Fotoalbum

Eeneiige tweeling Adriaan en Femius (30): ‘Hij is deel van mij, en ik ben deel van hem’

Adriaan (achter op de motor) en Femius Brugman Beeld
Adriaan (achter op de motor) en Femius Brugman

Adriaan en Femius Brugman (30) zijn een eeneiige tweeling. Ze waren altijd onafscheidelijk, ook nu kan Adriaan zich een leven zonder Femius niet indenken.

‘Femius is eh… het jongetje voor op de motor, ik zit achter hem – ja, ik moet zelf ook even goed kijken. Hij was als kleuter iets zwaarder dan ik. We hebben altijd erg op elkaar geleken, mensen hadden vaak moeite ons uit elkaar te houden. Als kind was ik zelf één keer in de war en wist ik even mijn eigen naam niet meer, dat was in de peuter- of kleuterklas. Ik kan het me niet herinneren maar volgens mijn moeder vroeg ik haar: ‘ben ik nou Femius of Adriaan? De een zegt Femius tegen mij en de ander Adriaan.’

Dat Feem voorop zit is veelzeggend. Hoewel hij verlegener was dan ik zei ik altijd: ga jij maar eerst, dat zal hier ook gebeurd zijn denk ik. Ik dekte hem in de rug. Als er op een verjaardag eten op tafel stond zei ik tegen hem: ‘neem jij eerst maar een hapje en als het lekker is neem ik ook’. Onze rolverdeling stond vast, misschien ook omdat hij de sterkste was: met handje drukken won hij steevast, al kan het ook zijn dat ik hem liet winnen omdat hij zeven minuten ouder is dan ik.

‘Samen durfden we alles’

Op de foto zijn we een jaar of drie, vier, samen durfden we alles: we waren niet bang om op zo’n motor te klimmen. Ik denk dat hij van een kennis was die langskwam bij de pianowerkplaats van onze vader.

Wij mochten heel vaak mee daarnaartoe en vermaakten ons er prima. Tussen de tientallen instrumenten die mijn vader restaureerde waren een heleboel leuke speeltjes te vinden: tangetjes, ijzerdraadjes en andere spullen waarmee je kon knutselen en houtbewerken. We speelden er ook veel buiten want de schuur lag half in het bos. Je kon er hutten bouwen of een kabelbaan maken, een ideale plek om op avontuur te gaan.

We hadden heus weleens ruzie, maar nooit lang. Feem en ik trokken altijd samen op, onze twee broers en zus kwamen er niet tussen. Thuis waren we de jongsten maar met z’n tweeën stonden we sterk. We sliepen in een stapelbed, ik denk dat we tot ons veertiende of vijftiende een kamer deelden, daarna werd het toch wel lekker om je eigen kamer te hebben, zeker als een van ons een vriendinnetje had.

Vaak worden tweelingen op school uit elkaar gehaald maar onze ouders hebben erop aangestuurd dat we bij elkaar in de klas zaten. Daardoor bleef onze band heel hecht en hadden we dezelfde vrienden. Het was altijd de tweeling Aad en Feem: logeren bij een vriendje deden we samen. Het voelde vertrouwd en veilig als hij er ook was.

Ook op de middelbare school mochten we gelukkig bij elkaar blijven. We hebben voor de grap eens van les gewisseld toen de ene helft van de klas tekenen had en de andere helft handarbeid. De leraren hadden het niet direct door, maar medeleerlingen wel. Feem is in een groep wat terughoudender dan ik, we hebben ook een andere houding. Sommige vrienden herkenden ons al van grote afstand.

Maanden van elkaar gescheiden

Na school heeft hij een tijd in Spanje gewoond om een opleiding flamencodansen te volgen. Ik deed hier een pianotechniek­opleiding. Maanden waren we van elkaar gescheiden, maar als we het niet meer volhielden namen we het vliegtuig om elkaar even te zien. Het is bij die periode gebleven. We wisten nu hoe het was zonder elkaar – het hoefde niet meer. Terug in Nederland is hij gestopt met dansen en zijn we samen in de bouw gegaan. Hij doet vooral loodgieterswerk, ik kom bij iemand om een wandje te timmeren of de piano te stemmen: twee totaal verschillende dingen, maar die afwisseling vind ik juist zo leuk.

Niet alleen werken we samen, we delen ook hetzelfde huis en dromen ervan altijd samen te kunnen blijven wonen. Zonder hem voelt het echt als een leegte. Als uiteindelijk ieder van ons een partner heeft, hopen we een woning te vinden die groot genoeg is om onder één dak gescheiden te kunnen wonen. We moeten natuurlijk wel vriendinnen vinden die dat accepteren.

Ik kan me niet voorstellen hoe het is om geen tweelingbroer te hebben. Hij was er altijd en de relatie is sinds onze jeugd niet veranderd. We voelen elkaar heel goed aan, aan een half woord hebben we genoeg. Als ik soms met Femius word aangesproken, vind ik dat wel leuk. Ik heb een eigen identiteit, maar hij is wel een deel van mij en ik ben een deel van hem.”

Lees ook:

Joys broer Davin heeft Down: ‘Ik dacht er niet aan dat hij anders was’

Davin (22), de broer van Joy Bijster (20), heeft het Syndroom van Down. Ze zaten op dezelfde basisschool; soms wist de leraar zich niet goed raad met hem en werd Joy om hulp gevraagd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden