. Hij kende er de weg. Zelf heeft hij de boerderij nooit gezien. Hij werd nagenoeg blind geboren en kon alleen het verschil tussen donker en licht onderscheiden. Een oorzaak voor zijn niet-erfelijke beperking is nooit gevonden. Specialisten zeiden dat er weinig aan te doen viel. Engel Jan leek daar niet onder gebukt te gaan. Hij wist zich wel te redden, hij was geen bleu jongetje. Hij beleefde een mooie jeugd op de boerderij.

De maatschappelijke tegenstellingen waren destijds groot in het Oldambt. Aan de ene kant de rijke boeren, aan de andere de arme arbeiders. Voor de kinderen deden die verschillen er niet zo toe. Op de boerderij speelde de zoon van de herenboer even makkelijk met de arbeiderskinderen. Verder trok Engel Jan in die tijd veel op met zijn twee jaar oudere broer Chris. De foto waarop zij samen in de bokkenwagen zitten, stond zijn laatste levensjaren naast het bed.

Engel Jan met zijn broer Chris in de bokkenwagen, zomer 1941. Beeld Engel Jan Struif
Engel Jan met zijn broer Chris in de bokkenwagen, zomer 1941.Beeld Engel Jan Struif

Ook in de taal werkten de standsverschillen door. Vader Onno en moeder Remke hechtten eraan dat in het voorhuis ‘beschaafd’ Nederlands werd gesproken. Daar hielden de zonen zich aan. Maar waren ze op de deel bij de arbeiders en de paarden, dan spraken ze uiteraard Gronings. Engel Jan ontdekte later dat het een nogal gekunsteld onderscheid was. “’k Heb in de praktiek ontdekt dat t Grunnegs veur veel meer te gebroeken is as allenneg achter de koien.

Het was zijn moeder die hem het brailleschrift leerde. Zij zette ook lesmateriaal om in braille. Op de openbare lagere school in Nieuw-Beerta trof hij het met een juffrouw die speciaal voor hem braille leerde. Voordeel was ook dat er maar een handjevol leerlingen in de klas zat, waardoor Engel Jan goede begeleiding kreeg. Ook op het gymnasium in Winschoten en de theologiefaculteit in Groningen had hij de mazzel van kleine lesgroepen.

Theologie dankzij de godsdienstjuf

Dat hij in de theologie terechtkwam, lag niet voor de hand. Er waren geen voorgangers in de familie. Maar met zijn visuele beperking zat boer worden er niet in. Bovendien had hij daar geen belangstelling voor. Zijn interesses lagen eerder op intellectueel vlak. Op het gymnasium blonk hij uit in wiskunde en geschiedenis. Dat de bèta-leerling uiteindelijk voor theologie koos, had alles te maken met zijn godsdienstjuf op de lagere school. De manier waarop zij bijbelverhalen vertelde, maakte grote indruk. Juffrouw J.A. Ader-Appels, bevriend met zijn moeder, kwam geregeld bij hen thuis over de vloer. Zij was getrouwd met Bastiaan Jan Ader, een jonge dominee uit het nabijgelegen Drieborg, die tijdens de Tweede Wereldoorlog honderden Joodse mensen onderdak bood en dat met de dood moest bekopen. Na de oorlog schreef zij daarover Een Groninger pastorie in de storm.

Bijbelverhalen kende de boerenzoon ook uit de kerk, waar zijn moeder hem weleens mee naartoe nam. Zij was lid van de VPRO en luisterde op de radio graag naar vrijzinnige predikanten. Nadat Engel Jan zich in 1954 in Groningen als student had gemeld, lag het dus voor de hand dat hij zich aansloot bij de vrijzinnige studentenvereniging VCSB, die later opging in Vindicat. Ook in bittergenootschap Omlandia roerde hij zich danig.

Op zijn studentenkamer, rond 1954. Beeld
Op zijn studentenkamer, rond 1954.

Engel Jan hield van gezelligheid. Hij dompelde zich onder in het studentenleven. Hij was een speelse gangmaker die graag toespraken hield, liefst met wat Latijn erin. Voor sommige medestudenten was hij een rots in de branding. Zijn blindheid speelde hem geen parten, juist dankzij de kameraadschap die hij ervoer. Niet voor niets bleef hij tot op hoge leeftijd reünies van Vindicat bezoeken.

In Groningen ontmoette hij Bettie Wiegman, studente farmacie uit Sneek. Een sterke, sociale vrouw, het type aanpakker. Ze nam hem mee door de stad, arm in arm of op de tandem. Ze deelde haar passie voor vogels en de natuur met hem. “Ik heb leren zien door de ogen van Bettie”, zei hij geregeld. In 1964 trouwden ze. Twee jaar later werd Engel Jan hervormd predikant in Ezinge en omliggende dorpen.

Engel Jan Struif met zijn vrouw Bettie op de tandem. Beeld
Engel Jan Struif met zijn vrouw Bettie op de tandem.

De dominee was geen man van grote dogma’s en zekerheden. De Bijbel was voor hem “een boek dat wegwijst als je op zoek bent naar God”. Zelf twijfelde hij ook weleens, zeker in de lastige laatste jaren van zijn leven. Geregeld preekte hij op zondag ook voor zichzelf. Zware theologische vraagstukken waren niet aan hem besteed. Engel Jan was vooral een pastorale en sociale predikant, dichtbij de mensen.

Hij had een scherp gehoor. Nadat hij één keer een stem had gehoord, herkende hij die voor altijd. Ook iemands loopje kende hij. Als zijn neven eraan kwamen, zei hij al op tien meter afstand: “Hé Onno, hé Edzo!” In een kerk kon hij tamelijk precies vertellen hoeveel mensen er onder zijn gehoor zaten. Bij binnenkomst had hij met een knip van de vingers al bepaald of het een groot of klein gebouw was.

Voetballen om de Engel Jan Struif Cup

Met groot enthousiasme organiseerde hij ontmoetingen. Zo was er in Feerwerd de jaarlijkse voetbalwedstrijd tussen theologiestudenten uit Groningen en de plaatselijke voetbalclub. Inzet: de Engel Jan Struif Cup. De uitreiking van de wisselbeker voltrok zich in een kantine vol sigaretten- en alcoholdampen, nadat de blinde predikant eerst een gloedvolle wedstrijdanalyse had gegeven. Hij was dol op voetbal, wielrennen en schaatsen en kon – na een wedstrijdverslag op de radio – daarover stevig in beeldende taal zijn mening geven.

Ondertussen was het vreemd dat hij als geboren Groninger op de kansel zijn eigen streektaal thuis moest laten. Een weddenschap in zijn eerste gemeente veranderde dat. Een ouderling zei dat “’n domie dij Grunnegs praoten kin” hem wel 25 gulden waard was. Waarop de dominee snel toehapte: “Kom maor op din mit dij 25 gulden.” Het was het begin van zijn grote inzet voor kerkdiensten in het Gronings en de totstandkoming van de Grunneger Biebel.

Beroemd werden de Grunneger kerstnachtdiensten in het sfeervolle kerkje van Oostum. De kerk zat altijd stampvol, ook op de trap en de zolder. Bettie schonk na afloop voor iedereen koffie. Zij stond haar man in alles bij; ze zocht samen met hem liederen voor de diensten en draaide mee in pastoraat en catechese. Dat bleef ze doen, ook toen het echtpaar in 1972 verhuisde naar Zuidhorn en dertien jaar later naar Oosterwolde.

Hij had het gevoel dat hij in een ‘Grunneger Dainst’ de mensen dichter op de huid kan komen. “Door in het Gronings te preken, slecht ik een drempel en maak ik de taal van de Bijbel de taal van alledag”, zei hij. “Ik kin der meer humor in kwiet.” Wie hem in het Nederlands vroeg om voor te gaan in een Groninger dienst, kreeg steevast te horen: “Maar kunt u dat wel verstaan?”

Engel Jan Struif rond 2016. Beeld
Engel Jan Struif rond 2016.

Samen met enkele andere voormannen gaf Engel Jan een enorme impuls aan de vertaling van de Bijbel in het Gronings. Hij organiseerde en enthousiasmeerde, maar vertaalde ook zelf. Zijn voorkeur ging uit naar het Oude Testament, vooral het boek Ruth. “Dat verhaal kon zo in Groningen spelen.” In 1990 kreeg hij voor zijn inspanningen de K. ter Laanprijs van stichting ‘t Grunneger Bouk. Toen in 2008 de Grunneger Biebel na 35 jaar noeste vertaalarbeid werd gepresenteerd, beleefde hij een van zijn mooiste momenten.

Zijn vrouw maakte dat niet meer mee. Bettie was in 1998 overleden; een grote slag voor Engel Jan. Hij verloor niet alleen zijn geliefde, ook zijn ‘mededominee’. En hij raakte zijn ‘ogen’ kwijt. Het echtpaar had geen kinderen gekregen – iets waarover hij weinig prijsgaf. Praten over zijn diepste gevoelens was sowieso niet zijn sterkste kant. Dat paste niet bij zijn natuur. Na de enorme dreun hield hij het algemeen: “Je gaat door een heel diep dal.” Daarachter schuilde een wereld aan emoties.

Dat herhaalde zich in 2016 toen Connie Davidse overleed, de vrouw met wie hij kort na Bettie’s dood was getrouwd. Een lieve, zorgzame Zeeuwse die hij kende van gesprekskringen. Haar dood knakte Engel Jan, zowel geestelijk als lichamelijk. De laatste jaren waren zwaar. Gelukkig wist hij zich omringd door een grote groep vrienden die hem thuis en later in het verzorgingshuis bezochten. Bij de afscheidsdienst klonk liefdevol: “’n Kammeroad is oet tied kommen.”

Engel Jan Struif werd geboren op 20 augustus 1934 in Nieuw-Beerta en overleed op 13 oktober 2021 in Oosterwolde.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden