Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

Een stad, onveranderd in de regen

Het regende in Amsterdam. De lucht was van lood. We namen de tram naar de Kinkerstraat. Het appartement op de tweede verdieping stond te koop voor 375.000 euro. Het mat 58 vierkante meter. De trapopgang was smal en donker. Het rook er vaag naar iets zoets, ik vermoedde van de Thaise massagesalon op de begane grond. De geur was ook tot het appartement doorgedrongen. 

Binnen wachtte de verkopend makelaar, een slanke veertiger, blond half lang haar, weggestoken achter de oren. Hij gaf bezichtigers een kwartier, maar sommigen kwamen te vroeg, anderen te laat; het regende, dan kreeg je dat. Dus het was een komen en gaan. Sommige bezichtigers spraken alleen Engels. De vloer, belegd met laminaat, liep scheef. “Je went eraan”, zei de makelaar. In de kleine slaapkamer stond een enorm bed.

We stapten weer de regen in, mijn zoon en ik, komende week was er elders in de stad een volgende bezichtiging. We dronken koffie in een koffietentje in de straat. Daarna regende het harder. De Kinkerstraat oogde hier somber. De mensen bogen hun hoofden en trokken hun schouders op. We namen afscheid bij de tramhalte. De ramen van de tram waren beslagen, ik herkende met moeite de Raadhuisstraat. Contouren van mensen onder plu’s. Ergens toen dacht ik terug aan een herfstochtend lang geleden, ergens hier in het hart van Amsterdam.

Marginale notities

Ik had er iets over geschreven in een schrift, een cahier van Gebr. Winter, waar ik ‘marginale notities’ op had geschreven. 1979. Het Klein Verslag had vroege wortels. Een novemberdag, veertig jaar geleden.“De fotograaf Bernard Eilers heeft eens gezegd dat men Amsterdam het meest leerde waarderen op een hele vroege zondagochtend, bij doorbrekend daglicht en vooral als het dan ook nog motregende.”

En dus was ik eens vroeg opgestaan, met mijn camera, een Mamiya 6x6, met bovenzoeker. Regen, spiegelend asfalt op het Damrak, windstoten. Af en toe een paraplu en een onderlijf. “Centraal Station, Nicolaaskerk, Zeedijk, Spooksteeg, ‘t Kolkje, Nieuwmarkt, Oudezijds Achter. Een man trekt sigaretten uit een automaat, de enige prostitué zit in haar raam te lezen.” Ik fotografeerde lege pleinen, stadsgezichten.

Panorama's in grijs

En ook nu, veertig jaar later, zag ik hoe mooi Amsterdam was in de regen. Straten werden silhouetten, wegdekken spiegels. De regen waste kleuren uit het beeld. Ik zocht er werk van Eilers (1878-1951) bij en nog ouder werk van Jacob Olie (1834-1905), beelden van een stille natte stad in de ochtend, van regen die panorama’s in grijs potlood tekende, met hier en daar een scherp, zwart contour.

Amsterdam moest in zwart-wit zijn gebouwd, en nog aangepast aan het bruin en oker van Breitner, nat in nat, maar iets daarvan is gebleven tot in onze dagen. Ik nam een paar foto’s met mijn telefoon, van het verregende grijze Damrak en de koepel van de Nicolaaskerk en van het plein voor het Centraal Station waar mensen wegdoken in hun jassen, en wist dat het nooit meer zo stil zou kunnen zijn als op die foto’s van Eilers en Olie, hoewel de stad er nauwelijks veranderd omheen stond, die stad uit 1860 of 1979 of 2019.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden