null Beeld

ColumnMerijn de Boer

Een lekke band, Tunesische vriendelijkheid en de Vomar in Haarlem

Merijn de Boer

Met een bos bloemen liep ik door een Tunesische straat, op zoek naar Hatem. Ik kende hem sinds een paar uur. Hij had me eerder die dag geweldig geholpen.

Tussen de middag deed ik samen met onze dochter boodschappen in de hypermarché. Toen we de parkeerplaats opliepen, zag ik al dat de auto merkwaardig scheef stond. Een van de achterbanden bleek plat.

Ik keek op mijn horloge. Over vijf minuten moest ik onze zoon van de crèche halen.

Naast me werd een duur ogende auto geparkeerd. Een man stapte uit en bood aan om te helpen. Hij wist wel een bandenmaker in de buurt. Hij reed er meteen naartoe.

Een kwartier later kwam hij terug. De bandenmaker was dicht. “Kan ik jou en je dochter dan naar huis brengen?”, vroeg hij.

Ik legde uit dat ik onze zoon moest ophalen van de crèche. Hij bood aan om ons erheen te rijden.

Assertieve rijstijl

Onderweg babbelden we over van alles en nog wat. Hij hield er een vrij assertieve rijstijl op na, al moet ik oppassen wat ik schrijf, want ik heb hem beloofd dat ik deze column te zijner tijd voor hem zal vertalen. De rijstijl had als voordeel dat we opmerkelijk snel voor de deur van de crèche stonden.

Ik zag de moeders kijken naar de auto waaruit ik – ook nog eens als passagier – stapte. Alsof ik in een ochtend de beschikking had gekregen over een dure auto én een privé-chauffeur.

Terwijl Hatem ons naar huis bracht, praatten we over de president van Tunesië, die volgens hem, in weerwil van alle berichten in de Europese media, erg goed voor het land was. We hadden het ook over Hatems pen­sioen, dat net was aangebroken.

Toen we bijna bij ons huis waren, merkte ik op dat ik een andere bandenman wist. Hatem vond het geen enkel punt om me erheen te brengen nadat ik de kinderen had overgedragen aan mijn vrouw.

We haalden de bandenreparateur op, reden terug naar de hypermarché en gingen vervolgens weer naar de bandengarage, nu met de lege band in de achterbak. Ten slotte reden we weer naar de hypermarché, waar de bandenman de gerepareerde band bevestigde.

Op de achterbank lag een gebedskleedje

Ik keek op mijn horloge. Ik had Hatem van maar liefst drie uur tijd beroofd. Op de achterbank lag een gebedskleedje. Ik heb het niet gevraagd maar vermoed dat hij die middag naar de moskee had willen gaan. Het was immers vrijdag.

Het gekke is dat ik, na nu een jaar in dit land te hebben gewoond, geen moment verbaasd ben geweest over deze extreme vriendelijkheid van een Tunesiër die ik gister nog niet kende. Sterker nog: dat ik het haast als iets vanzelfsprekends zag. En ik vraag me af of ik ook zo iemand had gevonden als ik met een lekke band op de parkeerplaats van de Vomar in Haarlem had gestaan.

Hij stelde de bloemen erg op prijs.

Merijn de Boer is schrijver, huisman en expat. Zijn vrouw is diplomaat. Zijn roman De Saamhorigheidsgroep won de BNG Bank ­Literatuurprijs 2020 en De Inktaap 2022. Meer van zijn columns leest u hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden