Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Een huiveringwekkend voorbeeld van euthanasie

Er is veel gezegd rond de vrijspraak in de zaak tegen dokter A. die een wilsonbekwame, demente, uitzichtloos en ondraaglijk lijdende vrouw euthanasie verleende. Wat opviel tijdens de rechtszitting was de vriendelijke omzichtigheid waarmee de rechtbank de betroffen arts tegemoettrad. Er zijn artsen die het onjuist vinden dat deze arts voor de rechter moest verschijnen. Dat is een vreemde opmerking, omdat euthanasie bij wet is geregeld. Het is dan onbegrijpelijk dat het OM er niet op zou mogen toezien of de wet wordt overtreden. We willen toch niet terug naar de schimmige wetteloze jaren waarin arts noch patiënt wist waar hij of zij aan toe was?

Een ander aspect dat mij trof, was het gemak waarmee de officier over het gebruik van midazolam, een sterk slaapmiddel, heen stapte. Om te voorkomen dat de vrouw zich zou verzetten kreeg ze midazolam in haar koffie. Men noemt dit ‘premedicatie’. Maar premedicatie geef je aan een patiënt die een pijnlijke ingreep moet ondergaan en die daar angstig voor is.

Euthanasie is helemaal geen pijnlijke ingreep. De toediening van ‘premedicatie’ aan deze vrouw was bedoeld om gespartel te voorkomen. Iedereen, maar dan ook iedereen, liegt hierover. De ­officier vertelde in alle ernst dat hij zich had laten informeren door een anesthesist. Die anesthesist had moeten zeggen: het is verstandig om de wil van dit type patiënt uit te schakelen door een sterk slaapmiddel, anders dreigt er een worsteling. Maar dat kreeg hij natuurlijk niet te horen. De officier sprak zelfs over de noodzaak van midazolam ‘voor een veilige euthanasie’. Veilige euthanasie? Nou ja, misschien dreigt er ­onveiligheid voor de uitvoerder als de ­patiënt rake klappen kan uitdelen?

Het uitschakelen van jouw wil is toegestaan

Er was ook een grappig moment. Dokter A. verklaarde steeds dat de ­patiënt wilsonbekwaam was en dat de hersendelen die mevrouw in staat stelden tot abstract denken, waren verdwenen. Toch hechtte zij eraan om te vermelden dat de vrouw de avond voor de euthanasie aan haar dochter had gezegd dat ze besefte ziek te zijn en dat de dood een goede oplossing was.

Maar ze had geen hersenweefsel meer waarmee ze dit niveau van inzicht kon bereiken. De arts legde uit hoe dat zit: het ging om ‘terminale luciditeit’, een plotseling opvlammen van een scherp besef over de ware aard van de situatie waarin de zieke zich bevindt. Volgens de arts komt het veel voor bij terminale patiënten vlak voor de dood. Ik heb er nooit van gehoord. Trouwens, deze vrouw was niet terminaal. De rechter wilde graag beter weten hoe dit nou kon? De arts antwoordde: “Het is iets spiritueels…” Waarna de rechter het maar wegwuifde met de constatering: “Aha, iets in de trant van ‘er is meer tussen hemel en aarde dan eh...’”

Wat hebben we nu voor uitspraak? ­Allereerst meld ik u dat de wilsverklaring van deze vrouw rammelde aan alle kanten. Dan wordt de uitspraak: als je erg lijdt in je dementie en er is een wilsverklaring, die best wat tegenstrijdig mag zijn, en je familie, en de verzorgenden, en de dokter, en de andere geconsulteerde artsen vinden allemaal dat je heel erg lijdt, dan mag de dokter je ­doden. Met als belangrijke, maar wel ontstellende, toevoeging dat jouw ­mening er dan niet meer toe doet. Want ‘de schriftelijke wilsverklaring treedt in de plaats van het mondelinge verzoek’. Daarbij vermeldt de rechter uitdrukkelijk dat bij de uitvoering van de euthanasie het uitschakelen van jouw wil is toegestaan, zodat het doden rustig kan verlopen.

Overigens is de vrijspraak een ­gemengde zegen voor de arts, want nu kan het OM in hoger beroep gaan, hetgeen onmogelijk zou zijn geweest als de eis ‘moord maar geen straf’ was ingewilligd. Was ze schuldig bevonden, dan had de arts het daarbij kunnen laten. Haar martelgang, want zo zal ze het ­ervaren, is nog niet voorbij.

Ik klink alsof ik weet hoe we hier uit moeten komen. Dat is niet zo. Als u mij vraagt of ik het erg vind dat de vrouw in kwestie niet nog een jaar verder hoefde te tobben in het verpleeghuis, dan zeg ik: nee, natuurlijk niet. Ik deins terug voor de methode; de uitkomst vind ik niet slecht. Maar dit is een wel erg huiveringwekkend voorbeeld van ‘doel heiligt middel’.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden