Carolyn Steel:  ‘We zijn gemaakt om sensaties te ervaren, zoals het stillen van dorst en honger. Maar we hebben zelden nog dorst of honger.’

De zintuigen vanCarolyn Steel

‘Een goede maaltijd bereiden is een van de zinvolste dingen die je kunt doen op aarde’

Carolyn Steel: ‘We zijn gemaakt om sensaties te ervaren, zoals het stillen van dorst en honger. Maar we hebben zelden nog dorst of honger.’Beeld Edward Thompson

Filosoof Carolyn Steel ziet in voedsel het krachtigste middel om de wereld te veranderen. Van de jagers en verzamelaars kunnen­­ we veel leren, betoogt ze. ‘Ik geloof echt dat de mensheid toen heeft gepiekt.’

De stoom kwam bijna uit zijn oren. De dag dat Carolyn Steel een hooggeplaatste Shell-medewerker kwaad maakte, staat in haar geheugen gegrift. Voor het eerst durfde ze in dat gesprek een gedachte te formuleren die al een tijdje in haar hoofd rondzong. Ze kwam hem tegen tijdens een conferentie in Edinburgh. De Nederlandse Shell-man vroeg haar – vooraanstaand denker op het gebied van voedsel – in de wandelgangen naar haar ideeën. Hij had miljoenen te investeren, vertrouwde hij haar toe.

“Ik denk dat het ons vooral aan filosofie ontbreekt”, antwoordde Steel. Ze denkt er nog vaak aan terug, vertelt ze op een maandagmiddag via Skype vanuit haar woonkamer in Londen. “Hij was furieus! Daar kon hij zijn geld natuurlijk niet in steken.” Ze omschrijft de anekdote in haar nieuwe boek Wat gaan we eten?, omdat die haar zo sterk aan het denken zette. Mensen willen graag oplossingen horen, realiseerde ze zich. “Ze willen dat ik zeewier roep, of algen, of waterstof.” Ze lacht hardop: “My God, was er maar zo’n magische oplossing voor onze problemen.”

Steel is dus geen vrouw van snelle reparaties, maar van het grondige denkwerk. Meer dan zes jaar werkte ze aan haar boek, opvolger van de bestseller De hongerige stad (2012), waarin ze de ‘stadsparadox’ ontvouwde. Mensen trekken naar steden voor een nieuw leven, maar blijven afhankelijk van het platteland voor hun eten. In dit nieuwe boek gaat ze dieper in op onze verstoorde relatie met voedsel. Ze maakt een reis langs de invloed van voedsel op ons lichaam, thuis, economie, stad, natuur, en ons begrip van tijd.

Carolyn Steel (Londen, 1959) is schrijver, architect, spreker en docent. Ze studeerde architectuur aan de universiteit van Cambridge en gaf daarna onder meer les aan de London School of Economics. Rond het jaar 2000 begon ze zich te verdiepen in onze verhouding met eten.

In 2008 verscheen in Engeland haar bestseller Hungry City (De hongerige stad in het Nederlands), over de band tussen stad, platteland en voedsel. Het werd een hit, Steel werd in Nederland­­ nog vaker uitgenodigd om erover te spreken dan thuis in Engeland. Ze werkte onder meer als gastdocent aan de Universiteit Wageningen. Haar boek Wat gaan we eten? verschijnt deze maand bij uitgeverij Meulenhoff.

De ingewikkeldste uitdagingen waar we voor staan, gaan allemaal over de manier waarop we met voedsel omgaan, betoogt Steel. Van klimaatverandering tot watertekorten­­, bedreigde biodiversiteit en dieet-gerelateerde ziekten. Het krachtigste middel om de wereld te veranderen is daarom voor haar dan ook overduidelijk: voedsel.

Waarom kan filosofie ons helpen deze wereldproblemen op te lossen?

“Ik heb het idee dat we zijn vergeten hoe we grote vragen moeten stellen. Wat zorgt voor een goed leven? Toen ik de Griekse filosofen las, blies Epicurus me van mijn sokken. Probeer te genieten van de kleine genoegens van het leven, zegt hij. Hij had een tuin met uitzicht op Athene, waar hij mensen uitnodigde uit allerlei lagen van de bevolking. Hij deelde bescheiden maaltijden met ze, groenten, brood, soms wat kaas en wijn, en voerde discussies over een goed leven.

Tegenwoordig staat hij bekend als een bourgondische flierefluiter, maar zijn ideeën zijn verkeerd opgevat. Zijn briljante inzicht is juist dat een eenvoudige maaltijd al een bron van genot kan zijn. We zijn gemaakt om sensaties te ervaren zoals het stillen van dorst en honger. Maar we hebben in de geïndustrialiseerde wereld zelden nog honger. Veel mensen eten de hele dag door. Het vreemde is, je zou verwachten dat de inwoners van ’s werelds industriële naties tot de best gevoede personen ter wereld behoren, maar het tegenovergestelde is waar. We eten veel, maar niet goed. We moeten dus andere­­ keuzes leren maken, en filosofie kan ons helpen richting zoeken. Het gaat om een herwaardering van wat voedsel werkelijk is.”

U heeft het daar vaker over, wat bedoelt u daarmee?

“Van oudsher bestaat ons voedsel uit levende dingen die we verzamelen, verzorgen, doden en koken, zodat we kunnen leven. Voedsel is leven. Door te eten maak je iedere dag deel uit van een kringloop van groei en verval, iets wat groter is dan jijzelf. Veel mensen vinden dit geen fijne gedachte, omdat het ons confronteert met onze sterfelijkheid. Ik vind het fascinerend om te zien hoe we omgaan met dit ongemak.

Grofweg kun je twee culturele richtingen onderscheiden als het gaat om onze relatie met voedsel: je kunt vieren dat je onderdeel bent van die aardse cyclus, of je kunt het ontkennen. Onze voorouders kenden uitgebreide collectieve eetrituelen. De maaltijd stond op een voetstuk. Dat bleek uit tradities en rituelen zoals gebeden rond het eten, offers en oogstfeesten. Als er een keer vlees op tafel stond, was dat iets bijzonders. Sinds de industrialisering zijn we een andere kant uitgegaan: die van ontkenning. We willen liever niet nadenken over de werkelijke aard van ons eten, het is hap-slik-weg geworden.

Carolyn Steel: ‘Als meer mensen hun eigen aardappelen zouden poten, zouden er minder vatbaar zijn voor die onzin online’. Beeld Edward Thompson
Carolyn Steel: ‘Als meer mensen hun eigen aardappelen zouden poten, zouden er minder vatbaar zijn voor die onzin online’.Beeld Edward Thompson

Een dier op je bord? Bah. De visstick is daar een perfect voorbeeld van, heel populair in mijn land: een anoniem stukje witte vis in paneermeel dat eruitziet als een baksteen. Terwijl we omgeven zijn door geweldige vissen, mosselen, langoustines en oesters. Maar zo’n vissenkop die je aanstaart vanaf je bord, kunnen we nauwelijks aan.”

U schrijft in uw boek met veel respect over hoe onze voorouders aten, van de vroegste jagers en verzamelaars tot het vooroorlogse plattelandsleven op de boerderij van uw familie in Finland. Romantiseert u het verleden niet te veel?

“Ik doe hard mijn best om niet te romantiseren. Maar ik geloof echt dat we op bepaalde manieren gepiekt hebben als mensheid toen we nog als jager-verzamelaars leefden. Ik heb onlangs nog een lijstje gemaakt van de dingen waar ik naar streef, terwijl jager-verzamelaars die al hadden: een goede gezondheid door een gevarieerd droomdieet, nabijheid tot de natuur, een sociaal leven in een samenwerkende groep en een geweldige balans tussen werk en leven. Ik denk dat we die manier van samenleven kunnen herontdekken. Maar dan mét de muziek van Bach, verdovingen voor een wortelkanaalbehandeling en technologie. Ik zeg dus niet: laten we allemaal boeren of jager-verzamelaars worden, dat zou absurd zijn. Ik houd van technologie. Maar ik houd nog meer van het idee dat ik zelf mijn relatie met technologie bepaal.”

U bent geobsedeerd door onze relatie met technologie, zegt u zelf, hoe komt dat?

“Ik geloof dat steeds wanneer we een nieuwe technologie uitvinden, we ook iets verliezen. Ik heb afgelopen weekend samen met mijn zangleraar, een verdienstelijk hobbyboer, aardappels staan poten. We hebben een fantastische middag gehad. We hebben gekletst, hard gewerkt, en nu kunnen we uitkijken naar die voedzame aardappels. De technologieën die we uitvinden, sluiten vaak de mens uit. Ze sluiten betekenis uit, sociaal samenzijn, en zinvol werk. Ze veranderen ons in nutteloze consumenten. Ik denk dat we daardoor het vermogen verliezen om voor onszelf te denken. Mensen geloven wat Google en Facebook ze vertellen en dat jaagt me de stuipen op het lijf. Ik denk dat als meer mensen hun eigen aardappelen zouden poten, ze minder vatbaar zouden zijn voor die onzin online. Een directe band met voedsel kan je aarden in de fysieke wereld­­.”

Onze behoefte aan voedsel bepaalde ooit waar we leefden, gaf aan waar we thuishoorden, schrijft Steel in haar boek. Tegenwoordig is die relatie verbroken. Slechts weinig mensen kunnen vanuit huis de plek zien waar hun eten vandaan komt. In haar boek pleit ze voor het kijken naar de wereld als een ‘Sitopia’, zoals ook de titel van haar boek in het Engels luidt.

Het Griekse sitos (voedsel) en topos (plek) vormen samen een plek waar voedsel op waarde wordt geschat. En daarvoor is een sitopische economie onmisbaar, redeneert ze. Zo’n economie houdt in dat we ons voedsel anders moeten gaan “produceren, vervoeren, verhandelen, bereiden en waarderen”, op een manier die de reële kosten van voedsel meeneemt en rekening houdt met de grenzen van onze planeet. Goedkoop voedsel is een groot struikelblok voor Sitopia, schrijft ze.

U bent van huis uit architect, hoe kunnen we die wereld bouwen waarin voedsel weer op waarde wordt geschat, een Sitopia?

“Die plekken zijn er al. Het zijn de olijfgaarden in Italië, de lokale boerenmarkten in grote steden, de weilanden in de Alpen. Of denk aan de Park Slope Food Coop in Brooklyn, New York, een biologische coöperatieve winkel die langdurige contracten heeft met boeren in de omgeving. Of het project Oosterwold, door architectenbureau Mvrdv, een nieuw deel van Almere dat bewoners zelf mogen inrichten, zolang ze maar op een deel van hun grond voedsel verbouwen. Wereldwijd halen steden op dit moment de band aan met boeren uit de omgeving die hen voeden. Dat is mooi om te zien.”

Maar critici zeggen dat we de wereld niet kunnen voeden als we massaal teruggaan naar kleinschalige landbouw.

“Wacht even, laten we het vooral niet teruggaan noemen, maar juist vooruitgaan naar een manier van duurzame voedsel-en landbouwproductie die voortbouwt op vroegere kennis. Er is de afgelopen jaren zoveel ervaring opgedaan met regeneratieve, ecologische, toekomstbestendige landbouw. Het gaat dan bijvoorbeeld om permacultuur, gewassen verbouwen zonder ploegen, zodat de bodem minimaal wordt verstoord. Of wisselbouw, akkers afwisselend inzaaien met verschillende gewassen om de bodem vruchtbaar te houden en ziektes te voorkomen.

Carolyn Steel: ‘Voedsel blijkt een briljante metafoor voor het leven’. Beeld Edward Thompson
Carolyn Steel: ‘Voedsel blijkt een briljante metafoor voor het leven’.Beeld Edward Thompson

En daar moeten we technologie bij inzetten, drones kunnen over het land vliegen om te beoordelen waar irrigatie nodig is. We kunnen grond tegenwoordig uitgebreid onder de microscoop analyseren en zo kijken wat er nodig is om het gezonder te maken.”

Zijn we niet met te veel mensen voor zo’n manier van landbouw bedrijven?

“We hebben een wereld ontworpen waar we uitgroeien. Dus het is hoog tijd om rap in te zetten op Plan B. We zullen wel moeten. Er zijn mensen die nog steeds geloven in Plan A: het uitbreiden van onze heerschappij over de natuur, door meer kunstmest te gebruiken, meer pesticiden en efficiëntere productiemethoden. Plan B, ofwel samenwerken met de natuur, betekent ook dat we het vastomlijnde idee van kapitalistische economische groei moeten loslaten. We zullen dus dingen op moeten geven. En dus moeten we erover nadenken hoe we willen leven. Dan komen we terug bij die filosofie en bij die grote vraag: wat houdt een goed leven in?”

Heeft het schrijven van dit boek u dichter bij een antwoord op die vraag gebracht?

“Het kijken door de lens van voedsel werkt heel verhelderend. Voedsel blijkt een briljante metafoor voor het leven. Het eten zelf is er niet makkelijker op geworden, omdat ik soms nadenk bij alles wat ik in mijn mond stop. Maar gelukkig ben ik dol op eten en overwint het plezier dat ik eraan beleef. Ik kijk uit naar iedere maaltijd van de dag en ik lééf voor gezamenlijke maaltijden.

Misschien is een goede maaltijd bereiden wel een van meest zinvolle dingen die je kunt doen op aarde. Je houdt leven in stand, je toont liefde. Wanneer je eerlijke lokale ingrediënten gebruikt, maak je de wereld een betere plek door te koken. Voedsel heeft die ongelooflijke kracht.”

Lees ook:

Bij Vers uit de Tuin, deelplatform voor moestuiniers, doen ze het samen: ‘Ruilen? Jouw walnoten voor mijn aardbeien?’

‘Hier: Utrechtse uitjes’, wijst Frans Anken. ‘Sterk dat die zijn!’ Wat zijn moestuin hem brengt, deelt hij graag met anderen. Niet alleen de tuinkennis, die hij opdeed toen hij als tiener op de kwekerij van zijn opa hielp. Delen wil hij ook letterlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden