Nick van Hoorn.

NaschriftNick van Hoorn (1938-2020)

Een zachte judomeester was Nick van Hoorn (1938-2020) niet, maar dat maakte hem juist zo geliefd

Nick van Hoorn.Beeld Jos Wesdijk

Een zachte judomeester was Nick niet, maar zijn leerlingen roemden hem om zijn discipline. De Barendrechter wist hoe belangrijk dat was, omdat hij zelf ruim dertig jaar ‘in blessuretijd’ leefde.

“Je komt hier voor je conditie, niet voor de gezelligheid.” Nick kan knorrig uit de hoek komen wanneer er tijdens zijn judo­lessen of conditietrainingen wordt gekletst. “Dit zijn zeker buikspieren van een onbekend merk”, moppert hij wanneer een oefening halfbakken wordt uitgevoerd. Ook mensen die dichtbij wonen en met de auto naar de sportschool komen, ­krijgen dat te horen. “Ja, je woont wel heel ver weg.”

Zijn directe manier van doen schrikt mensen die voor het eerst in zijn sportschool in Barendrecht komen, soms af. Maar velen blijven en dan is het vaak meteen ook voor lang. Leerlingen die veertig jaar les bij hem hebben, zijn niet zeldzaam.

Wanneer de oude, ascetische judomeester in het centrum van Barendrecht over straat loopt, houdt hij geregeld halt voor een praatje met een leerling of oud-leerling. Velen in het dorp kennen hem; binnen één familie heeft hij soms zowel oma, moeder, kind als kleinkind lesgegeven. Al snel ben je met hem een half uur verder, want Nick heeft overal een duidelijke mening over en daar valt niet altijd tussen te komen.

Tegengas

Nick onthoudt van al zijn leerlingen hun verjaardag en stuurt trouw een kaartje. Ondanks zijn strengheid is de meester geliefd, één leerling heeft zelfs haar zoon naar hem vernoemd.

Zeker met de dames van de conditietraining heeft hij door de jaren heen een hechte band gekregen. Op zijn verjaardag verwennen ze hem met een etentje en persoonlijke cadeaus, zijn vaste uitspraken, zoals ‘De kaakspieren zijn het best ontwikkeld’, hebben ze laten afdrukken op tegeltjes die in de sportschool hangen. Na veertig jaar durven ze ook tegengas te geven wanneer Nick zijn onvrede uit. “Nou Nick, een beetje gezellig mag het toch wel zijn?” Dan grinnikt hij, met de jaren is de sporttrainer, die op zijn 81ste nog steeds lesgeeft, wat milder ­geworden.

In de winter van 1945/1946 Beeld Stephan van Hoorn
In de winter van 1945/1946Beeld Stephan van Hoorn

Eén ding is zeker: wanneer je Nick trouw blijft, ben je verzekerd van een dijk van een conditie. Zijn conditietraining is ouderwets, hij gebruikt geen apparaten of hulpmiddelen, alleen een springtouw. In zijn kast staan honderden cd’s, van Donna Summer tot UB40, waarop zijn leerlingen rondjes rennen en hun fysieke grenzen verleggen. Ook honderden judoka’s in de dop leren van hem het uiterste uit zichzelf te halen, inclusief zijn twee kleinzoons. Judo helpt ze volgens Nick niet alleen om hun lichaam weerbaar te maken, maar ook hun geest. En dat krijg je alleen door discipline en trouwe ­beoefening, weet hij uit ervaring.

De perfecte controle over het lichaam; Nick heeft het van geen vreemde. Zijn vader was Nederlands kampioen schermen, twee keer deed hij mee aan de Olympische spelen in de jaren dertig.

Nick, de middelste van drie jongetjes, is nog maar een peuter als zijn vader tijdens de mobilisatie in de Tweede Wereldoorlog als officier in het Nederlandse leger moet dienen. Wanneer hij vijf jaar is, wordt het gezin gedwongen om uit Den Haag te verhuizen. Hun huis dat aan de grens van Scheveningen ligt, zal worden gesloopt voor de Atlantikwall, de kustverdedigingslinie die de Duitsers bouwen. Het gezin vertrekt naar Epe, op de Veluwe. De laatste oorlogsjaren zit Nicks vader vast als krijgsgevangene in een Pools kamp. Hij is nog maar net terug bij zijn vrouw en zoontjes als hij in 1946 een auto-ongeluk krijgt en overlijdt.

Nooit stilzitten

Moeder moet het nu in haar eentje zien te rooien met drie kleine schooljongens. Op de Veluwe lijdt het gezin gelukkig geen honger met de vele boerderijen in de buurt. Later weet ze ook wat te verdienen met vertaalwerk. Nick lijkt uiterlijk het meest op zijn vader. Hij is de beweeglijkste, kan nooit stilzitten en speelt veel hockey. Ook weet hij al op jonge leeftijd wat hij wil en hoe de dingen in elkaar zitten. De broers hebben allemaal hun eigen vriendjes, maar wanneer er een in de problemen zit, vormen ze meteen een hecht front. Als kind adoreert Nick zijn moeder, maar vanaf zijn tienerjaren ­begint het steeds meer te botsen. Misschien ook omdat ze op elkaar lijken. Beiden zijn stellig van aard: ja is ja en nee is nee.

Het leven zonder vader en met een altijd drukke moeder maakt hem jong zelfstandig. Op zijn zeventiende gaat Nick uit huis en begint aan een sportopleiding, waar hij zich specialiseert in judo en zwemmen. Na zijn opleiding moet hij in militaire dienst. Hij werkt er als instructeur lichamelijke ­opvoeding. Met andere militairen wordt hij uitgezonden naar Nieuw-Guinea, een periode waar hij later niet veel over zal praten. In zijn hart is Nick pacifist en ook al hoefde hij destijds niet te vechten, het is geen episode waarop hij trots is.

Droom

Een eigen sportschool, dat is zijn droom. Voor iemand anders werken heeft hij al eens geprobeerd, maar net als in zijn kindertijd wil Nick de dingen op zijn eigen manier doen. Hij begint met het huren van een kerkzaaltje in Rotterdam en na verschillende omzwervingen opent hij in 1965 een ­eigen sportschool in Barendrecht, waar hij honderden jongens en meisjes judoles zal geven, later op een andere locatie. Vooral de jongere kinderen kijken tegen hem op. Niet in het minst omdat hij les heeft gehad van judolegende Anton Geesink en nationaal ­judoscheidsrechter is.

Nick is ondertussen getrouwd met Philomena, die hij tijdens het uitgaan in Rotterdam heeft leren kennen. Twee zonen krijgen ze. Ook in zijn vaderschap speelt sport een grote rol. Hij neemt zijn jongens mee om te vissen, schaatsen of hockeyen, diepe gesprekken met ze voeren ligt hem minder.

Hij werkt hard. Vaak geeft hij zes dagen per week les op de sportschool. Voor zijn leerlingen is hij de altijd aanwezige meester. Voor het geld doet hij het niet. Hij is niet materialistisch ingesteld, hoewel hij een ­uitzondering maakt voor sportauto’s. Zijn hele werkend leven staat er een voor de deur, van een Skoda cabrio tot een Porsche. Veel kilometers maakt hij niet, maar hij ­geniet van een ritje met open dak over de boulevard langs het strand.

Nick in zijn Skoda cabrio in 1961 Beeld Stephan van Hoorn
Nick in zijn Skoda cabrio in 1961Beeld Stephan van Hoorn

Door de jaren heen begint het gezinsleven te botsen met Nicks eeuwige vrijheidsdrang en in 1986 komt het tot een scheiding. In datzelfde jaar krijgt hij gezondheidsklachten en hoort tot zijn ontsteltenis dat hij beenmergkanker heeft. De veertiger praat er niet veel over, maar mensen die hem goed kennen, weten dat hij teleurgesteld is in zijn lichaam. Het instrument dat hij door oefening tot het uiterste heeft leren beheersen, heeft verzorgd met goede voeding en dat zijn broodwinning is, laat het nu af­weten.

Wanneer zijn zoon een jaar erna een ­ernstig auto-ongeluk krijgt, vraagt dat veel van Nicks geestelijke weerbaarheid. Hij is regelmatig op bezoek bij zijn zoon die moet revalideren, maar praat liever niet over het ­ongeluk.

In de jaren die volgen blijkt Nick een raadsel voor de medici. De kanker is niet verdwenen, maar houdt zich koest. Nick is niet ziek, integendeel, hij loopt tien keer de marathon van Rotterdam, steeds voor een goed doel.

Hecht team

Op zijn 55ste ontmoet Nick tijdens de WK judo de bijna twintig jaar jongere Nederlandse judokampioen Vera van der Meulen. Ze krijgen een liefdesrelatie en worden een hecht team, mede verbonden door hun passie voor judo. Ook Vera verzorgt in deze ­jaren vele judolessen op de sportschool. Na bijna vijfentwintig gelukkige jaren samen is het een harde klap wanneer blijkt dat Vera ongeneeslijk ziek is. Ze overlijdt als ze nog maar zestig jaar oud is. Nicks leerlingen merken dat het verlies hem niet in zijn ­koude kleren is gaan zitten. Hij blijft fanatiek, maar kijkt verdrietig uit zijn ogen.

Ook nu wordt duidelijk dat hij niet alleen lichamelijk kan incasseren, maar ook geestelijk. Langzaam wordt Nick weer vrolijker, maakt grappen en vertelt als vanouds hoe de wereld in elkaar zit. Het fanatieke sporten wordt wel te zwaar en op zijn 81ste stopt hij met lesgeven. Tijdens zijn laatste conditietraining legt hij de joggingbroeken en sweaters die hij altijd droeg op een hoop. “Kies maar wat uit”, zegt hij tegen zijn leerlingen.

Regelmatig komen ze hem nog tegen op straat wanneer Nick boodschappen doet of rondtoert op zijn elektrische fiets. Verder leest hij thuis veel detectives.

Wanneer op zijn 82ste duidelijk is dat de kanker zich weer openbaart, kan Nick dat maar moeilijk aanvaarden. Ook al weet hij dat hij lang in blessuretijd heeft geleefd, hij kijkt er liever van weg. Voor de judomeester die zo gesteld is op zijn onafhankelijkheid, is het misschien wel een ­zegen dat het einde zo snel gaat, maar zijn omgeving verrast hij ermee. De behandeling en operatie die hij zou moeten ondergaan, zijn niet meer ­nodig. De Pluim die hij zou krijgen van de gemeente Barendrecht, voor zijn betekenis voor het dorp, komt twee ­weken te laat.

Nick van Hoorn werd geboren op 15 maart 1938 in Den Haag en overleed op 29 december 2020 in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden