Klein VerslagWillem Pekelder

Een graf opknappen met je broer, ik kan het iedereen aanraden

Op 3 januari, de dag dat onze­­ moeder 95 zou zijn geworden, gingen mijn jongste broer Lodewijk en ik naar Oegstgeest voor grafonderhoud. Lodewijk had meer dan een jaar geleden al eens geopperd de laatste rustplaats van onze ouders op te knappen. Hij wilde, zei hij, graag een stenen afscheiding maken met de naastgelegen graven, en tevens wat grind strooien.

Om half twee die dag stond hij met zijn auto voor de deur. “Vlak naast het kerkhof is een tuincentrum, daar kunnen we onze slag slaan”, vermoedde mijn broer. Via allerlei omwegen – TomTom, u kent het wel – geraakten we van Rotterdam in het villadorp bij Leiden. Alwaar het tuincentrum zijn laatste adem leek te hebben uitgeblazen.

We vervolgden onze weg naar het tuindersdorp Rijnsburg, waar we terechtkwamen in een gigantische kwekerij. Stenen afscheidingen verkochten ze er niet. Grind evenmin. Dan maar paaltjes op een rol en wat kiezelstenen. Voor 26 euro waren we uit de brand.

Bezaaid met onkruid

Gearriveerd bij de Willibrordkerk in Oegstgeest was het grijs en miezerig. Terwijl Lodewijk de auto parkeerde, begon ik alvast het onkruid weg te scheppen. Het graf was ermee bezaaid sinds ik het precies een jaar geleden had bezocht. Ik prevelde al zwoegend een Onze Vader, en zag mijn broer in de verte aankomen. Bijna automatisch nam hij het karwei van mij over. Huphup, het onkruid was in een mum van tijd weg, en de paaltjes werden met ferme slag de in grond gejaagd. Om niet geheel nutteloos te zijn, meende ik wat aanwijzingen te moeten geven. Waarmee ik al snel ophield, vanwege verregaande inhoudelijke onbeduidendheid (“díe paal nog, Lo, zie je daar die pluk onkruid, enne vergeet dat hoekje niet”).

Inwendig moest ik lachen. Zo was het altijd gegaan in ons leven. Lodewijk die zoveel voortvarender was in dit soort handenarbeid dan ik. Het was een warme zomer in de jaren zeventig. Met moeder zaten we in een bootje, dat vastliep op een hoop modder. Hopeloos peurde ik met de peddel in de berg van blubber. Ma was slap van het lachen. Ze kende mij. En ze kende Lodewijk. Die, op haar schaterende verzoek, het vaartuig in één ruk loswrikte.

Sombere maand

Na deze dagdromerij was het graf in Oegstgeest klaar. De kiezelsteentjes keurig uitgestrooid met een plant in het midden. Het was een prachtige middag geweest, vonden mijn broer en ik. We hadden iets kunnen doen voor vader en moeder, die daar niets van hadden gemerkt, maar waaraan we toch een zekere voldoening overhielden. De samenwerking had ons een diep gevoel van broederschap geschonken. Een graf opknappen met je broer, ik kan het iedereen aanraden. Niet alleen het graf was opgeknapt, ikzelf ook in deze sombere maand. We omhelsden elkaar en zeiden dat het goed was zo. Op de terugweg peinsde ik: het was mooi dat onze ouders op aarde waren, en het was mooi dat aan hun lijden tot slot een einde kwam: voor pa in 1999, met uitgezaaide prostaatkanker, en voor ma in 2016, met vasculaire dementie. Sterven is de weg van alles vlees.

Willem Pekelder vervangt  Wim Boevink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden