ColumnRosita Steenbeek

Eén keer kreeg vluchteling Ismaël in Rome 300 euro. Daar kocht hij vooral pasta van.

Rosita Steenbeek Beeld Marc Brester_aquatromani

In een hippe bar bij Stazione Termini wacht ik op Ismaël. Ik leerde hem kennen op Sicilië toen ik een maand logeerde in een opvang voor minderjarige, alleenreizende asielzoekers. Elke dag zat ik met hem en met andere ­jongens uit verschillende Afrikaanse landen aan tafel. Ik vroeg Ismaël of hij geen heimwee had naar zijn land, Sierra Leone, en zijn ouders. Die waren dood, zei hij kalm, vermoord toen hij één was, in de burgeroorlog. Zijn tante zorgde voor hem en hij zorgde ook voor haar want haar armen waren eraf ­gehakt – een handelsmerk van de rebellen - omdat ze de moordenaars had gezien. Hij was veertien toen zijn tante overleed en hij met een vriend op zoek ging naar werk. Dat vonden ze in Libië, als slaaf. Toen zijn vriend probeerde te ontsnappen, wat Ismaël niet durfde, werd hij doodgeschoten. Ismaël werd uiteindelijk geholpen door een opzichter die medelijden kreeg en hem liet meegaan op een boot. De golven waren angstaanjagend en toen er een schip opdoemde, vloog ­iedereen naar dezelfde kant zodat hun boot omsloeg. Ismaël had zich kunnen vast­grijpen aan een touw.

“Ciao Rosy.”

Daar is hij, verzorgd als altijd, in spijkerbroek, een mosgroen T-shirt, alles kraak­helder, ook zijn witte mondkapje.

Ismaël had op Sicilië willen blijven. De stage bij een grafisch ontwerpbureau beviel hem, maar de eigenaar gaf hem geen contract. Op Malta, waar hij vrienden had en een baantje, kon hij zijn papieren niet op ­orde krijgen. Een periode maakte hij op Lampedusa schildpadden uit tufsteen, waar hij plezier in had, maar de werkgevers behandelden hem onheus. In Rome vond hij werk in de keuken van Zuma, een modern restaurant in het centrum. Hij mocht steeds meer doen. En toen kwam corona.

“Het is moeilijk”, vertelt hij als we even later in een trattoria zitten. De drie vrienden met wie hij een appartement deelt zijn ook hun baan kwijt en ze kunnen de huur niet betalen. Hij heeft één keer een uitkering ontvangen van 300 euro. Daar heeft hij vooral pasta van gekocht.

“Ik heb pas een gratis cursus gedaan”, vertelt hij met een zekere trots. “Huis­houdelijk werk.” Hij heeft leren wassen, strijken, kasten inruimen, planten verzorgen, koken. Op zijn telefoon laat hij een foto zien van zijn diploma. Elke dag gaat hij de stad in, op zoek naar werk.

Ik vraag of hij iets merkt van racisme. Op Sicilië sloegen vrouwen weleens een ­zijstraat in wanneer ze hem zagen aankomen, vertelt hij met een glimlach.

“In Rome is dat minder. Misschien duurt het wat langer voordat een familie me aanneemt.”

Ik loop mee naar de bus. Hij moet twee keer overstappen.

“Ga je niet met de metro?”

“Daar kun je alleen in met een kaartje.”

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden