Mooie fietsen

Een vintage tweewieler voor aan de muur

Links een Gazelle Sport-E uit 1965, rechts een Union Sapporo uit begin jaren tachtig.Beeld Lucas Brinkhaus

Het wezenskenmerk van de Tour hangt nu ook mooi te wezen in cafés en kledingwinkels. Wielerjournalist Frank Heinen wilde wel zo’n vintage fiets, om te aaien.

In al de tijd dat ik over wielrennen schrijf, heb ik lang niet kunnen begrijpen wat veel mensen zo interessant vinden aan de fiets zelf. Ik vond racefietsen mooi, kon ook wel enig esthetisch onderscheid maken, maar alleen aan de oppervlakte. De aanblik van alleen een fiets, zonder coureur erop, ­beroerde me ongeveer net zoveel als die van een kwast waarmee mooie schilderijen zijn gemaakt; in de kern blijft het toch een stok met een beetje paardenhaar.

“Mooi, hè”, zei een onbekende vrouw op het terras eens tegen me. Kennelijk had ik iets te lang naar haar fiets gestaard.“Ja, lichtblauw”, zei ik. “Bianchi. Coppi.” “Hoge velgen.”

Plots waren ze overal. Wie naar college fietste op een retro-racekar was niet per se sportief, maar zat gewoon in het wiel bij de laatste mode. Ze verschenen ook op plekken waar ze als het ware werden ontfietst. In ­cafés, kledingwinkels, in meubelshowrooms zelfs. Ze stonden of hingen daar maar, mooi te wezen, als geschoolde acteurs in een figurantenrol.

De verliefde toon verspreidde zich als een ­verkoudheid op een kinderdagverblijf

De verliefde toon waarop ik lange tijd alleen fietsenmakers had horen fluisteren over een derailleur, verspreidde zich intussen over mijn omgeving als een ­verkoudheid op een kinderdagverblijf. Plots zat ik, als wielerschrijver, op de verjaardag van een altijd geruststellend asportieve kennis onder een aan de woonkamermuur bevestigd, full carbon scheurmonster te luis­teren naar anekdotes over zadelhoogtes, stuurlintjes en nieuwe pedalen ‘die uit Amerika moesten komen’. 

Op het weblog Hetiskoers.nl, waarop ik zelf veel verhalen over vergeten wielrenners had gepubliceerd, was het meest gelezen artikel ineens een stuk van Alex van der Hulst, over wat het type fiets dat je bezat over je persoonlijkheid onthulde. Alle ironievlaggen waren gehesen, maar toch ervoeren talloze amateurrenners de grappen als een trap in het kruis. Hier werden tenslotte niet alleen zijzelf, maar werd ook hun beste vriend voor gek gezet. 

Steeds vaker bekroop mij het akelige gevoel dat ik ergens een afslag had gemist. Terwijl in de verte iedereen over glanzende fietspaden de toekomst tegemoet zoefde, reed ik op mijn ouwe stadsfiets rondjes door het verleden, een stapel verhalen over coureurs van ver vóór het binnenblad onder mijn arm. Ik wist precies waar de smederij stond waar Eugène Christophe in 1919 in de Tour zijn eigen voorvork had moeten repareren, maar hoeveel voorvorken had ik zelf nou helemaal gebroken? Wat was een voorvork überhaupt?

Beeld Lucas Brinkhaus

De volle omvang van de ramp drong op 14 april 2014 tot me door. Ik las voor in een Nijmeegs theater. Ook wielrenner Maarten Tjallingii, die een dag eerder Parijs-Roubaix had uitgereden (als 51ste), was te gast. Hij had zijn fiets meegenomen. Besmeurd stond het ding in een hoek van het podium. Toen de pauze begon, stommelden tientallen, veelal mannelijke toeschouwers naar ­voren. Die gaan Tjallingii van dichtbij bekijken, begreep ik, want dat had ik zelf in de coulissen ook gedaan, om de ontberingen van zijn lijf af te kijken. En wie weet, dacht ik erna, komt er ook wel iemand naar mij toe.

Opknappertje

Nog een oude racefiets in de schuur, uit het vorige millennium, die bij elke verhuizing toch weer meegaat? ­Lucas Brinkhaus, in 2007 afgestudeerd aan de Design ­Academy Eindhoven, bouwt fietsen op maat, maar knapt ook vintage exemplaren op, ­zodat ze weer geschikt zijn om in het weekeinde mee te toeren. Omafietsen waren al langer in trek, de laatste jaren komen klanten ook naar zijn bedrijf in Venlo met hun race- en sportmodellen. ­Zoals de rode Gazelle Sport E uit 1965 op deze pagina’s of de oranje Union ­Sapporo.

Het gaat meestal om renovaties, soms kleine aanpassingen aan het stuur om iets rechter te zitten. De spatborden die hij op verzoek aanbrengt, laten klanten soms toch weer weghalen, omdat ze die niet zo mooi vinden; dan maar wat modder op de rug. Opties om het vin­tage karakter van een fiets nog wat te versterken: een leren zadel, banden met crèmekleurige zijkanten en mooie klassieke pedalen.

Liever bewonderde men in stilte de voortgeschreden techniek

Maar nee, terwijl Tjallingii en ik uiterst aanspreekbaar stonden te wachten, liepen alle aanwezigen naar de fiets, om op eerbiedige afstand te blijven staan. Ze wezen elkaar op minuscule details en hurkten bij de tubes als archeologen bij een faraograf. Eén man pakte een meetlint uit zijn jasje en hield dat op tien centimeter van het zadel in de lucht. Niemand vroeg aan Tjallingii wat hij had beleefd, wat hij had gedacht, gevoeld en meegemaakt. Liever bewonderde men in stilte de voortgeschreden techniek.

Nog diezelfde week kocht ik als allerlaatste van de inwoners van het centrum van Utrecht, een vintage racefiets. Niet als vervoermiddel, of als sportmateriaal, maar als studieobject. Sindsdien staat in mijn kelder een schitterende Benotto van rood, stroef staal. Ik poets hem regelmatig om hem kort te zien glanzen in de zon. Veel komt de Benotto niet buiten, want erop fietsen gaat niet meer. Iets met een versleten onderdeel dat onvervangbaar schijnt te zijn, want de fabriek bestaat niet meer. Tijdens dat poetsen – of aaien – laat ik mijn vingers over de tanden van de ketting glijden en prevel de namen van de onderdelen, waarvan ik niet weet waartoe ze dienen, laat staan hoe ik ze zou moeten vervangen. Zo ongeveer moeten miljonairs met een sportauto zich voelen.

Volgens de Franse schrijver Paul Fournel is de ontwikkeling van de racefiets een kwestie van details en blijkt vooruitgang op dat vlak vaak niet meer dan een kwestie van mode. Om mode geef ik niet veel, maar dankzij de Benotto begrijp ik dat een racefiets meer kan zijn dan een stuk gereedschap, of een modeaccessoire. Dat het niet een vervoermiddel is, een manier om ergens te komen. De fiets is een manier om ergens te zijn. 

Frank Heinen kocht uiteindelijk ook een aaifiets.

Lees ook:

Tijdens de zomerse retrorondes herleeft het wielrennen van weleer

Hun fietsen blinken, hun wollen koerstruien zijn fris gewassen. De deelnemers aan de jaarlijkse Retro Ronde van Vlaanderen en andere zomerse retrokoersen hebben één ding gemeen: een stil verlangen naar gemoedelijker tijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden