ColumnMaddy Hulshof

Een eerste blik op haar nieuwe woning in ‘de kazerne’

Ze mag komen kijken en ik ga met haar mee. Binnenkort verhuist ze, samen met de andere bewoners, naar een tijdelijk verzorgingshuis. Over twee jaar kan ze weer terug, dan staat er een knispervers nieuw huis voor oude mensen. Maar nu moeten ze even weg naar de rand van het dorp. ‘De kazerne’ noemt ze het, zachtjes vanachter haar hand.

Ze zit al te wachten, lief en broos tot op het bot. Goed van geest, slechte mechaniek, haar dagen zat. “Heb je er zin in mam?”, vraag ik. Ze zucht. “Ik zie er toch zo tegenop.” Dat antwoord kennen mijn zussen en ik eigenlijk al ons hele leven. Ze kan er niks aan doen, na de veel te vroege dood van onze vader bleef ze als 36-jarige weduwe achter met vier kleine kinderen. Het leven vertrouwt ze voor geen meter, er is weinig grappigs aan. Het allerliefst wil ze weer kunnen fietsen, als tweede wil ze het liefst dood. Dagelijks proberen we haar vuurtje wat op te porren. We brengen offertjes mee: mandarijnen, thee, Tempo-zakdoekjes (niet de menthol!) en soms een kroketje. Haar goede oog gaat glanzen als er baby’s zijn.

Het personeel wenst ons veel plezier. Om de verzorgers hangt een soort nieuwe ferme gloed, ze hebben zin in de verhuizing. Ik geloof ze. Mijn moeder kijkt richting uitgang, weg van de nonsens.

Ze vindt het lekker ruiken ‘naar nieuw en zonlicht’; het eerste puntje is binnen

We rijden door het dorp waar ze al haar hele leven woont. Ze kent iedere tuin, alle oudere huizen, wie daar wonen en wat ze deden. Ze weet alles nog zo goed dat het bijna pijn moet doen. “Hier was nooit iets”, zegt ze als we aan komen rijden bij de ­tijdelijke locatie ‘veel te ver weg van het dorp’. Binnen kies ik de rolstoel met de minst lekke banden. Ze vindt het lekker ruiken ‘naar nieuw en zonlicht’. Het eerste puntje is binnen.

Gang, lift, nog een gang. “Dit onthoud ik nooit”, zegt ze. “Daar zijn wij voor”, zegt de begeleidster die ons rondleidt. Ook zij staat vandaag in de hoogste energieverkwistende stand. “Oh mam, je krijgt de mooiste plek”, zeg ik. Mijn moeder gaat wat rechter zitten, deze eerste indruk zal haar gemoed tot aan de verhuizing bepalen. Het zweet staat in mijn handen: mijn offer voor vandaag. En het is echt een goede kamer met uitzicht op de ingang van het huis. Ik zet haar voor het raam “Kijk, dan kun je ons aan zien komen fietsen.” Ja, nu ziet ze het zelf ook, haar hand glijdt door de gordijnen. “Jullie komen toch wel als ik hier zit?” Ik pak haar vast en druk niet te hard.

Op de gang komen we een medebewoner tegen. “Nou, jij ook hier?”, beiden verbaasd over vertrouwde mensen op deze nieuwe onvoorspelbare plek. Het klopt dus toch dat ze samen gaan verhuizen. “Het wordt prachtig”, zegt de begeleidster. Mijn moeder trekt de wenkbrauw van haar goede oog op. En dan zegt ze het maximaal haalbare voor deze kijkdag: “Het had veel gekker gekund”.

Dit is de eerste column van Maddy Hulshof. Haar moeder is goed van geest, maar oud en haar dagen zat. Ze moet verhuizen en heeft daarover niets te zeggen.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden