Klein Verslag Wim Boevink

Een eerbetoon aan de vallende man

Op de foto verlaat hij deze aarde als een pijl. Ofschoon hij zijn lot niet heeft gekozen, lijkt hij het, in de laatste flitsen van zijn leven, te hebben omarmd. Als hij niet aan het vallen was, zou je denken dat hij vloog. Hij ziet er ontspannen uit, stormend door de lucht.

Hij lijkt op zijn gemak, in de greep van een onvoorstelbare beweging. Hij lijkt niet geïntimideerd door het goddelijk aanzuigen van de zwaartekracht of door wat hem wacht. Zijn armen houdt hij langs zijn zij, een klein beetje naar buiten gebogen.

Zijn linkerknie houdt hij gebogen, bijna losjes. Zijn witte hemd, of vest, of jasje, wappert vrijelijk langs zijn zwarte broek. Aan zijn voeten draagt hij nog de zwarte enkellaarsjes.

In alle andere foto’s lijken de mensen die deden wat hij deed – namelijk springen – te worstelen met de gruwelijke discrepanties in schaalgrootte.

Ze verschrompelen tegen de achtergrond van de torens, die oprijzen als kolossen, en ook verpieteren ze door het gebeuren zelf. Sommigen gaan zonder hemd; hun schoenen vliegen uit bij het zeilen en vallen; ze ogen verward, alsof ze proberen langs een bergwand naar beneden te zwemmen.

Falling man. Beeld AP, Richard Drew

Daartegen afgezet ligt de man op de foto volmaakt verticaal en bevindt zich zo in harmonie met de lijnen van de gebouwen achter hem. Hij splijt ze, doorsnijdt ze. Alles aan zijn linkerzijde behoort tot de Noordtoren, alles aan zijn rechterzijde tot de Zuidtoren.

Ofschoon onkundig van de geometrische balans die hij heeft bereikt, is hij een onmisbaar element in de creatie van een nieuwe vlag, een banier dat helemaal is samengesteld uit stalen balken blinkend in de zon.

Sommigen zien in de foto stoïcisme, wilskracht, een portret van berusting; anderen zien iets anders – iets tegenstrijdigs en daarom iets verschrikkelijks: vrijheid.

Er zit bijna iets opstandigs in de houding van de man, alsof hij, eenmaal geconfronteerd met de onafwendbaarheid van de dood, heeft besloten dat het op moet schieten, alsof hij een raket is, een speer, op koers naar zijn doel.

Het is vijftien seconden na 9:14 in de ochtend – het moment waarop de foto is genomen – en hij is in de greep van pure fysica, in een versnelling van zo’n honderd meter per seconde.

Hij zal spoedig een snelheid bereiken van bijna tweehonderdvijftig kilometer per uur en hij ligt ondersteboven. Op de foto is hij bevroren, in zijn leven buiten dit frame valt hij en valt hij tot hij verdwijnt.

Bovenstaande tekst is niet de mijne; ik heb hem slechts vertaald. Het is het aangrijpende begin van een lang en ­beroemd artikel van Tom Junod, dat in 2003 – twee jaar na de aanslag op de ­torens – verscheen in de september-­editie van Esquire Magazine onder de ­titel ‘The Falling Man’. Ondertitel: Een onvergetelijke geschiedenis.

Uitgangspunt was een ook al ­beroemde foto, gemaakt door AP-fotograaf Richard Drew.

In het stuk probeert Junod de identiteit van de vallende man te achterhalen. Het werd een schitterend eerbetoon aan de slachtoffers en helden van die dag en elk jaar weer rond die elfde september duiken foto en artikel op, als monumenten op zichzelf.

Vandaar, deze week, dit stukje vertaling.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden