Beeld Jörgen Caris

ColumnErik Jan Harmens

Elke brief eindigt met een variant op: ‘Heel veel liefs, ik hou van je’

In het diepst van de coronacrisis besloten mijn negentienjarige zoon en ik om elkaar elke dag een brief te schrijven. We publiceren ze op een blog met een slotje erop, want we willen geen pottenkijkers. Het corresponderen is een heerlijk ritueel geworden waarmee ik de dag begin en hij de dag afsluit, in lijn met onze bioritmes: ik de vroege vogel, hij de nachtuil. Vanochtend stuurde ik hem de ‘Zevenenzeventigste brief van vader aan zoon’, vanavond stuurt hij een ‘Zevenenzeventigste brief van zoon aan vader’ terug. Elke brief beginnen we met ‘Dank je wel voor je mooie brief’ en eindigt met een variant op ‘Heel veel liefs, ik hou van je’.

Mijn dochter stuur ik met grote regelmaat appjes waarin ik datzelfde schrijf: ‘Ik hou van je’. Dat doe ik omdat er een dag komt waarop ik het haar niet meer kan zeggen en die dag komt altijd sneller dan je denkt. Dus als ik denk: zo en zo snel, dan komt hij dus sneller dan die tijdspanne. Net voor ik het loodje leg, wil ik me niet hoeven afvragen: Heb ik mijn kinderen wel vaak genoeg gezegd dat ik van ze hou? Maar mocht ik het me tóch afvragen, dan pak ik de appjes en het niet voor pottenkijkers bedoelde blog erbij en dan weet ik het antwoord.

Doordrammen

Op 15 januari 2009 maakte een passagiersvliegtuig een geslaagde noodlanding op de rivier de Hudson tussen Manhattan en New Jersey. Voor de passagiers is er een leven voor en na de crash. Een van hen kreeg later een andere baan aangeboden, waarbij de headhunter maar bleef doordrammen over het verdubbelde salaris. “Er is meer in het leven dan geld, ik sla je aanbod af, het voelt kouder dan de Hudson”, was zijn reactie. Een ander benadrukte: “Je moet de mensen van wie je houdt steeds vertellen hoeveel ze voor je betekenen. Alles kan ineens veranderen.”

Zelf stortte ik een keer bijna neer, nota bene boven diezelfde Hudson. De Twin Towers stonden er nog, dat geeft aan hoe lang geleden het is geweest. We stegen op, maakten een bocht naar links en bam! daar ontplofte de staartmotor. Tijdens de neusduik dacht ik niet aan mijn kinderen, want die waren nog niet geboren. Wel hoopte ik ze ooit te ontmoeten. Vanaf het moment dat de piloot het toestel weer onder controle kreeg, ben ik me op dat ogenblik gaan verheugen.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden