null

EssayLekker latten

Eén liefde, twee huizen: lang leve de latrelatie

Beeld Sjoerd van Leeuwen

Sofie Rozendaal (35), journalist en schrijver, is een groot voorstander van latrelaties: living apart together. Of mis je toch iets als je de nadelen van het samenwonen omzeilt?

Sofie Rozendaal

“Wat je ook doet, ga nooit samenwonen.’’ Het was mijn oma die me waarschuwde. Ik was halverwege de twintig en had vaste verkering. Met mijn naaste buurman. We overwogen om onze twee aangrenzende starterswoningen te verruilen voor een groter, gezamenlijk huis. Maar waar iedereen enthousiast reageerde op onze toekomstplannen, brandde mijn oma van 87 het idee finaal af. “Je lijkt wel gek”, brieste ze. “Wat je nu hebt is ideaal. Je kunt hem zien wanneer je wilt en verder ben je vrij. Waarom zou je dat opgeven?”

Omdat we ‘meer’ wilden, was het antwoord. Het leek ons praktischer én romantischer; een kans om onze ­relatie te verdiepen. “Het is maar de vraag wat er van die relatie overblijft als je elke dag met elkaar zit opgescheept”, mompelde ze. Ik vond haar cynisch, een beetje verbitterd zelfs. Ze was al een paar jaar weduwe en hoewel ze mijn opa miste, vond ze het alleen wonen heel fijn. Wellicht projecteerde ze dat op mij. Maar niet lang na de sleuteloverdracht van ons nieuwe huis realiseerde ik me dat ze het goed had gezien.

Het gevoel van geborgenheid, waar ik zo op hoopte, bleef uit. Eerder het tegenovergestelde. Met het op­geven van onze eigen huizen leek de lucht uit onze relatie te worden geperst. Ineens was het geen keuze meer om hem dagelijks te zien, maar een vaststaand gegeven. En die subtiele verandering had een enorm effect op mij, ik raakte er gespannen van. Het dak waar we samen ­onder woonden leek wel een vergrootglas. Alles wat er tussen ons kennelijk niet helemaal goed had gezeten, kwam aan het licht en werd uitvergroot. Bovendien kwamen er issues bij, zoals ergernissen over de taak­verdeling in het huishouden en nieuwe verwachtingen in ons gezamenlijk bestaan. Zelfs een eigen werk- en slaapkamer bleek niet voldoende om te ontspannen zoals vroeger, toen ik mijn eigen voordeur achter me dicht kon trekken. Door het samenwonen raakte ik iets van mezelf kwijt en veranderde onze relatie op een manier waar ik niet gelukkig mee was.

Sofie Rozendaal (1987) is journalist en schrijfster. In ­januari verscheen haar boek De ideale vrouw die ik nooit was (Volt-Singel Uitgeverijen).

De eigen basis is heilig

Wat volgde was een pijnlijke breuk. Het samenwonen was misschien niet de directe reden, maar het versnelde de aftakeling van onze liefde in ieder geval wel.

Daarmee brak een tijd van grote onzekerheid aan. Gevoelsmatig was ik alles kwijt: mijn geliefde, spaargeld, huis, veilige haven en vooral mijn onafhankelijkheid. Toen ik na een poosje terug kon naar mijn oude huurhuis en alle zaken waren afgerond, nam ik me voor om die eigen ­basis als heilig te beschouwen. Nooit meer zou ik mijn zelfstandigheid opgeven voor een ander, precies zoals oma mij had gezegd.

Tot op de dag van vandaag houd ik me daaraan vast. Zelfs nu ik al twee jaar een nieuwe relatie heb laat ik me niet vermurwen, hoe leuk mijn vriend het ook zou vinden om bij me in te trekken. Anderzijds vraag ik me soms af of dat wel zo eerlijk is. Of ik niet alleen hem, maar ook mezelf tekortdoe. Welke vorm van een relatie heeft nou de beste kans van slagen en geeft de meeste voldoening: samenwonen of ieder een eigen huis?

Toename bij vijftigplussers

Volgens relatietherapeut en schrijver Lies van Dalen ontstond het verlangen om alleen te wonen in de jaren tachtig. “De reden was simpel: vrouwen werden onafhankelijker en konden een eigen woning betalen. Door de jaren zijn we steeds individualistischer geworden, ­autonomie is ontzettend belangrijk. Alleenwonen en latten is daar een onderdeel van.”

Hoeveel mensen er momenteel precies een latrelatie (lat = living apart together) hebben, is niet helemaal duidelijk. Uit een enquête van het Onderzoek Gezinsvorming van het CBS uit 2013, bleek dat zo’n 22 procent van de alleenstaanden een relatie had. Dat was per definitie een niet-samenwonende relatie, maar daarmee niet automatisch een bewuste latrelatie. Want van de jongeren zei de meerderheid wel te willen ­samenwonen en er zaten ook mensen tussen die noodgedwongen apart moesten wonen.

Hoewel er dus geen duidelijke cijfers zijn over het aantal bewust gekozen latrelaties, ziet Van Dalen wel een toename, en dan vooral bij mensen van boven de vijftig: die zijn terughoudend om ooit nog te gaan samenwonen. Van Dalen ziet het als een goede ontwikkeling. “Ik ben een enorme voorstander van latrelaties. Heel veel problemen die ik dagelijks in mijn praktijk zie, kunnen door een eigen huis makkelijker worden voorkomen.”

Bent u overtuigd latter of juist niet? Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Autonomie en geborgenheid

Maar wat definieert een latrelatie? “Op het moment dat je als stel er bewust voor kiest om ieder een eigen woning te behouden, heb je een latrelatie. Meestal zijn de partners ook grotendeels financieel onafhankelijk van elkaar.” De reden dat vooral vijftigplussers voor latten kiezen, zijn volgens Van Dalen hun eerdere ervaringen. “Vaak zijn die mensen door een scheiding meer gesteld op hun eigen plek. En hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het is om je aan te passen. Maar ook jongeren kiezen er steeds vaker voor, zelfs ondanks de woningcrisis. Dat ze later vaak alsnog gaan samenwonen, heeft meer met een kinderwens te maken dan met hun eigen verlangens.”

We verlangen naar zowel autonomie als geborgenheid. Een paradox die juist binnen een latrelatie kan ­gedijen. Want door een eigen plek te behouden waar je kunt doen en laten wat je wilt, blijf je dichter bij jezelf. En dat kan juist een heel positief effect hebben op je relatie, blijkt uit een onderzoek van de Amerikaanse journalist en schrijver Vicki Larson.

Volgens haar zouden stellen die apart wonen een ­gezondere balans hebben tussen persoonlijke invulling van hun leven en intimiteit. Je levert minder in en voorkomt dagelijkse, kleine ergernissen. Latters investeren gemiddeld meer in hun relatie dan mensen die samenwonen, omdat ze moeite moeten doen om elkaar te zien. Daardoor wordt de gezamenlijke tijd beter in­gevuld. “De grootste valkuil bij samenwonende stellen, is dat ze langs elkaar heen gaan leven”, zegt Van Dalen. “Hoe vanzelfsprekender het is dat je de ander ziet, hoe sneller je elkaar voor lief neemt en steeds minder quality time creëert. Daardoor beland je eerder in een sleur.”

Dat laatste is volgens Van Dalen een grote oorzaak van veel ongelukkige huwelijken en scheidingen. “Als je apart woont blijft de liefde vaak meer sprankelend. Door het gemis van elkaar ontstaat verlangen. Dat houdt de relatie spannend en prikkelend, zelfs als je jaren bij ­elkaar bent.”

Mijn ouders hielden elk hun eigen stek

Of een langdurige latrelatie echt spannend blijft, moet ik even navragen bij mijn ouders. Ze kregen ver­kering toen ze veertien en vijftien waren, trouwden een paar jaar later en woonden tot 2007 in ons gezamenlijke familiehuis. Maar toen het pensioen van mijn vader in zicht kwam, die door zijn beroep als verkeersvlieger veel weg was, vond er een omslag plaats. Om na al die jaren ineens de hele dag samen zitten, trok ze geen van beiden. Mijn moeder, altijd al meer een stadsmens, zocht daarom haar eigen stek in Rotterdam. Mijn vader bleef in de polder. Sindsdien brengen ze ongeveer de helft van de tijd samen door.

Als ik mijn moeder vraag hoe het met die spanning zit, zegt ze dat er vooral mínder spanning is. Op de goede manier: ze komt meer tot rust, evenals mijn vader. “Vroeger moest je wel samenwonen om iets op te bouwen, al helemaal als vrouw”, vertelt ze. “Maar als ik nu jong was, zou ik daar niet meer aan beginnen. Zelfs niet als er kinderen in het spel zijn. Ieder mens is anders, heeft een eigen ritme en doet dingen op een eigen ­manier. Dat is prima. Maar liever niet constant in hetzelfde huis.”

Wel de lusten en niet de lasten. Dat gevoel krijg ik bij latten. De nadelen van een relatie kun je veel makkelijker omzeilen. Als mijn vriend gestrest of chagrijnig is word ik daar minder mee geconfronteerd. Als hij voor de zoveelste keer iets kwijt is, kan ik erom lachen – het gaat tenslotte niet over spullen van mij. En dan al die ­andere kleine dingen: ik ben vegetariër, hij niet. Ik ga laat naar bed, hij is een ochtendmens. Je deelt alleen de dingen die je wílt delen en je kunt elkaar ontzien.

Maar dat heeft tegelijkertijd iets vrijblijvends. Soms voelt het alsof we na twee jaar nog steeds in de dating­-fase zitten, waarbij we nooit echt in elkaars dagelijks ­leven zijn geïntegreerd. En dan heb ik het nog niet eens over de moeilijke momenten. Als ik me ellendig, lelijk of kwetsbaar voel, trek ik me terug achter mijn voordeur zonder dat hij er ook maar een glimp van hoeft op te vangen. Pas als ik me beter voel spreken we weer af. Maar is dat wel hoe liefde is bedoeld?

Meer lezen:

• Deze stellen vertellen in Trouw over hun eigen lat-ervaringen

Hoe sterk zijn latrelaties? – een publicatie op de website van het Netherlands Interdisciplinary Demographic Institute

• ‘My Secret to a Happy Relationship? Live Apart’ – persoonlijk essay in Newsweek van de Amerikaanse journalist en schrijver Vicki Larson

‘Minder gesteggel, minder verdieping’

Ik leg mijn vraag voor aan Annemarie van Stee, ­docent filosofie aan de Radboud Universiteit. “In het klassieke ideaal betekent liefde samensmelting”, zegt ze. “Als mensen verliefd worden, zouden ze hun oude zelf achterlaten om samen verder te gaan als een ‘wij’.” Maar dat is niet realistisch. Want je blijft twee verschillende lichamen met verschillende belangen en interesses. Ook is het niet meer van deze tijd. “We vinden onze individuele identiteit en onze autonomie veel te belangrijk”, zegt Van Stee. “In een hedendaags ideaalbeeld van liefde, doe je recht aan de identiteit van je partner. Je benadert je geliefde als doel op zich, niet als middel om andere doelen te bereiken. Maar als je samenwoont, lopen die twee door elkaar.”

Daarmee bedoelt ze: je geliefde is niet alleen de persoon die je zo bewondert, maar ook degene die de loodgieter moet bellen of eten kookt. Als je apart woont, ligt dat anders. “Het betekent minder taken verdelen, minder gesteggel over wie wat doet of over de financiën. Latten zou dan niet alleen je autonomie beschermen, maar het zou theoretisch ook een manier zijn om meer recht te doen aan de liefde.”

Tegelijkertijd ontnemen we onszelf daarmee wel een manier om meer verdieping te krijgen, denkt Van Stee. “Als je samenwoont en niet om de ander heen kunt, zullen er moeilijke momenten komen die je gedwongen moet delen. Daardoor laat je stukken van jezelf zien die je liever niet onder ogen komt, maar waar je niet langer voor weg kunt lopen. Wanneer de ander jou ondanks ­alles met een liefdevolle blik bekijkt, kun je groeien als mens. Dan zorgt de relatie ervoor dat je jezelf beter leert begrijpen en zo meer jezelf kunt zijn. Op die manier kunnen relaties juist bijdragen aan je autonomie.” Tot slot vraagt het om vaardigheden om met iemand samen te wonen. “En ook die kunnen heel verrijkend zijn voor jou persoonlijk en je autonomie juist versterken.”

In het diepe duiken

Als ik kijk naar de echte reden dat ik niet wil samenwonen, heeft dat vooral te maken met angst. Angst dat onze relatie verandert, angst dat ik iets kwijtraak van mezelf, angst dat ik in dezelfde situatie terechtkom als met mijn vroegere buurman. Maar al die dingen kunnen ook gebeuren als we apart blijven wonen. Wat adviseren de deskundigen voor mensen zoals ik, die twijfelen aan de beste manier om hun relatie vorm te geven?

“Elke vorm is goed, zolang beiden er gelukkig mee zijn”, zegt relatietherapeut Van Dalen stellig. “Maar angst is nooit een goede raadgever, ook zeker niet in de liefde”, voegt ze toe.

Filosofe Van Stee: “We leven in een voorzichtige tijd, waarin mensen graag controle behouden. Verlang je naar een latrelatie? Of wil je vooral jezelf beschermen tegen teleurstelling? Als het dat laatste is, sta je er dan achter dat die houding zo’n levenskeuze bepaalt? Je kunt ook verdieping krijgen binnen een latrelatie, maar als je verlangt naar meer, zou ik zeggen: waag het erop. Duik in het diepe. Wie weet waar je samen terechtkomt.”

Lees ook:

Deze stellen hebben wel een relatie, maar geen gezamenlijk huis. ‘Ik ben een veelzijdiger mens sinds ik lat’

Eén relatie, twee huizen. Drie stellen vertellen over de voor- en nadelen van hun latrelatie. ‘Ik wil soms lekker luid David Bowie kunnen luisteren.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden