Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

Een herinnering aan een regenachtige zomer, en het uitvliegen van dochters

Ergens in de jaren tachtig bracht ik een deel van de zomer in Frankrijk door, in de Ardèche, met iets dat ik niet eerder deed. Ik wandelde. Niet zomaar, maar met een tentje op de rug. Ik was niet alleen, maar in gezelschap van mijn geliefde, haar ouders en vrienden van haar ouders. Achteraf kan ik niet reconstrueren hoe het zover kwam.

Het was onze studententijd, mijn eerste jaren in Amsterdam, in de verpauperde Kanaalstraat; een tijd van weinig geld en middelen. Uit een dagboekaantekening maak ik op dat ik op 5 december 1979 nog 141 gulden en zestien cent op mijn rekening had en daar moest het gas nog van af. Ik herinner me zorgelijke blikken in de vlammen van de suizende Pelgrimkachel.

Dat geldgebrek was tamelijk structureel, al werd het enigszins verzacht door een baantje als zondagsportier aan de Wibautstraat, bij de Perscombinatie, uitgever van onder andere het dagblad Trouw. Het begin van mijn carrière.

Het aantrekkelijke van die wandelvakantie destijds was er misschien ook in gelegen dat hij voor ons kosteloos was. We overnachtten dan weliswaar regelmatig in onze tenten, er waren ook verblijven bij in herbergen met logies en er werd altijd in dorpscafé’s of restaurants gegeten.

Een gedicht dat ik nog niet kende

Een zonnige zomer was het niet; het regende regelmatig, maar mijn geliefde had me vooraf een mooie donkerbruine poncho geschonken van een Engels merk.

Ik was zeer gesteld op haar ouders, die in Glimmen bij Groningen woonden. Daar woonden ook hun vrienden, Rudi van den Hoofdakker en zijn vrouw Ineke. Rudi was, geloof ik, de grote aanjager en regisseur van de wandelingen in het stroomgebied van de rivier de Allier. Hij raadpleegde met grote ijver gedetailleerde Grande Randonnée-kaarten, waar hij met een raderwieltje overheen gleed om precies het aantal dagelijks af te leggen kilometers te meten. Ik noemde hem de Dichter, want hij was natuurlijk bekend onder zijn pseudoniem Rutger Kopland.

Ik ben bij deze herinneringen aan mijn eerste jaren in Amsterdam beland na het uit huis gaan van mijn dochter deze week. Ik schreef er hier wat weemoedig over en in een reactie stuurde een lezer mij een gedicht van Kopland door, dat ik niet kende, maar dat me zeer trof om z’n precisie in waarneming en beschrijving. Het heet: ‘Vertrek van dochters’. Rudi en Ineke hadden er drie.

Vertrek van dochters

Ze moesten inderdaad gaan, ik had het gezien aan hun gezichten die langzaam veranderden van die van kinderen in die van vrienden, van die van vroeger in die van nu.

En gevoeld en geroken als ze me kusten, een huid en een haar die niet meer voor mij waren bedoeld, niet zoals vroeger, toen we de tijd nog hadden.

Er was in ons huis een wereld van verlangen, geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun kamers waarin ze verzamelden wat ze mee zouden nemen, hun herinneringen.

Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie precies datzelfde uitzicht, precies die zelfde wereld van twintig jaar her, toen ik hier kwam wonen.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden