Beeld Wim Boevink

Klein Verslag Wim Boevink

Eigen kust eerst

Why leave? stond er eerder deze maand in grote letters voorop het conservatieve Britse opinieweekblad The Spectator, maar pas toen ik de onderkop las begreep ik dat het niet over de brexit ging maar over de heropleving van vertier aan de eigen Britse kust.

Een relatie met de brexit was er natuurlijk wel. Door de instorting van het pond kregen de inheemse badplaatsen weer nieuwe aantrekkingskracht, betoogde het blad, waarvan Boris Johnson tussen 1999 en 2005 hoofdredacteur was.

Geschilderd werd – niet zonder cynisme en zelfhaat – de horror van een vakantie buiten het Verenigd Koninkrijk. ‘Wat kan ik tegemoet zien als het vliegtuig is geland? Insecten, huidkanker en buitenlanders. En erger nog dan de buitenlanders: de Britten in het buitenland.’

Britse kustplaatsen hebben sinds het begin van de jaren zestig, toen de Britten het toerisme in het warme Zuid-­Europa begonnen te ontdekken, een lange periode van verval gekend. Plaatsen als Skegness, Hastings en Blackpool verpauperden. Zelf bezocht ik twee jaar geleden in Yorkshire nog Whitby en Scarborough, de een schilderachtig, intiem en enigszins verlopen met zijn gokhalletjes en fish-and-chips lokalen, de ander ronduit vervallen; in Scarborough keek ik mijn ogen uit in wat eens een magnifiek Grand Hotel moet zijn geweest. Een reusachtig statig gebouw op een klif, uit de dagen van Queen Victoria, met een monumentale lobby, dik tapijt, brede trappen; jan en alleman ging er in en uit, hing verveeld in de stoelen, er liepen honden los in de gangen, het tapijt was bezaaid met popcorn. Ik trad naar buiten op het bordes en zag de haveloze toestand van het houtwerk van lijsten en kozijnen en het goedkope plastic buitenmeubilair.

Beeld Wim Boevink

Maar zie, The Spectator constateerde een kentering: in 2018 daalde het aantal Britten dat een buitenlandse vakantie boekte met een miljoen en in die Britse kustplaatsen was intussen iets gebeurd: food-festivals, opgeknapte promenades, kunstgaleries, trendy ­lokalen.

En het klopt: onlangs waren we in Margate, anderhalf uur per trein vanuit hartje Londen, aan het estuarium van de Theems, en bezochten er de in 2011 geopende Turner Contemporary, een museum voor moderne kunst aan zee, waar een fraaie fototentoonstelling te zien was over de Britse seaside-towns. De stad zelf, die ook betere tijden had gekend, leek zich eraan op te trekken, en men liet er ook een groot amusementspark bouwen, Dreamland. Maar het strandpaviljoen waar T.S. Eliot een deel van zijn fameuze gedicht The Waste Land schreef, was nog in verval.

Dichtbij Margate verbleven we in het kustplaatsje Whitstable, klein maar fijn, beroemd vanwege zijn oesterbanken (en als plaats waar William Somerset Maugham zijn tienerjaren doorbracht). Het bergt een van de beste restaurants van Engeland en naar het schijnt laten rijke Londenaren zich per helikopter naar Whitstable vliegen om er oesters te gaan eten.

Zelf zaten we op het kiezelstrand, op het terras van The Old Neptune, al twee eeuwen blootgesteld aan de elementen, en zagen hoe onze buren achteloos de ene dure fles champagne na de andere bestelden.

Ja, het leven was mooi, voor wie het leven al mooi was.

Klein Verslag 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden