ColumnErik Jan Harmens

Een praatje maken is een extreme sport

Beeld Jörgen Caris

Twaalf jaar geleden werkte ik nog bij de radio en leefde Wim Brands nog, twee vaststellingen die doen vermoeden dat vroeger alles beter was. Elke dinsdagavond presenteerden we samen het VPRO-radioprogramma ‘De Avonden’, een van onze meest memorabele interviews was met de Brits-Pakistaanse schrijver Emran Mian. Die had onder het pseudoniem Kamran Nazeer een boek geschreven over een onderwerp dat me aan het hart gaat: ‘Send In the Idiots: Stories From the Other Side of Autism’ (in vertaling verschenen als ‘Daar komen de gekken’ bij De Arbeiderspers). Als kind in Manhattan had Mian in een autistenklasje gezeten en jaren later ontmoette hij een aantal van zijn oud-klasgenoten, die met wisselend succes hun weg in het leven zochten, en daarover gaat het boek.

Toen de auteur tegenover ons in de studio had plaatsgenomen, vroeg hij: “Hoe lang duurt het gesprek?” Na een blik op het draaiboek antwoordde ik: “Van zeventien voor negen tot een voor negen.” Na afloop vroeg ik of hij er tegenop had gezien. “In het geheel niet”, zei hij. “Ik zou willen dat gesprekken in het werkelijke leven net zo gaan als vanavond in deze studio. Gedurende het interview brandde een rode lamp, die niet te fel was en weer doofde toen we klaar waren. Ik wist van tevoren hoe lang het zou duren en hoefde het gesprek niet gaande te houden, dat deden jullie. Tenslotte waren er geen storende achtergrondgeluiden, heerlijk!”

Wat me het meest trof in het boek, was de constatering: “Een gesprek is een performance.” Kletspraatjes maken kun je leren, stelt Emran Mian. Op verjaardagen of tijdens de vrijdagmiddagborrel ga je bij iemand staan, maakt niet uit bij wie. Je begint met een beleefdheidszinnetje en vervolgens vraag je om informatie. Dus eerst zeg je: “Druk hè?” en daarna stel je een onschuldige vraag: “Waar ken jij de jarige van?” Vervolgens start fase 3, waarin iemand iets vertelt, maakt niet uit wat, en het enige wat jij dan nog hoeft te doen is daarop inhaken met een eigen verhaal over datzelfde onderwerp. Zo kaats je woorden heen en weer en aan het einde van de avond ga je naar huis.

Een bruikbare spoedcursus smalltalk maar, benadrukt de schrijver: “Een gesprek beginnen met vreemden is voor iemand met autisme vergelijkbaar met het beoefenen van een extreme sport.” Hij heeft gelijk, na een avondje klessebessen zijn wij prikkelgevoeligen net zo uitgeput als Maarten van der Weijden na zijn zwemelfstedentocht.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden