null Beeld

ColumnRosita Steenbeek

Een Duitser vroeg haar naar haar naam en Edith Bruck voelde een sprankje hoop

Rosita Steenbeek

“Vreemd dat ik Edith Bruck niet eerder heb ontdekt”, zei mijn goede vriend de Franse schrijver en vertaler René de Ceccatty. Hij komt met tien journalisten vanuit Parijs naar Rome voor interviews met de schrijfster, omdat zijn vertaling van haar laatste boek Il pane perduto, het verloren brood, in Frankrijk verschijnt.

Nadat ik een restaurant voor hen heb gereserveerd, koop ik het boek en lees het in één ruk uit. De 91-jarige schrijfster vertelt op droge toon zeer indringend hoe ze als dertienjarige met het gezin en andere joodse inwoners van een Hongaars dorp wordt afgevoerd, hoe ze in Auschwitz terechtkomt en in zes andere kampen.

Ze schrijft over de gruwelen, maar ook over die paar sprankjes licht, zoals toen een Duitser vroeg naar haar naam, want ze was gedegradeerd tot nummer 11152. Ineens had ze het gevoel weer te bestaan. Ook de tijd na de bevrijding was moeilijk, met alle onwil en onvermogen van anderen om te begrijpen wat ze hadden meegemaakt.

Zo’n delegatie is uitzonderlijk, vertellen de Franse journalisten tijdens de maaltijd, maar het boek is belangrijk. De volgende dag vindt de interviewmarathon plaats, ’s avonds is er een publieke ontmoeting met Edith Bruck in de Accademia di Francia.

Door alle eredoctoraten, applauzen en rode lopers was ze zichzelf kwijtgeraakt

Via de straat waar Edith Bruck al zestig jaar blijkt te wonen sinds haar huwelijk met een Italiaanse dichter en filmregisseur, wandel ik naar de Franse Academie. In een zaal vol gemaskerden maakt ze haar entree, frêle maar sterk, in het grijsgroen, haar haren in een paardenstaart, een serene glimlach.

Eenmaal achter de tafel gezeten vraagt René waarom ze het deel voor haar deportatie beschrijft in de derde persoon en dat daarna in de eerste. “Het gaat over een leven dat me niet meer toebehoort”, antwoordt ze met lage krachtige stem. “Het is als een sprookje.”

René vraagt haar waarom ze nu opnieuw over haar kampervaringen wilde schrijven. Door alle eredoctoraten, applauzen, rode lopers was ze zichzelf kwijtgeraakt en wilde ze zich hervinden.

“Maar ook vanwege mijn bezorgdheid over het opkomend nationalisme, fascisme, racisme, giftige planten waarvan de wortels nooit geheel zijn uitgerukt, de groeiende agressie. Mensen weten niet wat echte onvrijheid is, echt machtsmisbruik.”

Gisteren nog zei een voormalig burgemeester, Lega-aanhanger en antivaxer: ‘Nummer 75190 moet zich er ook zo nodig tegenaan bemoeien’. Hij doelde op Liliana Segre, eveneens een Auschwitz-overlevende, die mensen aanraadde zich te laten vaccineren.

Al zestig jaar gaat Edith Bruck de scholen langs. Haatgevoelens kent ze niet. Vlak na de bevrijding ontmoetten haar zus en zij vijf mannen die vroegen of ze met hen mee mochten reizen. Het moesten fascisten zijn geweest die bescherming bij hen zochten. “We hebben ons schamele eten met hen gedeeld. Waarom me dat zo raakte en dat nu nog steeds doet? Het was een visioen, van vrede. Wraak heeft geen zin, dan stopt het nooit.”

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden